Welkom op de Weblog Gritter!

zondag 29 januari 2017

the naked truth

came home one night
tired as hell
i was in need of sleep
so i went upstairs

i opened the door
it was lying on my bed
looking at me
the naked truth

tried to close the door
but it didn't work
it lured me in
the naked truth

i closed my eyes
shut my ears
burst in tears
the naked truth

i heard laughter loud
a gathering crowd
hand touching me
ripping clothes

and there i stood
before the laughing crowd
all eyes on me
the naked truth

Den Andel, januari 2017

zaterdag 7 januari 2017

Paardenworst en bier

Vermoeid stapte ik aan het einde van de middag in de trein richting Roodeschool, om vanuit Groningen naar huis terug te keren. Ik rilde. Een felle sneeuwbui, gedragen door een gure oostenwind, had me op mijn wandeling naar het station begeleid en verkleumd.
De ramen van het rijtuig waren beslagen en de vloer was vochtig door de binnengelopen sneeuw. Ik zocht een plekje bij een raam en plaatste mijn natte schoenen op het warme metalen omhulsel van de treinkachel.
Ik zuchtte. Rust, dacht ik. Eindelijk even rust tussen de drukte van het kantoor en de chaos van het gezin. 

Vlak voor het fluitsignaal stapte een grote, brede man de trein binnen. Hij veegde sneeuw van zijn jas en stampte met zijn voeten. De gedachte dat dit ook op het perron had gekund, was kennelijk niet bij hem opgekomen.
De man keek rond, zoekend naar een zitplaats. Zijn ogen vielen op de lege stoel naast mij.
'Mag ik hier even bij?'
Ik knikte, en de man ging zitten. Hij droeg een plastic tasje bij zich, dat hij tussen zijn voeten posteerde. De man had lang grijs haar, grote grijze bakkebaarden en een baardje dat als een sik omschreven kon worden. Afgezet tegen mijn eigen korte, net gekapte kapsel kon het uiterlijk van de man als 'woest' worden omschreven. Op zijn polsen en op zijn hals waren de randen van tatoeages zichtbaar. Waarschijnlijk was de rest van zijn niet-zichtbare lichaam geheel door inkt bedekt.
De man pakte zijn mobiele telefoon, en begon daarop te drukken en te vegen. Gelukkig vertoonde hij geen enkele behoefte aan sociaal contact met mij. Ik zuchtte nog eens, en sloot mijn ogen, om te genieten van de rust. Het zachte geroezemoes van de reizigers verdween langzaam naar de achtergrond.

De trein vertrok. Op Station Noord kamen er nog enkele reizigers bij, maar in Winsum liep de trein bijna geheel leeg. Ondanks dat piekerde mijn reisgenoot er blijkbaar niet over om één van de vele lege zitplaatsen elders in de trein te bezetten. Hij bleef op zijn mobieltje kijken en klikken, en glimlachte af en toe. Ik sloot mijn ogen weer. Hij liet me gelukkig met rust. Bovendien zou mijn halte zich over een minuut of zes aandienen. 

'Waar woon je?' vroeg hij plots.
Ik schrok. 'In Den Andel,' antwoordde ik. Prompt na het uitspreken van de naam van mijn woonplaats kreeg ik het warm. Waarom zou hij dat willen weten? Kon ik deze man wel vertrouwen? De volgende vraag zou mijn exacte adres kunnen betreffen. Wie weet stond hij op een dag zomaar voor de deur, met God weet wat voor bedoelingen.
Om hem af te leiden van eventuele vervolgvragen vroeg ik naar zijn woonplaats. Dat bleek Usquert te zijn. Maar hij bleek nog niet klaar te zijn met mij.
'Den Andel zeg je? Dan ga je er zeker in Warffum uit?'
'Nee,' antwoordde ik. 'Ik stap uit in Baflo. Daar heb ik mijn auto staan.'
'Maar dat is al de volgende halte!'
Dat klopte, en ik knikte. Daarna bleef het even stil. De man keek mij onderzoekend aan. Ik kon niet inschatten wat er in hem omging. Vond hij het jammer dat ik er zo uit moest? Echt gezellig was ik niet. Of was hij iets met mij van plan dat meer tijd kostte dan de rit naar Baflo?

Ik zag dat hij zijn rechterarm liet zakken in het plastic tasje tussen zijn voeten, en daar een mes uit tevoorschijn haalde. Een mes. Een mes! Een woesteling voorzien van mes in een voortrazende trein. En niet zo maar een mes: het lemmet had, voor zover ik dat kon inschatten, al gauw een lengte van vijftien centimeter.

Tot mijn eigen verbazing raakte ik niet in paniek, maar werd ik overvallen door kalmte. Ik dacht: als dit dan het einde moest zijn voor mij, laat het dan maar gebeuren. In volledige rust overzag ik in een flits de toekomst van mijn gezin. De kinderen en mijn vrouw – de jonge weduwe – zonder mij. Dankzij het spaargeld en de levensverzekering zouden ze in ons huis kunnen blijven wonen. Onder de voorwaarde natuurlijk dat moord op de verzekerde niet een beletsel was om uit te keren

Ik had duidelijk vrede met mijn naderende dood. Angst voor de dood kende ik dus niet. Het was in ieder geval de realist in mij die nu even de lakens uitdeelde: het onvermijdelijke valt niet tegen te werken, dacht ik. Mijn enige angst was dat het pijnlijk kon zijn. Enige troost vond ik in het feit dat de trein was uitgerust met camerabewaking; de dader zou snel geïdentificeerd en aangehouden kunnen worden. Ik schepte verder een vreemd genoegen in fantasieën over de krantenkoppen, die na het incident zouden verschijnen: 'Andelster bruut vermoord in Arrivatrein.' Het rood van de regionale treinen zou nooit meer hetzelfde zijn.

Ik ging rechtop zitten, en hield mijn hoofd schuin. Zo bood ik de dader goed zicht op mijn hals, zodat hij een snelle, effectieve haal met zijn mes kon doen. Deze vorm van voorbereiding zou het minder pijnlijk maken, zo had ik bedacht. Ik sloot mijn ogen, en wachtte de aanslag gelaten af.
Er gebeurde niets. De man ritselde wat met het tasje, en daarna hoorde ik het geluid van een snijdend mes op een plankje. Ik opende mijn ogen.
De man keek mij met een glimlach aan. 'Wil je ook een stukje?'
Op zijn schoot lag een snijplankje, met daarop een worst waarvan een aantal plakjes waren afgesneden.
'Paardenworst meneer, van de enige nog overgebleven paardenslager uit de stad. Wil je proeven?'
De trein kondigde het naderende station Baflo aan en begon langzaam af te remmen.
'Nee dank je,' zei ik. 'Ik moet er zo uit.'
'Ik heb ook nog wel een blikje bier voor je.' De man ritselde weer in de tas, en haalde een blikje Heinekenbier tevoorschijn.
'Nee dank je, ik moet nog rijden. Zou ik er even langs mogen?'
De man maakte ruimte, en met een paar stappen was ik bij de deur. De trein remde verder af, en kwam tot stilstand.
'Nog een goede reis,' zei ik.
'Dankjewel, en jij nog een fijne avond.'
Terwijl ik de trein uitstapte riep de man mij nog na. 'Ik kom wel een keer langs in Den Andel. Ik vind je wel, zo groot is het niet.'
Ik mompelde een 'OK' en liep met een luid kloppend hart over het perron, op weg naar mijn auto. 

Den Andel, januari 2017

maandag 19 september 2016

weerzien


dagen van niets en ledigheid
vederlicht ons leven
vrijuit vliegend in de blauwe lucht
of met vrije slag in een zee van tijd

ken jij nog die vergane tijd
dat leven zonder last?
wolken duidend, zonder zin
zwijgend hand in hand

ken jij mij nog van vroeger
ken ik jou nog van toen
ken ik jou nog van vroeger
ken jij mij nog van toen

de dagen liepen over
in maanden zonder vrees
voor duister, stilte, eenzaamheid
eeuwig was de norm

zullen wij ons ooit weerzien
ik jou, jij mij, verleden tijd
of zing ik nu van vreemden
van vals sentiment

een verlangen vult mijn hoofd
een wens om weer te zien
maar ze lopen daar, in de mist
uit de pas en uit de tijd

nostalgie is een duivel
een oude hond die huilt
het monster drijft de weemoed
zweepslagend voor zich uit

weerzien weemoed nostalgie
de duivel, zacht gelach
weerzien weemoed nostalgie

de mens, die dromen mag

Den Andel, september 2016

(Openingsgedicht expositie Weerzien, Cultuurerf Andledon Den Andel)

vrijdag 5 augustus 2016

Lauwersoog

wolken snellen, westenwind
ik tref schelpen in het zand
de ruimte stilt mijn honger
naar tijdloze rust

de zomer sluist de mensen
door bos en watervreugd
voor mij de herfst en winter
als zij mijn steun verwacht

het ruisen van de Lauwerszee
klinkt in de kruinen van het groen
de ruimen vol, het stervensleed
is voelbaar in de storm

Lauwersoog, augustus 2016

zondag 8 mei 2016

Lentelied



Am
bloemen rokjes bladergroen
Am
bloemen rokjes bladergroen
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

Am
bloemen rokjes bladergroen
Am
bloemen rokjes bladergroen
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

   Am
ik oogst de rente van het jaar
   Am
na stilstand in de wintertijd
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

   Am
de wereld is een speeltoneel
   Am
ik speel mijn rol met veel plezier
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

    C          G          Am
tis lente, tis lente, tis lente
    C          G          Am
tis lente, tis lente, tis lente

Am
bloemen rokjes bladergroen
Am
bloemen rokjes bladergroen
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

Am
bloemen rokjes bladergroen
Am
bloemen rokjes bladergroen
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente


Am
pak mijn hand en dans met mij
      Am
draai vreugderondes in het gras
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

   Am
ik zing voor jou een vrolijk lied
    Am
van liefde, warmte en geluk
    C      G      Am
tis lente, o, tis lente

    C          G          Am
tis lente, tis lente, tis lente
    C          G          Am
tis lente, tis lente, tis lente

Am (rep.)
bloemen rokjes bladergroen
bloemen rokjes bladergroen
bloemen rokjes bladergroen
bloemen rokjes bladergroen


Den Andel, april/mei 2016

maandag 8 februari 2016

Norgerhaven Blues


ik hoor de bus al komen
hij rijdt nu door de bocht
maar mijn vrijheid is verdwenen
ik ben mijn leven kwijt
ik woon nu in Veenhuizen
de tijd die schrijdt maar voort
en al die mensen blijven reizen
ja, voorbij de poort

ik was nog maar een kleintje
mijn moeder zei toen 'zoon',
'wees steeds een goeie jongen
blijf weg van dat wapentuig'
maar ik schoot toen in Den Andel
iemand door zijn hoofd
en ik ben nu voor het leven
van mijn vrijheid beroofd

ik denk aan zakenmensen
met hun mooie zijden das
ze drinken rode portjes
en roken fijn sigaar
ik draag mijn schuld geduldig
ik weet het was mijn fout
en de bus die rijdt weer verder
elke dag maar weer

als ik vrij zou komen
en die busdienst was van mij
ik zou die buslijn schrappen
of verleggen, ver van hier
ver van Norgerhaven
daar waar ik graag wil zijn
maar de bus die blijft maar rijden
en dat doet me pijn

(vrije hertaling van Folsom Prison Blues door Johnny Cash)

Den Andel, februari 2016

donderdag 24 september 2015

de ambtenaar

de ambtenaar tikt
de ambtenaar typt
de ambtenaar lijkt wel getikt
hij is van de regels
van de letters in de wet
hij lijkt wel van de regel

de goeden niet te na gesproken
natuurlijk
die snappen hoe het zit
die begrijpen dat een woord
niet altijd benoemt
wat het doel is van de wet
let wel: onze wet, van u en mij
want: zo zit dat in ons stelsel
de democratie
dus

de ambtenaar tikt
de ambtenaar typt
de ambtenaar lijkt getikt
hij is van de regels
van de letters in de wet
hij lijkt wel van de regel

de goeden niet te na gesproken
zoals ik al zei
want niets is zwart of wit
immers
ook al is het soms prettig
de wereld zo te zien
toch?

moeders, laat uw kinderen
niet opgroeien tot ambtenaar
laat hen voetballer worden, of zakenman
met een bord voor de kop
of desnoods werkloos
ja, liever dat nog

de goeden niet te na gesproken
natuurlijk
ik zei het al eerder
ik benadruk het maar
want niets is zwart of wit
ook al staat het zwart op wit

Den Andel, september 2015