Welkom op de Weblog Gritter!

donderdag 15 december 2011

Vertelhut: Fase Eén

Om op te bouwen, is het soms nodig af te breken. Zorgen voor een leegte, die ruimte creëert voor nieuwe ideeën. Zo zijn we begonnen aan de Eerste Fase van de Vertelhut, één van de ruimtes op ons Cultuurerf.

Buitenaanzicht van de Vertelhut-in-wording

De Vertelhut-in-afbraak-en-opbouw is één van de oudste delen van het Cultuurerf. De Hut heeft in het prille begin - zo'n dertig jaar geleden - dienst gedaan als woonkamer. Dat verklaart de relatieve afgewerktheid van de ruimte: houten vloer, hout aan de muren, ramen met vensterbanken. Nadat het huidige woonhuis was opgeleverd, is de Hut onderdeel geworden van een uitdijend schuurcomplex. In de tijd dat wij het erf gingen bewonen, bijna zes maanden geleden, deed de Hut dienst als Magazijnruimte. De kinderen wisten het zeker: het nieuwe huis had een eigen bouwmarkt.

Een vorig leven van de Vertelhut: stouwruimte

Schijnbaar eindeloos stonden de bakjes met ijzerwaren naast elkaar, achter elkaar en op elkaar, in een donkere kamer waarin het zonlicht zich met moeite binnenvocht.

Voormalige bouwmarkt

Met de blik op de toekomst, en het verstand op een laag pitje, heb ik het Schrijfwerk bij tijd en wijle onderbroken om de ruimte bakje voor bakje, plank voor plank en stelling voor stelling leeg te halen.

Magazijnruimte in afbraak

Bij het leeghalen ontstond plots het gevoel, dat de kamer een sfeervol onderdeel zou kunnen worden van het Cultuurerf. Al het hout van de vloer en de wanden straalden het beeld uit van een archetypische boswachterswoning: diep verscholen in het bos, geweien aan de muur, een jachtgeweer in de hoek. De kachel aan, dicht bijeen, en luisteren naar verhalen.

Bijna leeg...

Nu laten we de geweitjes en het schiettuig waarschijnlijk schieten, maar de verhalen van de vertellers zullen komen.

Leeg!

Als het weer het toelaat, verdraagt het vertellen ongetwijfeld een flakkerend vuurtje...


De haard staat reeds paraat

En na Fase Eén komt... Fase Twee! Dat betekent onder meer de vloer schuren en lakken, de balken, kozijnen en deuren verven, de muur opknappen en de verlichting aanpassen. Daarna op naar Fase Drie: het in bedrijf nemen!

Inderdaad: de blik op de toekomst, het verstand op een laag pitje.

Den Andel, december 2011

woensdag 7 december 2011

Winteragenda

Warm u deze winter aan welgemeende woorden! De voordrachtagenda van Gritter ziet er de komende maanden als volgt uit:

8 januari 2012

Poëzievoordracht bij de opening van de expositie rondom het werk van Jans Muskee, Trijn Romein en Marian Mijnhardt

Lokatie: Galerie Galhant, Wilhelminastraat 10, Leens
Aanvang: 15:00

26 januari 2012

Poëzievoordracht Landelijke Gedichtendag (thema: "Stroom")

Lokatie: Balkhoeve, Waezenburglaan 55, Leek
Aanvang: 20:00

26 februari 2012

Optreden Poëziemiddag

Lokatie: Hotel 't Witte Paard, Oostwold (Westerkwartier)
Aanvang: 14:30

Meer informatie wordt te zijner tijd bekend gemaakt via deze weblog of via Twitter!

Den Andel, december 2011

dinsdag 6 december 2011

Zwanenhals

Lobbig stond het water
in de roestvrij stalen bak
Dichtgeslibd de buissifon
Het waterslot gesloten

Gepild de witte zwanenhals
Door varkensvet gestopt
Zonder dwang, geleidelijk
In U-bocht afgezet

Klemafdichting vormring
Schroefafsluiter buis
Afvoergoot rubberring
Tapschroef gootsteenzeef

Zwanenzang, lage toon
vlak voor de laatste drup
Volgelopen, afgesloten
Het zwanenmeer oogt vet

Stoma van de stankafsluit
Rond en enkelloops
Zwanenhals, glanzend slank
Afvoer van het vet

Gootsteenzeef vormring
Klemafdichting buis
Rubberring tapschroef
Schroefafsluiter afvoergoot
 
Dit gedicht maakt deel uit van de cyclus "Klusgedichten".
 
Den Andel, december 2011

Vlotterkraan

Gehavend hing de wartelmoer
op de deksel van de kraan
Kapotgebeukt, na achttien jaar
verwoest door waterdruk

Gemarteld was de wartelmoer
Gruw’lijk grof geschonden
Losgescheurd, ruw gerand
Verloren vlotterkraan

Aansluitrubber sierkap
Kraandeksel vlotter
Dempplaatje hefboom
Kleprubber wartelmoer

Vastgeschroefd aan waterbuis
was de vlotterkraan beklemd
Hangend in een natte cel
zonder spoor van buitenlicht

Gierend huilend waterval
Klaagzang van de kraan
Voorgoed vergane plastic stop
Dienstig aards bestaan

Aansluitrubber hefboom
Dempplaatje vlotter
Kraandeksel wartelmoer
Kleprubber sierkap
 
Dit gedicht maakt deel uit van de cyclus "Klusgedichten".
 
Den Andel, december 2011

dinsdag 29 november 2011

Dichters op het Erf

We moeten de winter nog beleven, maar mijn hoofd is al weer vol van zomergroen, bloesemgeur en zonnebrand. De reden is, dat langzaamaan de contouren zichtbaar worden van een volgend voordrachtproject: Dichters op het Erf. In zekere zin de opvolger van Stuurloos (2009), Heft in Handen (Poëzieavond Zuidhorn) (2011) en Zinnen Verzetten (eerste editie: 2011).

Dichters op het Erf zal op zondagmiddag 15 juli 2012 plaatsvinden in de tuin en de bijgebouwen van onze woonstee in Den Andel. Momenteel zijn we bezig dit deel van onze stek om te vormen tot Cultuurerf, dat ruimte gaat bieden - en reeds heeft geboden - aan activiteiten rondom Kunst en Cultuur.



Het Cultuurerf, vanuit Zeearendsperspectief

Tijdens Dichters op het Erf zullen daartoe uitgenodigde dichters vaste voordrachtplekken bezetten op het Cultuurerf. Momenteel ben ik doende de juiste dichter(es) op de juiste plek te plaatsen. Zo hebben we de Vertelhut en de Voormalige Varkensstal, alsook Het Bos, Het Prieel en de Pizzaoven, en Het Kippenhok en De Walnootboom. De dichters dragen voor op vaste tijdstippen, het publiek wandelt rond en hoort hen aan. Afwisseling wordt geboden door muziek. Zelf zal ik als Gastheer-Dichter óf een plek bezetten, óf als Vliegende Voordrager vrije wandelaars op de nek springen met gedichten uit de cyclus Andelster Gedichten.

En de namen dan? Die houd ik nog even onder mij. Zo blijft de boog gespannen, in zowel het komende winterweer, als het latere voorjaarsverlangen.

Den Andel, november 2011

maandag 21 november 2011

Goed bezochte boekpresentatie Den Andel

DEN ANDEL - Meer dan 50 mensen kwamen afgelopen zaterdag (19 november) in Den Andel op de been voor de presentatie van het boek Verhalen met een glimlach, geschreven door Dick J.H. Guillot en van illustraties voorzien door Koen van der Velden. In het boek beschrijft Guillot een alternatieve werkelijkheid achter een reeks Nederlandse spreekwoorden en gezegden, door de meer letterlijke betekenis daarvan als uitgangspunt te nemen. Van der Velden liet de verhalen op zich inwerken, en vulde ze aan met de beelden die bij hem opkwamen. De presentatie vond plaats in één van de ruimtes op het Cultuurerf van de Andelster schrijver/dichter Gritter.



Na de ontvangst werd de presentatie geopend door Gritter, die voor Guillot en Van der Velden als gastheer optrad. Gritter droeg zijn gedicht Waar de kunst kraait voor, dat onderdeel uitmaakt van de cyclus 'Andelster gedichten'.


Daarna volgende een korte speech, en was het de beurt aan de auteurs om het eerste exemplaar van hun boek officieel te overhandigen aan Philip Broeksma, wethouder Kunst en Cultuur van de gemeente Winsum.


Na de toespraak van de wethouder betrad Dick Guillot het podium om één van de verhalen uit de bundel voor te lezen. Daartoe verkleedde de schrijver/dichter zich als verteller, en nam hij plaats in een vertelstoel.


Rond kwart voor vijf was het officiële gedeelte ten einde, en konden de aanwezigen de geboorte van het boek vieren. Guillot en Van der Velden mochten vele felicitaties in ontvangst nemen, en heel wat verkochte boeken signeren.



Foto's: Bureau Davids

Lees hier het gedicht Waar de kunst kraait

Meer informatie over het boek, incluis verkoop: Dick Guillot

Den Andel, november 2011

zondag 20 november 2011

Waar de kunst kraait

Waar de winden kruisen, bij het Wad
ligt groen verweerd, in ‘t Hoogeland
een kleine parel, ongepoetst
die de oude naam Den Andel draagt

De vrije wind houdt het dorp
al eeuwen in zijn greep
Nat en kil uit west en oost
Zilt en zwoel uit noord en zuid

Het dorp oogt gestorven
Leeggewaaid de straten
De luiken toe, deuren dicht
Een kraai krast in een iep

Maar schijn bedriegt in het kleine dorp
want in de huizen, in de tuinen
wordt geklopt, gezaagd, gehakt
gehamerd en gehouwen

Dichters duwen woorden voort
Een schilder schuift met verf
Een houwer heft zijn moker
slaat bogen in de lucht

In Den Andel schept men beelden
uit zand, uit hout, uit inkt
Pennen krassen, penselen zwiepen
Beitels boren, vijlen schaven

Zo kent de kleine krent
een dubbel aangezicht
De voorkant ademt rust
Daarachter kraait de kunst
 
Dit gedicht maakt deel uit van de cyclus "Andelster gedichten", en is op 19 november 2011 als openingsgedicht voorgedragen tijdens de presentatie van het boek "Verhalen met een glimlach", geschreven door Dick Guillot en geïllustreerd door Koen van der Velden.
 
Den Andel, november 2011

maandag 14 november 2011

Boekpresentatie "Verhalen met een glimlach"

Op zaterdag 19 november aanstaande zal de feestelijke presentatie plaatsvinden van het boek Verhalen met een glimlach, geschreven door Dick J.H. Guillot en van illustraties voorzien door Koen van der Velden. De wethouder Kunst & Cultuur van de gemeente Winsum, dhr. Philip Broeksma, zal het eerste exemplaar van het boek officieel in ontvangst nemen.

In de verhalenbundel wordt op humoristische wijze een ongebruikelijke blik geworpen op een aantal Nederlandse spreekwoorden en gezegden. Schrijver/dichter Guillot heeft zijn fantasie de vrije loop gelaten door uit te gaan van een meer letterlijke betekenis van Nederlandse uitdrukkingen.


Dick Guillot & Koen van der Velden (foto: Bureau Davids)

De in Den Andel wonende Guillot en Van der Velden kennen elkaar goed. Buiten het zijn van dorpsgenoten hebben ze beiden een achtergrond in de beeldende kunst, en maken ze, met een aantal andere kunstenaars, deel uit van de Kunstgroep Het Hoogeland.

De boekpresentatie op 19 november start om 16:00, en zal plaatsvinden in één van de ruimtes op het erf van de Andelster schrijver/dichter Gritter, die voor Guillot en Van der Velden als gastheer zal optreden. Het erf is te vinden op het adres Kruisweg 6 te Den Andel.
 
 
Den Andel, november 2011

donderdag 10 november 2011

Stop die trein

Mededeling op station Roodeschool:

"Dames en heren. De stoptrein naar Maastricht van acht uur zeventien vertrekt over ongeveer één kwartier. Herhaling: de stoptrein naar Maastricht van acht uur zeventien vertrekt over ongeveer één kwartier. Deze stoptrein stopt op alle tussengelegen stations."

Mededeling in de trein, vóór vertrek uit Roodeschool:

"Dames en heren. Arriva heet u welkom in de stoptrein: Roodeschool Maastricht. Deze trein stopt te Uithuizermeeden, Uithuizen, Usquert, Warffum, Baflo, Sauwerd, Groningen Noord, Groningen, Zuidhorn, Grijpskerk, Buitenpost, Zwaagwesteinde, Veenwouden, Hurdegaryp, Leeuwarden Camminghaburen, Leeuwarden, Grou-Jirnsum, Akkrum, Heerenveen, Wolvega, Steenwijk, Meppel, Zwolle, Wijhe, Olst, Deventer, Deventer Colmschate, Holten, Rijssen, Wierden, Almelo, Almelo de Riet, Borne, Hengelo, Delden, Goor, Lochem, Zutphen, Brummen, Dieren, Rheden, Velp, Arnhem Velperpoort, Arnhem, Arnhem Zuid, Elst, Nijmegen Lent, Nijmegen, Nijmegen Dukenburg, Wijchen, Ravenstein, Oss, Oss West, Rosmalen, 's-Hertogenbosch Oost, 's-Hertogenbosch, Vught, Tilburg, Tilburg Universiteit, Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Breda, Breda Prinsenbeek, Lage Zwaluwe, Dordrecht Zuid, Dordrecht, Zwijndrecht, Barendrecht, Rotterdam Lombardijen, Rotterdam Stadion, Rotterdam Zuid, Rotterdam Centraal, Rotterdam Noord, Rotterdam Alexander, Capelle Schollevaar, Nieuwerkerk aan de IJssel, Gouda, Gouda Goverwelle, Woerden, Vleuten, Utrecht Terwijde, Utrecht Centraal, Utrecht Lunetten, Houten, Houten Castellum, Culemborg, Geldermalsen, Zaltbommel, Boxtel, Best, Eindhoven Beukenlaan, Eindhoven, Helmond Brandevoort, Helmond 't Hout, Helmond, Helmond Brouwhuis, Deurne, Horst-Sevenum, Blerick, Venlo, Tegelen, Reuver, Swalmen, Roermond, Echt, Susteren, Sittard, Geleen Lutterade, Beek-Elsloo, Bunde, en heeft als eindbestemming Maastricht. Wij wensen u een aangename reis."

Den Andel, november 2011

woensdag 9 november 2011

De twintig geboden

God, dacht de Heer op enig moment, zijn tien geboden nog eens aanschouwend. De mens heeft zich ontwikkeld, en menig gebod tot de zijne gemaakt, door ze in aardse wetten te vatten of diep te laten verankeren in de zedelijke moraal. Zowel moorden als stelen wordt als aards misdrijf gezien, gelijk het valselijk getuigen over een ander. De eerbied voor vader en moeder heeft de menselijke wet nauwelijks gehaald, maar geldt breedweg als innerlijke norm. Maar, de eeuwen overziend, en denkend te weten wat komen gaat, is bijstelling van node. Want als ik zeg: ‘Gij zult niet moorden,’ dan bedoel ik dat gij een ander niet van het leven mag beroven. Niets meer, maar zeker niet minder. Ik alleen ben verantwoordelijk voor het leven hier op aarde, en het is mijn voorrecht alleen het weer tot mij te nemen. Moorden is uit den boze, dus ook het doden uit mijn naam. Zo ook het doden, om het geloof in mij aan anderen op te dringen. Slechts door inzicht en vrije persoonlijke inkeer kan het ware pad worden bewandeld. Al dit leek mij destijds evident, toen ik de tafelen met tien geboden toonde, maar de mens meent, zo moet ik tot mijn eeuwige verdriet erkennen, anders. Ik zie tochten, aangevoerd door het kruis, en oorlog mijnentwege. Ik voel dwang, ik zie bloed, ik hoor ijzers sissen in het vuur. En hoewel de vrouw wat klunzig uit de man voortkwam – ik kon er destijds echt niets beters van maken – heb ik nimmer gewild dat de vrouw door de man zou mogen worden onderdrukt of op enigerlei wijze zou mogen worden uitgebuit. En mocht een man met een man willen verkeren, dan wel een vrouw gelijkelijk met haars gelijke: laat ze met rust. De drang de soort te verspreiden, hetgeen mij nog immer van immens belang lijkt, zal daaronder in het geheel niet lijden. Het wordt derhalve tijd, de geboden te herzien. Bestaande verdienen opschoning, nieuwe dienen toegevoegd. Nu moet ik nog een manier verzinnen, om mijn nieuwe wetten tot de mens te laten komen. Om te zorgen, dat ze in de plaats van de oude treden, opdat onnodig bloedvergieten en misbruik van kerkelijke macht in de jaren die komen gaan worden voorkomen. Ik zal een wijze van presenteren moeten verzinnen, die niets te gissen overlaat: “Hier is uw Heer, met de nieuwe geboden, twintig in getal”.

Hajo de Lange liep de lange weg naar Groningen. Rechts van hem was de zon doende zijn klim naar het middaguur te voltooien. Achter hem, een uur teruggaans, lag herberg D’olle Drent, waar hij de afgelopen nacht met veel kabaal was uitgegooid omdat hij zou hebben zitten sjoemelen met dobbelen. De laatste uren van de nacht had hij noodgedwongen in een droge greppel doorgebracht, van binnenuit verwarmd door het zure bier dat hij in grote pullen had genuttigd.

Nu het voorjaar gaande was, hoopte Hajo snel emplooi te vinden op één van de boerenplaatsen in de buurt van de stad. Er diende geploegd te worden, en hopelijk kon hij ergens blijven tot en met de oogst. Misschien lukte het hem zelfs om het aan te leggen met een dochter van een boer. Hajo was geboren in 1398, en volgde het pad naar de stad in 1423. Het was dus de hoogste tijd voor een vaste vrouw.

Hajo verliet de weg, en zocht bij gebrek aan bomen in de omgeving een bosje om tegenaan te urineren. Hij trof een kardinaalsmuts, die tot zijn kruis reikte. In het zicht van de Sint Walburg, nu een smalle paal in de verte, ontwarde hij de knoop van zijn voddige broek, en liet deze zakken. Wijdbeens stond hij daar, op elzen klompen.

Op het moment dat zijn plas de bladeren van het bosje bereikte, vatte de struik vlam. Hajo deinsde achteruit, struikelde achterwaarts over een kei en viel op de grond, zijn broek op de klompen. Vlug stond hij op, hees zijn broek omhoog en staarde naar het groen dat vlam had gevat.

Eerst dansten de vlammen woest, tongen werpend. Water siste uit de groene twijgen, droogverbrande takken verpulverden. Maar langzaam zakte het vuur in, rokend zoekend naar zuurstof. Eerst nauwelijks hoorbaar, maar steeds luider, hoorde Hajo nu een stem, komend uit het droge bosje. De stem riep zijn naam. ‘Hajo! Hoor mij aan! Hajo!’ De stem klonk diep, en iets geschuurd. Hajo kreeg kippenvel, en dacht aan het zure bier dat in D’olle Drent werd geschonken. ‘De volgende keer wat minder,’ mompelde hij. Hij hief zijn rechtervoet omhoog, en trapte in het bosje, dat omviel. Rook kringelde omhoog.

De stem leek een kuchend geluid voort te brengen, en stierf weg. Hajo draaide zich om, en vervolgde zijn weg, op zoek naar vrouw en veldwerk. Aan het voorval dacht hij nimmer meer terug.

Sedertdien is niets meer gehoord van de Brenger, noch van de Twintig geboden die nimmer bij de mens werden afgeleverd.
 
Den Andel, november 2011

maandag 7 november 2011

Sterrenbeelden

sterrenbeelden
lang geleden
stuiplicht uit het al
groots immens
buitenmaats
fotonen door eonen

zie ze stralen
zwart gordijn
nachtelijke wacht

totdat de kleine zon
de sterren sterven doet

en ik weer denk
aan doodgewoon
elke dag
wederom
telkens weer opnieuw

Den Andel, november 2011

vrijdag 4 november 2011

Aandacht voor de boekpresentatie!

Vandaag (4 november 2011) gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden:



Den Andel, november 2011

zondag 30 oktober 2011

Geven & nemen, Vorm en Inhoud

 Afgelopen zomer stond ik een keer te plassen in ons toilet. Dat gebeurt wel vaker, natuurlijk, maar deze keer gebeurde er iets waardoor ik schrok zodat ik me de plasbeurt nog steeds herinner. Onder het plassen hoorde ik ineens een harde tik en een natte pets, en keek angstig in de pot. Wat ik zag, gaf me eerst een opgelucht gevoel; er was iets gevallen, en dat iets kwam gelukkig niet uit mijn lijf. De opluchting sloeg echter direct om in teleurstelling. Mijn mobiele telefoon was uit mijn jaszak gegleden, en stond nu schuin omhoog onder water.

Teleurstelling; geen blinde paniek. Geen hartkloppingen, huiduitslag of een nerveuze aangezichtszenuw. Hoe dat komt? Gritter is opgegroeid in de jaren zeventig, in de tijd dat de vaste telefoon met draaischijf zijn intrede deed in de gewone Nederlandsche gezinnen. Zo'n apparaat kon je best afkoppelen en meenemen in een tas of een pukkel, maar het was onmogelijk om onderweg iemand te bellen met het dode ding. Dat verklaart de reactie die ik beleefde bij het in de pot zien wiegen van het mobieltje. Jammer, een beetje vervelend, maar vooral teleurstellend. Al meer dan veertig jaar lukt het de mens om mensen op de maan te zetten, maar een mobiel ontwikkelen dat waterdicht is: ho maar. Juist als je in een land-onder-zeeniveau woont, zou je verwachten dat dergelijke machines standaard geleverd worden. Als de dijk doorbreekt, lukt het mij in ieder geval niet om subiet de Dijkgraaf te bellen.

Het toilet had mij iets ontnomen, zoals het toilet mij vaker zaken heeft ontnomen en dagelijks ontneemt. Dat deed mij na het drogen van de telefoon, in de ijdele hoop dat hij na het drogen weer te gebruiken zou zijn, kauwen op de vraag of het toilet ook weleens iets teruggeeft. Een soort Yin & Yang-achtige evenwichtsvraag, als u mij volgt. Menig fenomeen dat neemt, geeft immers ook. En andersom. De zee voedt vissers, vissers voeden de zee. Het erf van Gritter geeft in overvloed zijn vruchten af, maar neemt bij tijd en wijle delen van de levende have. Zou het toilet ook zo te duiden zijn?

Ik bedacht me, dat een toilet zeker teruggeeft. Bij een verstopping, bijvoorbeeld, komt er van alles omhoog. Maar helemaal zuiver is deze constatering niet. Wezenlijk betreft het dan immers een niet willen nemen van het toilet, dat na het nemen van de juiste maatregelen een geforceerd aannemen wordt. Bovendien: nu ik de veertig ben gepasseerd, ben ik vooral op zoek naar meer existentiële patronen. Kan een minder plat geven worden aangeduid, dat mij als mens in brede zin rijker maakt? 

Gisteren heb ik ervaren, dat dit zeker het geval is. Onder het plassen schoot mij ineens een gedachte in het hoofd, die van belang is in mijn jarenlange geworstel met Grote Projecten. Momenteel loop ik met drie romanideeën in mijn hoofd, waaruit ik nodig een keuze moet maken. Is de keuze eenmaal gemaakt, dan moet ik schrijven. Eenmaal begonnen, loop ik steevast tegen een grote vijand aan: Het Beest van het Betere. Dit smerige wezen doet me wankelen en twijfelen, door met toegeknepen ogen op indringende wijze te vragen of dat wat ik heb geschreven, niet beter kan of anders moet om uiteindelijk een werk te kunnen creëren, dat eenzaam hoog op de literaire ladder torent. Wat als ik mezelf heb zitten vastschrijven, zodat ik nooit en te nimmer alle potenties van mijn romanidee ten volle kan waarmaken?

De gedachte die het toilet mij gaf, lijkt een openbaring. Ze spiegelde me voor, dat de kracht, het fundament, uiteindelijk schuilt in de vorm. Binnen het idee van de roman maakt het uiteindelijk niet uit wát ik schrijf, maar hoe ik dat doe. Ergens, diep in mij, wist ik dit al wel, maar Het Beest wist het altijd vakkundig te onderdrukken.

Wat dit nu te betekenen heeft? Simpel: er zijn geen obstakels meer. In theorie kunnen er - mits de tijd mij wordt gegund - vloedgolven met prachtig proza over de Nederlanden worden uitgestort. Ondanks mijn leeftijd moet ik Simon Vestdijk kunnen verslaan. Qua kwantiteit, dan.

Ik ben benieuwd.

Den Andel, oktober 2011

maandag 24 oktober 2011

Veroveren

Het erf dat we sinds het midden van juni bewonen, is ons niet puntgaaf, glimmend en met een lintje om geleverd. We moeten het stap voor stap veroveren. Het is een erf met een verleden dat nog steeds zichtbaar aanwezig is, maar langzaamaan wordt omgewerkt tot een oord met toekomst.

Vandaag is wéér een klein stukje meer van onszelf geworden: de voormalige paardenstal, waar omstreeks deze tijd vorig jaar nog een dik varken verder werd vetgemest. Doordat elders op het erf ruimte was gecreëerd, kon ik het verder leeghalen en het onszelf toe-eigenen. De logge traliewerken hangen er nog, en dat laten we voorlopig zo. Mocht het op het erf ooit tot een citizen's arrest komen - een bevoegde aanhouding op heterdaad - dan leent de ruimte zich uitstekend om het ruwe volk hier tijdelijk op te houden, tot het aan het bevoegde gezag kan worden overgedragen.

De voormalige paardenstal

Iedere nieuwe verovering betekent ook een ontdekking. Zo trof ik in de voormalige paardenstal casu quo het latere varkenskot een tweetal waterbuizen. Eén ervan, de linker, leidt naar een buitenkraan en een drinkbak. De andere is door middel van een afsluitkraan afgesloten. Als ik de kraan open, begint het water door de buis naar beneden te stromen. Maar met welke bestemming? Dit schuurdeel is helemaal aan het eind van het schurencomplex gelegen. Leidt het naar een nog onontdekte buitenkraan in de voormalige moestuin? Misschien wordt het tijd om de spade ter hand te nemen, en te zoeken naar een oude bomkelder. Het huis is in 1987 opgeleverd, dus twee jaar voor de val van de Berlijnse muur. Zo bezien geen vreemde theorie.

Leidt de rechterbuis naar een vóórmuurse bomkelder?

Het erf heeft veel te bieden; het geeft gul. Naast de ladingen pruimen en walnoten die we hebben geoogst geeft iedere verovering veel voldoening. Maar af en toe wordt de balans opgemaakt. Het erf eist dan zijn tol. Zo is niet alleen onze Bielefelder Hahn ons ontvallen, verdronken in één van de waterreservoirs, ook hebben we reeds drie van de vier kittens moeten begraven. De bloemen op het graf voeden zich met onze tranen.

Moppie op de binnenplaats

Met de Laatste der Kittens gaat het overigens goed. Moppie heet ze. Eigenwijs als ze is heeft ze haar eigen kattenbak gecreëerd: de deurmat achter de voordeur. Een fraaie entree, zowel voor het ruwere volk als het meer gewenste bezoek. Maar we vergeven het haar, ze is immers de Laatste. En het is nu eenmaal haar manier om ook een deel van het erf te veroveren.

Den Andel, oktober 2011

vrijdag 14 oktober 2011

Oude wijn, nieuwe zak

De laatste maanden ben ik af en toe wezen kijken op de plaats, waar eens de vorige Weblog Gritter was. Zwartgeblakerd, rokend en stinkend lagen de letteren erbij. Alleen de laatste vijf berichten waren te lezen, de overige waren onbereikbaar. Een digitale rampplek.

Ook gisterenavond ging ik even kijken. Want: ik mis de oude berichten. Die bieden toch een basis, een verleden, voor hetgeen op déze plaats gebeurt. Maar wat ook belangrijk is: op diverse plaatsen wordt naar de oude berichten verwezen, zoals op de website van Zinnen Verzetten.

Tot mijn verbazing kon ik doorlopen, en alle berichten inzien.

Het was tegen kwart voor tien, en ik greep mijn kans. Ik heb al mijn berichten uit de puinhopen van weblog.nl gered, en een plaats gegeven op deze blog. Oude wijn in een nieuwe zak. Ik ben tot ongeveer één uur in de nacht bezig geweest. Vandaar dus, dat op donderdag 13 oktober en op vrijdag 14 oktober in totaal vijftig (50) berichten zijn geplaatst. Zodra zal ik de site van Zinnen Verzetten aanpassen, zodat alles weer soepel draait.

Ik voel me weer compleet, net als de Seicento. Hoe dat zit? Lees maar op deze blog, te midden van alle andere berichten!

Den Andel, oktober 2011

Schatvondst

Enige tijd geleden berichtte ik over de levenswandel van Lotje, het katje dat op ons erf was achtergebleven. Een schuw beestje, dat op enig moment de buik vol had met kittens. Op een dag had ze haar oude figuur terug, hetgeen bij ons de vraag deed opkomen waar haar kroost was gebleven. Want dat was nergens te bekennen. Aangezien ze na haar bevalling steeds vaker bij ons was, en steeds aanhankelijker werd, kregen we het idee dat haar werpsel doodgeboren was, of was opgevreten door de ratten. Later hoorden we van iemand die haar goed kende dat Lotje de twijfelachtige gewoonte had haar nestje harteloos de rug toe te keren. Hoofdschuddend sloegen we haar sedertdien gade, en binnensmonds werd ze al snel Sletje genoemd. Van de ene kater naar de andere, en de consequenties negeren; dat zou toch niet mogen.

Vandaag heb ik haar mijn excuses aangeboden. Want: Lotje blijkt weldegelijk een nestje te hebben waar ze goed voor zorgt! De oudste liep met zijn nichtje over het erf, en hoorde ineens gepiep op het zoldertje van het schuurtje van de Buitenoven. Samen gingen ze kijken, en in een oude bloembak troffen ze drie kleine kittens. Aangezien ze het idee hadden dat er ook nog een vierde was, werd met behulp van een zaklantaarn nader onderzoek verricht. En verrek: op een onmogelijke plek zat kitten nummer 4. Uiteindelijk heeft ondergetekende de laatste uit zijn benarde positie kunnen redden. Toen ik het kitten, vastgepakt aan zijn nekvelletje, aan het publiek toonde, voelde het heel even – héél even – alsof ik rond kerstmis in Chili was, en een mijnwerker bij zijn kraag uit de schacht had gevist.

De vraag was natuurlijk, wat te doen. Het spul laten liggen, met de kans dat het zou verwilderen, of het onderbrengen in het landhuis, in de hoop dat Lotje zich daar verder over het grut zou gaan ontfermen. Daarover hing, als een dreigende schaduw, nog de vraag of dit überhaupt wel de jongen van Lotje waren. We telden twee lapjeskittens, een helderrode en een donkere gevlekte. De rode deed ons direct vermoeden wie de vader was: de oude kapitein, een verwilderde, gehavende kater die regelmatig ons erf doorkruist. Een spitting image, afgezien van de gerafelde oren.


Het jonge spul thuis. Moeder Lotje wilde nog niet op de foto

We besloten de kleinen in huis te nemen, en Lotje erbij te halen. Wat keek ze vreemd op toen ze haar jongen aantrof rondom mijn gitaren. Dat het de hare waren, was wel duidelijk. Ze begon ze direct te wassen en te zogen. Lotje herenigd met haar kittens.

We schatten in dat de kleinen rond de drie weken oud zijn. Maar wat nu? De kinderen menen dat ze ieder in elk geval één mogen houden. Dat zou de dierenschare brengen op 4 Bielefelder kippen, 5 katten (Brutus, Liesje, Lotje en de kleinsten) en een oude goudvis.


Detail van de kittenkluwen

Nu weet ik waar ik voor dicht: kippenvoer, kattenvreten en vissenvoedsel. En een knackworst voor de kinderen, op z'n tijd.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Groen decor

In de aanloop naar Zinnen Verzetten (première: 18 augustus om 19:30) heb ik op diverse lokaties alvast wat tipjes van de sluier opgelicht, door enige gedichten uit de cyclus voor te dragen. In Hotel In 't Holt (Zuidhorn) bijvoorbeeld, tijdens de Poëzieavond Zuidhorn, en bij de start van de bouw van het Activiteitencentrum "De Bosschuur" op de Ballastplaat in het Nationaal Park Lauwersmeer. Vandaag was ik weer in "De Bosschuur" – nu af en nog fonkelnieuw – om toevallig langsstromende bezoekers warm te dichten voor de nakende wandelingen. Ik heb applaus geoogst, dus kennelijk goede poëzie gezaaid.

De voordrachten-in-de-aanloop vonden steeds in overdekte ruimtes plaats. Geen hemel boven mijn hoofd, maar oude plafondbalken of glimmende ijzeren spanten. Dat wordt tijdens de wandelingen anders. Dan reciteer ik de poëzie in de volle natuur. Het groen van het gras, het zand op de paden en de wuivende populieren bieden dan het decor. Alsook het weer, niet te vergeten. Als het tijdens een voordracht van een gedicht hard waait, dan speelt de wind een jachtige rol. Als het regent, dan weent de poëet uitbundig. Als de zon schijnt, wordt de passiegloed werkelijk voelbaar.

Na mijn bezoek aan het Activiteitencentrum ben ik het decor gaan inspecteren, om te zien of de kleuren en de geuren goed zijn. Staat het riet goed? Komen de vlieren goed naar voren? Waait en weent het nog steeds op windstille dagen bij het Feeënbankje? De natuur heeft de afgelopen maanden hard gewerkt in het Lauwersmeergebied. Op sommige paden staan de grassen op de juiste hoogte – hoog genoeg om natte broekspijpen te krijgen - en het zicht vanaf de Parnassus is nog steeds overdonderend. De Parnassia groeit en bloeit op de juiste plekken, hoewel voor mijn gevoel minder uitbundig dan tijdens Stuurloos een tweetal jaren geleden. De duindoorn, die wordt bezongen in mijn gedicht Land van Oranje, oogt ondermaats. In sommige jaren zorgen de bessen voor grote oranje vlekken op de Ballastplaat en daarbuiten, maar dit jaar is het zoeken naar kleine blosjes. De herfstzomer die we momenteel beleven heb ik reeds aangeschreven, met het verwijt de duindoorn te weinig zonlicht te hebben gevoed.

We gaan het beleven: Lauwersmeerpoëzie in het Nationaal Park Lauwersmeer. Op donderdag 18 en zaterdag 27 augustus starten we om 19:30 bij het Activiteitencentrum, en op de zondagen 4 & 11 september om 13:30. Bezoek voor meer informatie (waaronder de wijze van aanmelden) de website: http://zinnenverzetten.webs.com.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Voorproeven

Aanstaande zondag (14 augustus) zal Gritter van 13-15 aanwezig zijn in het Activiteitencentrum "De Bosschuur" (De Rug 1, Lauwersoog), om - afhankelijk van de aanloop - enkele gedichten voor te dragen uit de cyclus 'Zinnen Verzetten'. Aldus hoopt hij passanten warm te maken voor de bijzondere natuurexcursies onder dezelfde titel, die gehouden worden op 18 & 27 augustus, en op 4 & 11 september. Zie daarvoor de speciale website: http://zinnenverzetten.webs.com/.




Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Noorderlicht

Galerie Forma Aktua in Groningen (Nieuwstad 10) organiseert rondom het fotografiefestival Noorderlicht op 30 september van 20:00 tot 22:00 een bijzondere foto/poëzieavond ("Dichters geïnspireerd door fotografie"). Negen dichters zullen die avond, naast ander werk, elk een gedicht voordragen dat zij speciaal hebben geschreven bij een toegezonden foto. De foto's en de gedichten verschijnen uiteindelijk in een exclusief boekje in een genummerde oplage.


Gritter is één van de dichters die is uitgenodigd om een gedicht bij een foto te schrijven. Een mooie uitdaging; halverwege augustus ontvang ik de foto, en begin september moet het gedicht gereed zijn. Het contrast met de Zinnen Verzetten-cyclus (voordrachten op 18 & 27 augustus en 4 & 11 september) is groot, want het thema van Noorderlicht is: Urban Life. Dat wordt dus een outside perspective vanuit Den Andel, hoewel Gritter natuurlijk met grote regelmaat in Stad wordt aangetroffen.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Erfgoed


Sinds 18 juni brandt onze haard niet langer in het Westerkwartier, maar op het Hoogeland. In Den Andel, om precies te zijn. Aldaar hebben we een landhuis betrokken op een halve hectare grond, gelegen aan een doodlopend fietspad. Aan de zuidkant grenst het erf aan een veld met aardappelen, aan de noordkant wuift het graan en aan de westkant ligt een bos. Ten oosten hebben we buren.


Het erf dat we hebben betrokken is doortrokken van verhalen. Wie de grote schuur betreedt en de grote timmerwerkplaats ziet, vol verstofte zaagmachines, blokschaven en een stapeltje met zaagsel bedekte cd's, heeft weinig fantasie nodig om een deel van de erfhistorie accuraat te reconstrueren. In de grote tuin, vol weelderig groeiend groen, vangt Lotje met regelmaat muizen en mollen. Lotje is de achtergebleven poes, die ooit Bonte Koe heette. Ze oogt jong, want klein van stuk, maar de schijn bedriegt.

Aanvankelijk zagen we haar nauwelijks. Ze was uitzonderlijk schuw, en leek onze aanwezigheid als een bedreiging voor haar bestaan te beschouwen. Totdat ze merkte dat we twee katten hadden meegenomen naar het Hoogeland die op regelmatige basis werden gevoerd. Via de brokken en het blikvoer hebben we haar enigszins aan ons kunnen binden. Een derde kat kon er nog wel bij, zo was onze redenering, te meer daar een landelijk erf ook het nodige ongedierte kent.

Een week of drie geleden schrokken we echter bij het aanschouwen van ons Lotje. Ineens viel op dat haar buik in de breedte was uitgedijd. De diagnose was gauw gesteld: de buik vol kittens. We hadden er uiteindelijk vrede mee, zoals dit goede ouders betaamt.

Een week geleden was de buik al weer leeg, en sindsdien is Lotje vaker dan voorheen in onze buurt. De grote vraag is echter, waar de kittens zijn gebleven. Behoort moederpoes in de eerste dagen niet vooral bij de koters te verblijven? We hebben nog gezocht naar een nis voor het nest, maar konden niets vinden. We kregen het vermoeden dat de kleintjes doodgeboren zijn, of opgevreten door Hoogelandster predatoren. Later kwam ons ter ore, dat dit poesje veel vaker een nestje de rug had toegekeerd in plaats van de buik. Hoofschuddend aaien we het spinnende meiske, dat ogenschijnlijk verduveld weinig last heeft van wroeging.

De vegetatie op het erf laat zich goed onderhouden. We genieten van de druiven, de peren, de elzen en de essen, en zelfs het zevenblad stoort ons allerminst. Tussen al het fraais troffen we ook grote planten met knalgroene bladeren, gehecht aan lange stengels die op bamboe lijken. Het gaf de tuin op bepaalde plekken een vreemdsoortige junglelook. Die beleving werd bij mij nog eens versterkt, doordat ik er op een overwoekerd paadje een aantal malen dwars doorheen ben gereden met de rode Fiat Seicento-met-harde-sportbandjes. Mooi, dat subtropisch ogende gewas, totdat ons verteld werd dat het Japans knoopkruid was. Een keihard gewas dat al het andere groen kan overgroeien, en eigenlijk niet stuk te krijgen is. Via de wortels plant het maar voort, waarbij het zich niet laat beperken door betonplaten en asfaltbedekkingen. 's Winters sterft het bovengronds af, maar de wortels doorstaan de strengste vorst. Enig zoeken op internet leerde me dat het kruid in enkele ons omringende landen zwaar bestreden wordt. Het is een kwestie van tijd, totdat Geert Wilders het knoopkruid als metafoor gaat gebruiken voor de oprukkende islam.

We doen een dappere poging het knoopkruid van ons erf te weren. We hakken en we zagen, hetgeen me af en toe met een schuldgevoel doet bekruipen. Soms denk ik werkelijk een vergeten indianenvolk aan te treffen achter wéér wat vierkante meters gekortwiekt knoopkruid. Maar we moeten doorgaan, willen we voorkomen dat straks het hele Hoogeland met het spul bedekt raakt. Ik denk dat het spul uiteindelijk zelfs in staat is de mens van zijn Aardse troon te stoten. Enige hulp van het Rijk, de VN of het Leger des Heils zal niet worden afgeslagen.

Er valt, zo blijkt, veel te doen en te beleven op ons nieuwe erf. Aan inspiratie zal ik vermoedelijk weinig gebrek hebben. Nu nog de rust en de tijd vinden voor het schrijven. Maar eerst nog maar even bij de kippen kijken, en zien of er een vosje door ons bos zwerft.


Den Andel, juli 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Optreden Culturele Avond Den Andel

Zaterdagavond 2 juli zal ik – naast andere dichters – een poëzievoordracht verzorgen tijdens de Culturele Avond die in het kader van de Kunstmanifestatie Den Andel gehouden zal worden.


Locatie: Oude Dijk 60, Den Andel

Aanvang: 20:30

Bezoek voor meer informatie: http://www.kunstgroephethoogeland.nl


Den Andel, juli 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Dichter bij het Vuur

foto: Hans Elward

Dichter bij het vuur
Dansen vlammen woest de passie
Tongen branden woorden
In de zinderende lucht


Zuidhorn, juni 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Completo

Eindelijk, de rode Seicento is weer compleet. Nadat ik de Italiaanse vanuit Surhuisterveen op de inrit te Zuidhorn had gezet (zie eerdere blog), viel me ineens op dat er onder de rechterkoplamp iets ontbrak. Net als een aantal andere autotypes heeft de Seicento wallen onder de ogen. Links was ze compleet, maar rechts ontwaarde ik een gapend gat onder de lamp. Slagregens en woeste sneeuwval hadden zo vrij spel.



Vóór: de Fiat Seicento zonder wal

Het leek me aardig om de ontbrekende wal zelf op te sporen, en te monteren. Het kostte me uiteindelijk vijf weken om het onderdeeltje te bestellen. Eerst ving ik vier keer bot bij diverse demontagebedrijven, maar de vijfde keer was het raak, bij een handelaar in originele Fiatonderdelen.

Een lastig aspect van de zoektocht was mijn gebrek aan technische kennis. Het ontbrekende dingetje kon ik niet in één keer duiden, maar alleen omschrijven. Ik kwam daarbij niet veel verder dan "plat plastic onderdeel onder de lamp", "soort afsluiting", en "soortement spoilertje onder de koplamp". Het onderdelenbedrijf verstond zijn vak, en stuurde mij de onderlijst onlangs op. Want zo heette het gewilde officieel.

Het monteren was nogal wat gepruts. Doordat ik geen technische opleiding heb om op terug te vallen, heb ik met trillende handen bij de koplamp zitten wroeten om het stuk plastic er onder te krijgen. De oudste – net één dag negen – keek me meewarig aan, terwijl ik onder de lamp zat te rommelen. "Haal dat ding er toch eerst uit," zei hij. "Dan kun je er beter bij." Ik schudde mijn hoofd. "Durf ik niet," zei ik zacht. "Mietje!" slingerde hij naar mijn hoofd.

Dat ging me natuurlijk veel te ver. Ik greep de bahco – de verstelbare moersleutel – en wierp me op de koplamp. Aan twee losse bouten had ik genoeg. De onderlijst liet zich vervolgens eenvoudig onder de koplamp vast schroeven.


Ná: de Fiat Seicento met gemonteerde onderlijst

Tevreden klopte ik mezelf en mijn oudste op de schouder. De Italiaanse heeft weer twee wallen in plaats van één. En het mooiste is: alle lichten doen het nog! Zowel het knipper, het dim en als het grote. Toch mooi zelf gedaan.


Zuidhorn, juni 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

65.000 keer Gritter

Deze week valt Gritter 65.000 keer op een deurmat. Want: het zomernummer van Onverwacht Nederland is uit (het tijdschrift van Staatsbosbeheer), en daarin is een reportage opgenomen over de dichter, het project Zinnen Verzetten en de schoonheid van het Nationaal Park Lauwersmeer. Mooie reclame, zo in de aanloop naar de wandelingen in augustus en september.



Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Arendsjong: Prins(es) van het Meer

Het is nu zeker: in het Lauwersmeergebied is een arendsjong geboren! Zie de reportage van RTV Noord met Staatsbosbeheerders Jan Willems en Hans Gartner (link). Daaronder een gedicht over de zeearend uit de cyclus Zinnen Verzetten: Koning van het Meer.

Koning van het Meer

Vleugels spannen meters wijd
als hij drijft op de lucht
Vleugelvingers veren licht
Gracieus zijn koningsvlucht

Hij spiedt, hij wacht, hij waakt
Streng ziet hij neer
Scherp de klauwen, klaar voor prooi
Hij heerst over het meer

Cirkels draaiend daalt hij rap
Hij glijdt, hij valt, hij zweeft
Zeker scheert hij golven glad
Wee die aan zijn nagels kleeft

Eens ons land ontvlucht
Wordt hij nu met recht geëerd
Komend uit het oosten
Krijt hij luid zijn wederkomst

Blijf, arend, blijf
Verblijd het mensenkind
Vind hier je thuis, je warme nest
Trotseer de westenwind

Vind alhier je koningin
Laat het liefdesspel beginnen
Zie haar zachte verenpracht
Wacht niet met beminnen

De prinsenzonen die ze baart
Zijn de koningen van later
Ze gaan regeren zoals jij nu doet
Heren van het water

Blijf, arend, blijf
Zorg goed voor vrouw en kind
Hoed je nest, ga niet voort
Bevecht de westenwind


Lauwersoog, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Samenloop

Leuke berichten, in korte tijd. Boswachter Jan Willems is terecht verheugd, omdat het zeearendpaar mogelijk kroost heeft voortgebracht. Ik zag hem zojuist op de buis, bij Paul de Leeuw. Vandaag bereikte mij ook het bericht, dat hij weer gaat twitteren; ik zag dat hij zijn foto al had aangepast. De Boswachter gaat dus weer de Lucht in, de campagne is geslaagd! Gisteravond heb ikzelf de laatste hand mogen leggen aan het schuur- en aflakwerk voor Zinnen Verzetten. Even uitblazen, en dan verder met de ándere voorbereidingen. Ook kwam vandaag een mail, waaruit bleek dat mijn gedicht Zwart wit in juni gepubliceerd zal worden in het Drents literair tijdschrift Roet.

Een ongeluk komt zelden in enkelvoud, maar heel af toe willen mooie berichten gelukkig ook wel eens samenballen.

Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Sloddervossen rond het Lauwersmeer

Afgelopen zaterdagnacht, rond half drie, bevond ik mij in een vreemdsoortige droomslaap. In mijn hoofd kwam een rode brandweerauto steeds dichterbij, hetgeen merkbaar was door het steeds luider worden van de politiesirene (zo gaan die dingen in dromen). Op het moment dat het lawaai zeer nabij kwam, werd ik plots wakker. Een knal. Het harde geluid drong direct door. Ik hoefde niet lang na te denken: zo klonk het als onze blikken vuilnisbak omver werd geduwd, en op de veranda terecht kam. Verrukt sprong ik uit bed, want hoewel in theorie de harde zuidenwind de boosdoener had kunnen zijn, had het omvallen van de vuilnisbak zeer waarschijnlijk een geheel andere natuurlijke oorzaak: een vos!

Binnen luttele seconden had ik ons keukenraam bereikt, en kon ik in het flauwe licht van de sterren boven het Lauwerzand een fraai schouwspel tot mij nemen: twee vossen, die met hun koppen in de omgegooide vuilnisbak zaten te rommelen.

Eén van de twee was een brutale donder die wat door de tuin ging lopen, en mij op een gegeven moment recht in de ogen keek. Dat deed mij veel, maar hem blijkbaar niets. Rustig keerde hij naar de vuilnisbak terug, en zocht verder naar etenswaren. Ik had het idee dat dit hetzelfde vosje was als het beest dat vorig jaar bij een te vroeg ingevallen nacht (door donkere donderwolken) op onze veranda had rondgedwaald. Bewijzen kan ik het niet, want voor mij lijken alle vossen eigenlijk op elkaar. Maar een aanwijzing is het vossenhol achter het fietsenschuurtje (ik zoek nog naar andere uitgangen).

Voor mij lijken alle vossen op elkaar, maar dat geldt niet voor vosje nummer twee. Dat was vele malen schuwer; toen het mij ontwaarde, schoot het weg. Ik zal hem echter snel herkennen, als ik hem ooit weer mag zien. Want geloof het of niet: het was een witte. Pardon? Jawel: een witte vos. Op het gevaar af dat ik door deskundigen volledig biologisch-ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard: ik durf te zweren dat het beest wit was.
In het Lauwersmeergebied overkomen mij wel vaker vreemde dingen. Voor mij is en blijft het een magisch land.

Na een minuut of tien vond ik het welletjes. Ik wilde niet dat de inhoud van de vuilnisbak zich verder ging verspreiden, vanwege de praatjes die dit tot gevolg kan hebben ("Gritter is zeker weer met z'n dronken kop tegen de vuilnisbak gelopen"). Ik opende de openslaande deuren om de veranda te bereiken, en verjoeg de overgebleven vos.


Lauwersoog, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zuidelijke Vurigheid uit Surhuisterveen

Over een dikke maand brandt onze haard niet langer in Zuidhorn, maar in Den Andel. Vanwege de ligging van dit mooie dorp, en de hang naar mobiliteit, vonden we het nodig ons wagenpark uit te breiden met een extra vierwieler. Het moest een kleintje worden, laag in de vaste lasten. Het oog viel al snel op een Fiat Seicento uit 2000.


We troffen de auto in één van de garagebedrijven van Surhuisterveen. Op onze rit naar het Friese dorp reisde de geest van Meindert Talma mee. Onze oudste, die Talma had horen zingen tijdens de Poëzieavond Zuidhorn, deed op de achterbank een meeslepende imitatie door compleet met overslaande stem de naam van het dorp te scanderen.

Na een nerveuze proefrit – de benzinemeter alarmeerde vrijwel constant dat de tank leeg was – besloten we de kar te kopen. Vuurrood, met sportvelgen, en aan de achterkant voorzien van heuse Goodyear banden. De verkoper betitelde de Fiat als een boodschappenautootje, hetgeen ons onwerkelijk voorkwam. Als we met z'n vieren ouderwetse weekboodschappen met de Fiat zouden moeten doen, zouden we van alles tekort komen. Nee, inkopen doen we met onze Roemeense vrachtauto: de Dacia. Laaddeuren open, en schuiven maar.


De Fiat Seicento 1100 i.e. Hobby, klaar voor een picknick bij de gasopslag Grijpskerk

Het had weinig gescheeld, of deze jonge schrijver/dichter had de aankoop van de auto niet overleefd. Bij het ophalen van de kentekenpapieren parkeerde ik de Dacia op een tegenover het garagebedrijf gelegen parkeerterrein, hectares groot en helemaal leeg. Het behoorde tot een andere onderneming, die de klandizie kennelijk iets te rooskleurig had voorgesteld. Terwijl ik het parkeerterrein opliep, met de papieren van de Fiat, had ik de euvele moed mijn sigaret uit te trappen op de lege, smetteloze parkeerplaats. Dit leidde tot heftige reacties van enkele schaftende lieden, die daarmee vooral wilden aangeven: niet parkeren op ons lege terrein! We willen hier geen auto's! Terwijl ik snel het parkeerterrein afreed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel nog net een dubbelloops jachtgeweer blinken. Vort, vreemde! Wees niet welkom als klant in Surhuisterveen! Opmerkelijk was, dat de persoon die mij aansprak een randstedelijke tongval had. Misschien had hij een hekel aan het dorp en de mensen die de lokale nering bezoeken.


Harde sportbandjes op de Seicento Hobby

De auto heeft zich tot nu toe goed gehouden. Een rondritje in het Wetserkwartier, met picknickmand in de "kofferruimte", en enige zakelijke tripjes op het Hoogeland, gingen goed. Hopelijk beleven we meer dan één goed jaar met de Italiaanse-met-sportbandjes.


Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

donderdag 13 oktober 2011

Triumviraat van het Lauwersmeer

Afgelopen zaterdag, de dag voor pasen, liep ik nog maar weer eens de Zinnen Verzetten route. Ditmaal zonder kaart, de rondgang heeft weinig geheimen meer voor mij. Dat wil niet zeggen dat het saai wordt. Integendeel. Terwijl ik de Parnassus in het vizier kreeg, een minuut of vier gaans van het Feeënbankje, hoorde ik een hoop kabaal in de lucht. Ik keek omhoog, en wat zag ik: drie cirkelende zeearenden!


Nog geen week geleden meldde ik dat ik nog nimmer zo'n beest had zien vliegen. Van 't weekend werd ik dus dubbel en dwars op mijn wenken bediend. Wat een joekels van vogels, zeg! Ze dreven, ze vielen, en ze kreten luid. Precies zoals in mijn gedicht Koning van het Meer.


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Houd de Boswachter in de Lucht!

Jan Willems, boswachter in het Lauwersmeergebied, is naar verluid gestopt met twitteren. Terwijl ik dit schrijf, op 21 april, is het al zestien dagen stil op twitter.com/jandeboswachter. Hoewel Gritter zelf niet van het twitteren is, maar van het Gritteren – vertel wat je beleeft en doet in minstens 300 woorden – lees ik de korte berichtjes van de boswachter met veel plezier en belangstelling. Over het algemeen is er op het vlak van geschreven teksten weinig dat me kan bekoren, maar wat is er mooier dan een man met passie en hart voor de zaak horen melden, dat de boerenzwaluw is gesignaleerd? Dat er bruinvissen rond de sluizen bij Lauwersoog zijn gezien? “Vogeltelling in Lauwersmeer vandaag erg matig,” twittert Willems op 21 februari van dit jaar. “Op toplocatie zagen we slechts 16 meerkoeten. Meer koeten waren er niet!” De koolmezentelling in de tuin van Huize Gritter stond die dag op min 1, door een goede vangst van ons vlijtige Liesje. Een wolvin in poezenkledij.

Hopelijk heeft Willems zichzelf niet in de nesten gewerkt doordat hij in zijn tweets bij tijd en wijle aandacht besteedt aan de zeearend. Op 29 maart van dit jaar schetst hij in één van zijn tweets zelf het probleem: “Dilemma: geeft staatsbosbeheer teveel aandacht aan het zeearendpaar in het Lauwersmeer?” Lezers (followers heten die geloof ik; volgelingen dus) kunnen wat Willems betreft meepraten door de SBB-eenheid Lauwersmeer te mailen. Tja. Dat de zeearenden sinds enige jaren weer in Nederland zijn, is geen geheim. Dat ze mede het Lauwersmeergebied als woongebied hebben uitgekozen, ook niet. Wat misschien niet iedereen weet, is dat deze vogels nesten bouwen, waarin het vrouwtje – hopelijk – eieren legt. Wat ik bedoel te zeggen is: vertellen over de zeearend kan geen schade berokkenen. Uiteraard wordt de plaats waar ze broeden geheim gehouden, want de zeearend is een teerhartig wezen dat bescherming verdient. Maar daarover zal Willems nooit twitteren. Tegen lieden die op expeditie gaan en welbewust de rust rondom de broedplaats verstoren, mag natuurlijk op grond van de Flora- en Faunawetgeving strafrechtelijk worden opgetreden. Als het plaatjes willen schieten van een broedend arendmeiske tot de productie van windeieren leidt, is de maat vol. Ook dat is natuurbeheer.
Ik ben vermoedelijk één van de weinigen in Noord-Nederland die de zeearend nog nooit in het Lauwersmeergebied heeft gespot. Dat zou ik natuurlijk wel willen; ik dicht nota bene over het beest in het licht van het project Zinnen Verzetten, dat ik met Willems ga doen:

Vleugels spannen meters wijd
als hij drijft op de lucht
Vleugelvingers veren licht
Gracieus zijn koningsvlucht

Evenmin als ieder ander normaal mens ga ik natuurlijk niet op zoek naar een arendsnest om een arendsvrouw te aanschouwen, met de kans het koningsbroedsel te verstoren. Maar dankzij Jan Willems weet ik – en met mij vele volgelingen – hoe het met deze dieren is gesteld (op twitter wordt het precies verteld!).
Jan, blijf alsjeblieft met hart en ziel betrokken, door te blijven berichten over het wel en wee van de flora en de fauna in het prachtige Nationale Park Lauwersmeer. Misschien is het goed om eens een keer als gastschrijver op deze blog op te treden. Dan kun je Gritteren over de schoonheid én de kwetsbaarheid van de zeearend, en in het kader van de informatieverschaffing kun je zonder met het vingertje te zwaaien (dat is ook niets voor jou) wijzen op de wet- en regelgeving rondom de vogelbescherming. Voorlichting op al deze fronten kan nooit kwaad. Domme mensen weten niet beter, maar kunnen bijleren. In de tussentijd moet je vooral doorgaan met je mooie tweets!


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Teerbemind doch afgedaan

Onlangs schoot door mijn hoofd, dat ik al bijna dertig jaar tabak rook. Klare sigaretten, met en zonder filter, sigaren en sigaartjes, pijp, maar vooral veel shag. Ladingen shag heb ik er doorheen gejast. Halfzware, op een kortstondige periode driekwart na. Het behoudende deel in mij wilde het dertigjarige jubileum groots vieren, met een theatrale teeravond. Alleen rokers zouden mogen komen (ook de zogeheten gezelligheidsrokers), en iedere gast zou in het zwart gekleed moeten zijn. Zodra iemand de wens zou uiten dat stoppen eigenlijk wel goed zou zijn, zou die subiet de deur uit worden gezet. Want voor je het weet volgt bovendien een pleidooi voor vegetarisch eten, gecombineerd met een klaagzang over de stank van houtkachels, en de geur van zwaar stomende barbecues. Gezeik dus. Durf te leven, durf te roken!


Het reflecterende deel in mij, het deel dat overigens regelmatig van zich laat horen maar op dit vlak nooit iets in de melk te brokkelen had – het rookgordijn was te dik – vroeg ineens de aandacht. Het bediende zich van een dun, droog stemmetje, en het deed me doordringen van het dwangmatige dat het roken met zich bracht. Ik was een vrije burger in een vrij land, maar toch aan een zware, zwarte ketting gelegd door zowel Nico als Tine, dat dwingende duo met doorrrookte stemmen, gehuld in lederen tenue.

Aanvankelijk had ik 23 april geselecteerd als de dag dat ik de ketting zou verbreken. Tegen 23:04 zou ik te Lauwersoog de laatste uitdrukken. Maar vandaag vond ik het al genoeg, de laatste restjes kruim aanschouwend. De teerling is geworpen, het is tijd voor iets nieuws.

Ik ga voor de koude kalkoenmethode. Als middelen om het dwangmatige te keren heb ik huis-tuin-en-keuken-kauwgum geselecteerd, aangevuld met een bosje zoethout en Stopmiddel X. Dat laatste is uiterst experimenteel, waarover ik in mijn autobiografie misschien meer ga zeggen. Mits ik het overleef, natuurlijk.

Morgen lekker suf opstaan, vermoed ik. Brak onder de douche, met grote verwondingsrisico's de stoppels te lijf en schone kleren aan. Hopelijk levert de strijd nog wat poëtische parels op.



Zuidhorn, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Route Verkennen

De eerste gevulde verhuisdozen zijn langzamerhand te ontwaren in Huize Gritter. Hoogste tijd, dus, om wat ferme stappen te zetten voor het project Zinnen Verzetten. Zaterdag vond de eerste verkenning van de bijna-definitieve route plaats. Prachtig weer, af en toe een frisse bries, en vooral veel fraaie doorkijkjes omdat de bomen en struiken nog naakt te kijk staan. Ik heb de route voor onze wandelingen nog een klein beetje bijgesteld, en een belangrijke beslissing genomen: we gaan linksom. De oudste (8), die mij zaterdag assisteerde, vond dit ook een uiterst logische keuze, wetende dat we van het verleden via het nu naar de toekomst lopen. 'Dan loop je toch met de klok mee, en niet er tegenin?!' Tja, als we eerst het verleden aandoen, dan zouden we eerst een stukje tegen de klok in moeten lopen, om daarna – via een slingerbeweging – de normale klokgang weer op te pakken. Het zou kunnen. Maar toch gaan we de hele route met de klok mee. De oplossing: ik bedacht me dat we, vóór we van start gaan met de wandelingen, de klok als het ware een stuk terug zetten. Vanuit het verleden lopen we dan geen moment tegendraads.


U merkt: Gritter heeft een boeiend, maar somtijds moeilijk leven door de lastige creatieve beslissingen die genomen dienen te worden.

Tijdens de verkenning op zaterdag troffen we nog een reetje. Ongeveer op de plaats waar het Achtste Gedicht zal worden voorgedragen (Evenwicht) verstoorden we het beest in een middagslaapje. Verschrikt plonsde het door een ondiep slootje, om ons vanaf de overkant angstig aan te kijken. De trekken ontspanden wat, toen het merkte dat ik enkel een pen in de aanslag had.



Het activiteitencentrum-in-aanbouw: links de Bosschuur, pas geverfd, ervoor het paviljoen-met-stookplaats

Aan het einde van de route, bij het activiteitencentrum-in-aanbouw, troffen we Staatsbosbeheergids Hans Gartner. Hij had net een excursie gedaan met vogelaars uit Gerkesklooster. Hij bood ons een kopje koffie en een glaasje cola aan, en we praatten over de bezuinigingen in de sector natuur, over dorpen waar je niet zou moeten wonen (Den Andel zat er gelukkig niet bij) en over dorpen waar je best zou kunnen wonen (Zuidhorn zat daar bij).

Zondag was het weer zowaar nóg mooier, zodat ik het geen straf vond om nogmaals de route te lopen. De avond ervoor had ik de gedichten ruwweg op de route geplaatst, en nu wilde ik op lokatie ondervinden of ze hun juiste plek hadden gekregen.

(foto)

De ruwe conceptroute op een boom op de Ballastplaat. De mossen zijn normaliter op de grond te vinden, maar zijn op esthetische gronden – op voorspraak van de jongste – op de tak geplaatst

Deze dag had ik de jongste (6) mee, die gaandeweg een enorme fascinatie ontwikkelde voor de gedorde mossen op de bodem van de oude zee. Het leken wel gedroogde anemomen.

Nu de poëzie haar definitieve plek op de kaart – en in het landschap – min of meer heeft gevonden, wordt het tijd de blokschaaf, de vijl en de poetslap ter hand te nemen. Terug naar de schrijftafel, derhalve.


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

In de Hangmat

Aan de andere kant van de Parnassus, aan de voet van de berg, hangen matten. Ze zijn bevestigd aan oude meidoorns wier kruinen als zonneweerders werken. Gebruind hang ik in de mat die bij aankomst voor mij is bevestigd. De nek voelt wat roodgebrand; mijn tocht op de lijzijde van de berg heb ik vooral voorovergebogen volbracht, om poëzie te kunnen plukken.

Waarom ik in de hangmat lig? De poëzie voor Zinnen Verzetten is af! Alle veertien gedichten, over het verleden, het heden en de toekomst van het Lauwersmeergebied, zijn geschreven. Ik laat ze nu even rusten, om ze over enige tijd voorzicht te keren, als kleine kaasjes. Daarna schuren en schaven, en wie weet een try out. Wie niet kan wachten om de gedichten voortijdig aan te horen, mag zich voor die eventuele tussenstap bij mij melden.


Zuidhorn, 6 april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Schiet de Dichter

Zaterdagmorgen 2 april: fotoshoot op het Lauwersmeer nabij Oostmahorn, ten behoeve van het juninummer van Onverwacht Nederland. De wind verwaaide de lange manen, de zon prikte in de ogen: het was hard werken. Aan het roer stond kapitein Hein Pols van Waddeninzicht. Deze foto is geschoten door persoonlijke assistent Wouter, die de dichter bijstond met de nodige raad en daad.


foto: Wouter Gritter


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Doorgaan

Na de poëzieavond heb ik me enige uitlooptijd gegund. Ik voelde me doorgebogen, bedrukt door vermoeidheid en een ternauwernood in de hoek gewezen keelongesteldheid. Of was het een ouderwetse voorjaarsmoeheid, roepend om zonlicht, gecombineerd met de naeffecten van de after party volgend op de dichtavond? "Dit vlees, dit lijf, kent niet een eeuwig leven" en zeker niet eeuwige veerkracht. Maar goed. Ik heb mezelf bijeengeveegd en opgeraapt, en de blik naar de zomer gericht. Want: er is nog veel te doen.


Onlangs heb ik de route voor Zinnen Verzetten gelopen. Jan Willems had een voorstel gedaan, en ik probeerde hem uit. Het was af en toe even zoeken, want het wegennet op de Ballastplaat was sinds de uitgave van de kaart die ik bij me had flink geëvolueerd. De betonnen fietspaden zorgden voor lastige keuzes, maar al snel kwam ik erachter dat ik ze gewoon moest negeren. Binnenkort zal ik de aangepaste route nog eens lopen, waarbij ik een belangrijke knoop moet doorhakken: gaan we linksom, met de klok mee, of rechtsom? Met de klok mee voelt goed – Willems beaamt dit – en past bij de opzet van Zinnen Verzetten: een reis door het verleden, het heden en de toekomst van het Lauwersmeergebied. Misschien brengt een digitale klok me nog op goede ideeën.

Ik heb nu nog drie gedichten te schrijven. Eén over een aspect van het verleden, twee over het nu. Zodra ze gereed zijn, kan ik ze plaatsen op de route. Moet te doen zijn, met nog vijf maanden te gaan, maar… ik voel een lichte druk. Over minder dan drie maanden staat een heuse verhuizing op stapel, en dan moet Zinnen Verzetten echt wel afgelakt zijn. En ik voel het prozakruid weer kriebelen onder de voeten, hoewel ik eigenlijk languit in de zon wil om de stralen hun helende werk te laten verrichten. En…

Goed. Over het nieuwe huis later meer. Wie weet ook een foto erbij. Voor het overige eerst nog maar even concentreren. Even niet teveel de zinnen verzetten, want ik moet nog Zinnen Verzetten.


Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn voorziet in behoefte

De vier dichters uit Zuidhorn die afgelopen vrijdag (11 maart) een poëzieavond hadden georganiseerd in hun eigen dorp, kunnen tevreden terugkijken. Ongeveer tachtig mensen waren afgekomen op deze bijzondere gebeurtenis, opgezet door de dichters Remco Ekkers, Gritter, Meindert Talma en Willem Tjebbe Oostenbrink en uitgevoerd in de sfeervolle bovenzaal van Hotel In ‘t Holt. Het programma, aan elkaar gepraat door Anne Postma en van muzikale afwisseling voorzien door de tweemansband PUR, kende een grote diversiteit waardoor een ieder aan zijn trekken kwam. Oostenbrink droeg herkenbare landschapspoëzie voor in het Westerkwartiers, die ook door bezoekers die de streektaal niet machtig waren goed werd gewaardeerd. Talma begeleidde humorvolle gedichten uit zijn onlangs verschenen bundel ‘Laat het orgel jammeren’ met een synthesizer en een ratelende Harmophone.


Meindert Talma (foto: W.T. Oostenbrink)

Gritter richtte zich op Lauwersmeerpoëzie uit de cyclus ‘Zinnen verzetten’, en liet in het tweede uur een aantal ‘gekleurde gedichten’ horen. Hij liet het publiek een kleur kiezen, waarbij hij vervolgens een passend gedicht zocht om voor te dragen. Ekkers overtuigde met sfeervolle poëzie, deels gerelateerd aan Zuidhorn. Zo verhaalde hij op ontroerende wijze over het graf van de bekende dichter C.O. Jellema, die de nodige banden had met Zuidhorn.


Remco Ekkers (foto: W.T. Oostenbrink)

De avond werd afgesloten met een kruisvoordracht, waarbij Oostenbrink werk van Gritter had vertaald, en andersom. Verschillen in klank en taal kwamen zo goed aan het licht. Op het allerlaatst droegen de dichters elk nog een gedicht voor, speciaal geschreven over het motto van de avond: Het heft in handen. In de themagedichten uitten de Zuidhorner dichters hun bezorgdheid over de bezuinigingen in de kunstensector. ‘Dichters raakt het niet/zij vinden hun weg wel,’ dichtte Ekkers. ‘De poëzie kruipt waar zij/niet gaan mag, lopen kan.’ Maar het zijn uiteindelijk de kinderen die de dupe worden van de verschraling, zo was Ekkers’ boodschap, omdat zij de kans mis lopen om in aanraking te komen met kunst en cultuur.



Gritter (foto: W.T. Oostenbrink)

De poëzieavond smaakte naar meer. In de pauze en na afloop werd regelmatig door bezoekers de wens geuit om jaarlijks een poëzieavond in het dorp te organiseren. ‘Als bezoekersaantallen inderdaad maatgevend worden in de sector cultuur,’ zo redeneerde presentator Postma, ‘dan moet een geldelijke bijdrage van de overheid volgend jaar zeker tot de mogelijkheden behoren.’


Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Heft in Handen

Tijdens de Poëzieavond Zuidhorn (11 maart 2011, 20:00, Hotel In 't Holt) zullen de vier dichters – naast andere poëzie - elk een gedicht voordragen, dat speciaal rondom het motto van de avond – Het Heft in Handen - is geschreven. Mijn bijdrage is getiteld Heft in handen:


Stromen drogen langzaam op
Het land scheurt schreeuwend open
De bodem hard, het gras verdort
Het zand verblindt de ogen

Verbleekte zon, vergrijsde maan
Bloemenharten breken
Zure druiven, zwart verkrent
Bruin verdringt het groen

Zwavellucht en kille wind
Verschraalde atmosfeer
Kleuren kruipen onderhuids
De schone klank vervuild

De lach verdwijnt, een frons verschijnt
As valt allerwegen
Zwart en bruin, de nieuwe norm
Geen tranen om te vegen

Het land verstilt, slechts verstoord
door stuifzand op de ramen
Deuren dicht, lampen uit
Slapen zonder droom

(…)

Ontwaak, ontwaak!
Zit niet bij de pakken neer
de gestreepte zijden dassen
Stop hun blauwe, grauwe gif

Bewerk het harde, droge land
Sta op en hef het hoofd
Vloei woorden, klanken over ’t zand
Drenk de dorre aarde

Spreek subiet de woorden uit
Neem het heft ter hand
Sla het mes op tafel
Wijs wolven naar de kant
Lijm de bloemenharten
Laat de maan weer goudgeel schijnen
Kweek bomen fier, volop groen
Laat tranenregens vallen

Neem het heft direct ter hand
Sla ermee op tafel
Vloei woorden, klanken over land
Drenk de dorre aarde

Buiten dit gedicht zal ik in het eerste uur poëzie voordragen uit het zomerproject Zinnen Verzetten, en in het tweede uur zal ik een analoge-interactieve voordracht houden onder de titel 'Gekleurde Gedichten'. Komt het zien, en vooral: komt het aanhoren!

Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn - 11 maart 2011

Vrijdagavond 11 maart 2011 is het zover. Dan vindt in de bovenzaal van Hotel In 't Holt (Hoofdstraat 2, Zuidhorn) de Poëzieavond Zuidhorn plaats. Vier in Zuidhorn woonachtige dichters, te weten Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink, Remco Ekkers en Gritter zullen eigen poëzie én poëzie van elkaar voordragen op een klein, intiem podium. De voordrachten worden afgewisseld door optredens van PUR. De start is om 20:00. De entree bedraagt slechts 3 euro!


v.l.n.r.: Willem Tjebbe Oostenbrink, Meindert Talma, Remco Ekkers en Gritter (foto: Louis Godschalk)

Het motto van de avond, "Het heft in handen", verwijst naar de dreigende crisis in de cultuur. Nu subsidiestromen dreigen op te drogen, wordt het tijd het heft in handen te nemen en te laten zien (en horen) hoe mooi, ontroerend en humorvol poëzie kan zijn. Ekkers zal het publiek bovendien trakteren op een aansprekend minicollege over een onderwerp dat het met schrijven samenhangt. De presentatie van deze gevarieerde avond is in handen van Anne Postma (winnaar USVA schrijfstrijd 2009).

Over de Vier van Zuidhorn:

Remco Ekkers heeft zijn sporen in literair Nederland verdiend. Hij heeft bij diverse uitgevers dichtbundels en romans gepubliceerd, zowel voor de jeugd als voor volwassenen. Daarnaast is hij bekend als poëziecriticus.

Meindert Talma heeft een aantal romans en vele cd's geproduceerd. Op 6 maart a.s. vindt de presentatie plaats van zijn dichtbundel "Laat het orgel jammeren". Tijdens de Poëzieavond zal hij gedichten uit de bundel ten gehore brengen, waarbij hij zichzelf begeleidt met de Harmophone en een kleine synthesizer.

Willem Tjebbe Oostenbrink dicht en schrijft in het Westerkwartiers. In 2010 won hij de Freudenthal Aanmoedigingsprijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur met de cyclus Wotterpoëzie. Tijdens de poëzieavond zal hij onder meer gedichten uit deze cyclus ten gehore brengen.

Gritter heeft zowel in Nederland als in Vlaanderen korte verhalen en poëzie gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Brakke Hond, Op Ruwe Planken en Krakatau. Tijdens de Poëzieavond Zuidhorn zal hij op interactieve wijze Gekleurde Gedichten voordragen, alsmede poëzie uit de cyclus Zinnen Verzetten (literaire natuurexcursies Nationaal Park Lauwersmeer, zomer 2011).

Hopelijk tot 11 maart!



Zuidhorn, februari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Werk Verzetten

Vandaag sprak ik mijn vader: Gritter senior. Hij vond het maar stil rondom zijn schrijvende zoon. Dat verwarmde mijn hart natuurlijk, omdat het bewijst – maar dat wist ik eigenlijk al – dat hij met enige regelmaat deze weblog in de gaten houdt. Een schrijver is niets zonder zijn publiek, en de wetenschap dat zijn vader daar bij hoort, stemt gelukkig.

De radiostilte rond Gritter heeft alles te maken met het vele werk dat deze weken achter de schermen wordt verzet. Zo vindt op 11 maart de Poëzieavond Zuidhorn plaats (Hotel In 't Holt, aanvang 20:00), waarvan de organisatie en de nadere invulling de nodige uurtjes vergt. Daarnaast werk ik hard aan het afronden van de Lauwersmeerpoëzie voor Zinnen Verzetten. Onlangs is het tiende gedicht, over de komst van de pioniersplanten, min of meer afgerond. Een collega uit de parallele wereld, Anne, heeft het onlangs aan moeten horen. Gelukkig vond hij het mooi. Nou goed dan, speciaal voor mijn vader de eerste twee strofen van Groene Ankers:

Schoorvoetend kruipt de wilg
over ’t zand, nat en zilt
Wind waait zonder doel
in een landschap zonder sporen


Kokkels kreunen, gapers sterven
Gedord door zon en wind
Eindeloos hun zoete slaap
In de weeë, rotte lucht

Morgen (dinsdag de 22e) meer zinnen-verzetten-achter-de-schermen: dan zal ik ergens op de Ballastplaat geïnterviewd worden door het tijdschrift Onverwacht Nederland. Als het allemaal lukt, verschijnt het stuk in juni van dit jaar.

Overigens was het de laatste weken ook weer niet zó stil rond mij; terwijl windkracht 8 rond de werkschuur joeg, droeg ik op 4 februari de Lauwersmeerballade voor tijdens de start van de werkzaamheden rondom de bouw van het Activiteitencentrum in het Nationaal Park Lauwersmeer. Dat leverde nog een beetje media-aandacht op. En zeer binnenkort raakt de stilte hopelijk nog meer verbroken, als we de lokale pers gaan vragen aandacht te besteden aan de Poëzieavond.

Mijn vader is vast van plan de avond bij te wonen, in het gezelschap van hele goede vrienden. Dat is geweldig, en een beetje spannend. Ik hoop dat hij een hele leuke avond krijgt!


Zuidhorn, februari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Voordracht Lauwersmeerballade

Op vrijdagmiddag 4 februari 2011 zal ik in het openbaar mijn Lauwersmeerballade voordragen. Dit zal plaatsvinden tijdens de festiviteiten rond de start van de bouw van het Activiteitencentrum "De Bosschuur" in het Nationaal Park Lauwersmeer. De feestelijkheden starten om 14:30. De Lauwersmeerballade maakt deel uit van het project Zinnen Verzetten. Lokatie: Staatsbosbeheer Lauwersmeer, De Rug 1, Lauwersoog.


Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Werk in Uitvoering: Zinnen Verzetten

Gestaag bouwen boswachter en dichter voort aan hun project Zinnen Verzetten. In de afgelopen weken is het bestek verder ingevuld. Zo zijn de data en de tijdstippen waarop de bevlogen natuurexcursies worden uitgevoerd bekend geworden. Vier maal gaan we met deelnemers op stap:


donderdag 18 augustus, aanvang 19:30
zaterdag 27 augustus, aanvang 19:30
zondag 4 september, aanvang 13:30
zondag 11 september, aanvang 13:30

Meer informatie over het project is terug te vinden op de website van Zinnen Verzetten:

http://zinnenverzetten.webs.com

Enkele items moeten nog worden ingevuld, maar de site is het aanschouwen waard.

Negen gedichten staan momenteel in de steigers, klaar om afgebouwd te worden. De titels luiden vooralsnog als volgt:

- Zinnen verzetten
- Parnassia
- Evenwicht
- Waaiend as
- Magisch land
- Koning van het meer
- Wolf!
- Kloppend schuim
- Lauwersmeerballade

De overige gedichten, op één na, zijn voorzien van thema en wachten op nadere invulling. Binnenkort hoop ik alle poëzie te kunnen koppelen aan de route.

Niet verbaasd opkijken dus, als u ineens, ergens in het Nationaal Park Lauwersmeer, een dichter oefenend hoort reciteren.


Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Dubbele passiemoord in Groningse Dijkgat

DIJKGAT – In de nacht van zaterdag op zondag heeft in een boerderij in het Groningse dorpje Dijkgat een dubbele moord plaatsgevonden. De slachtoffers werden rond 4 uur in de ochtend in de melkstal van veehouder Andries Grobbel aangetroffen met haakse rieken in hun rug. De 23 jarige Yvette C. uit het Limburgse Gruisbrug heeft inmiddels tegenover de plaatselijke politie bekend dat ze de slachtoffers om het leven heeft gebracht.

De beide slachtoffers, een tweetal jonge dames wier identiteit door de politie nog niet is vrijgegeven, logeerden samen met verdachte Yvette C. bij veehouder Grobbel in het kader van het bekende televisieprogramma Boer zoekt vrouw. Deelnemende boeren en boerinnen kiezen in dit programma drie kandidaten die enkele dagen op de boerderij verblijven ter nadere kennismaking.

Geurt Grobbel, de broer van de boer uit Dijkgat, vermoedt dat het motief is gelegen in jaloezie. Volgens hem is sprake van een dubbele crime passionnel de pays. Enkele dagen voor het tragische incident trof Geurt zijn broer Andries met de drie kandidaten aan de keukentafel van de boerderij in Dijkgat. "De spanning was om te snijden," aldus Geurt. "Ik kreeg direct al het gevoel dat het opletten geblazen was met die blonde Yvette. Ze maakte alleen maar snibbige opmerkingen naar de andere dames, en deed kribbig naar mij. Tegenover mijn broer was ze poeslief." Geurt Grobbel denkt dat de verdachte zijn broer voor haarzelf wilde hebben. "Mijn broer heeft ook wel wat te bieden. Zo'n zevenhonderd stuks Holstein zwartbont, vier trekkers en vijf schapen. Een dikke boer, zoals we hier zeggen. Maar het is een jongen met het hart op de juiste plek."

Andries Grobbel betreurt de slachtoffers: "Het waren leuke meiden, stuk voor stuk, en het televisietoerisme kwam net goed op gang." Zijn inwonende moeder ziet ondanks de vervelende gebeurtenis toch nog een klein lichtpuntje: "Onze Andries stond voor een lastige keuze. Wie zou hij op de boederij laten wonen? Hij hoeft nu niet meer te kiezen."

Yvette C. zal morgen voor de rechter-commissaris worden geleid. Naar verwachting zal de verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis worden genomen.

Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Gritter ziet om

Terugkijkend op 2010 – met nog één dag te gaan durf ik het aan – bekruipt me het gevoel dat ik meerdere jaren in één heb geleefd, en mijn geliefde met mij. Het volgende jaar mag wat mij betreft wel wat rustiger verlopen. Puntsgewijs volgen enkele belevenissen, zonder nader commentaar, en in enigszins willekeurige volgorde:

- schoonvader overleden (de derde ouder sinds 2006)
- dertien gedichten gepubliceerd
- twee voordrachten gehouden
- de jongste tweemaal geopereerd (elk oor eenmaal)
- project 'Zinnen verzetten' op poten gezet
- poëzieavond Zuidhorn op de rails gekregen
- huis verkocht
- kopers huis trokken zich terug
- huis gekocht
- verkopers huis trokken zich terug
- sinds september in onderhandeling over aankoop ander huis
- bijstand verleend in bevreemdende ambtelijk-juridische strijd
- weblog begonnen
- afscheid genomen van de Française; verder met de Frans-Roemeense
- gedeelde vierde prijs gewonnen schrijfwedstrijd 'Het Manuscript'
- begonnen aan een roman (en vorige week aan een tweede)

Genoeg. Laat de oliebollen maar komen, en stouw de koelkast vol met bier. Volgende week ga ik met frisse moed verder. Gelukkig nieuwjaar, geliefde lezers!


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

De Parnassus bedwongen

Maanden heb ik erover gedaan: het belopen van de Via Parnassia en het bestijgen van de Parnassus (zie eerdere blog, Het Beest van het Betere). Ik heb geworsteld met het Beest in diepe poelen, en ben tot aan mijn kin in zuigend moeras getrokken. Eenmaal aan de voet van de berg stak de storm op, om mij de loef af te steken. Moeizaam was de rotsige klim naar de top. Maar vlak voor het hoogste punt – de wind woei op zijn hardst – kon ik gelukkig al de eerste strofen oogsten voor het dichtproject Zinnen verzetten. Vanmorgen stond ik helemaal bovenop de berg. De wind nam af, de zon brak door, en ontspannen pluk ik nu de dichterlijke vruchten die zoet en volop groeien aan de lijzijde van de Parnassus.


Ik ben tevreden over de eerste resultaten: de gedichten Waaiend as en Wolf!, alsmede de Lauwersmeerballade. Vanmiddag rust ik een weinig uit, maar vanavond oogst ik verder.

Misschien ga ik tijdens de Poëzieavond in Zuidhorn (11 maart 2011) al een aantal gedichten delen met publiek. De Lauwersmeerballade, tijdloos want van alle tijden, zal er dan zeker bij zitten.


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Datum Poëzieavond Zuidhorn

De Poëzieavond in Zuidhorn (met onder meer voordrachten van Remco Ekkers, Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink & Gritter, en optredens van PUR; zie eerdere blog) zal plaatsvinden op


vrijdagavond 11 maart 2011

in de bovenzaal van Hotel In 't Holt te Zuidhorn. Meer details volgen te zijner tijd!


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zeldzaam licht

Voor Louis

Zeldzaam licht de winternacht

Sterren branden fel
Sporen in de verse sneeuw
Stilte om mij heen

Wind beroert mijn blote wang
Sneeuw stuift golvend op
Zacht gehuil van waar ik kwam
Honger op mijn pad

Dageraad is wat ik zoek
Vrij van winterkou
Warme wegen in het bos
Zonlicht op het blad

Kaken kringen om mij heen
Langzaam sluit de lijn
Kaal de kim, de bosrand naakt
Wolfsvacht dicht bij mij


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Drie gedichten op Krakatau

Vandaag is een drietal gedichten verschenen op de literaire poëziewebsite Krakatau:


York
In mijn hoofd
Ruimte zonder tijd


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn (maart 2011)

Gisteravond is op het cultureel station In 't Holt van Zuidhorn een bijzondere trein op de rails gezet. Vier in het dorp woonachtige dichters, te weten Remco Ekkers, Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink en Gritter, hebben de hoofden bij elkaar gestoken om te praten over een poëzieavond in Zuidhorn. En die gaat er komen! Binnenkort gaat het gelegenheidscollectief aan de slag met het programma. Het belooft een mooie avond te worden waarop de passie voor poëzie centraal komt te staan. Naast voordrachten van de Dichters uit Zuidhorn zal het publiek worden getrakteerd op muzikale bijdragen van PUR en duizendpoot Talma. Binnenkort volgen meer details over deze unieke avond!

Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)