Welkom op de Weblog Gritter!

zondag 30 oktober 2011

Geven & nemen, Vorm en Inhoud

 Afgelopen zomer stond ik een keer te plassen in ons toilet. Dat gebeurt wel vaker, natuurlijk, maar deze keer gebeurde er iets waardoor ik schrok zodat ik me de plasbeurt nog steeds herinner. Onder het plassen hoorde ik ineens een harde tik en een natte pets, en keek angstig in de pot. Wat ik zag, gaf me eerst een opgelucht gevoel; er was iets gevallen, en dat iets kwam gelukkig niet uit mijn lijf. De opluchting sloeg echter direct om in teleurstelling. Mijn mobiele telefoon was uit mijn jaszak gegleden, en stond nu schuin omhoog onder water.

Teleurstelling; geen blinde paniek. Geen hartkloppingen, huiduitslag of een nerveuze aangezichtszenuw. Hoe dat komt? Gritter is opgegroeid in de jaren zeventig, in de tijd dat de vaste telefoon met draaischijf zijn intrede deed in de gewone Nederlandsche gezinnen. Zo'n apparaat kon je best afkoppelen en meenemen in een tas of een pukkel, maar het was onmogelijk om onderweg iemand te bellen met het dode ding. Dat verklaart de reactie die ik beleefde bij het in de pot zien wiegen van het mobieltje. Jammer, een beetje vervelend, maar vooral teleurstellend. Al meer dan veertig jaar lukt het de mens om mensen op de maan te zetten, maar een mobiel ontwikkelen dat waterdicht is: ho maar. Juist als je in een land-onder-zeeniveau woont, zou je verwachten dat dergelijke machines standaard geleverd worden. Als de dijk doorbreekt, lukt het mij in ieder geval niet om subiet de Dijkgraaf te bellen.

Het toilet had mij iets ontnomen, zoals het toilet mij vaker zaken heeft ontnomen en dagelijks ontneemt. Dat deed mij na het drogen van de telefoon, in de ijdele hoop dat hij na het drogen weer te gebruiken zou zijn, kauwen op de vraag of het toilet ook weleens iets teruggeeft. Een soort Yin & Yang-achtige evenwichtsvraag, als u mij volgt. Menig fenomeen dat neemt, geeft immers ook. En andersom. De zee voedt vissers, vissers voeden de zee. Het erf van Gritter geeft in overvloed zijn vruchten af, maar neemt bij tijd en wijle delen van de levende have. Zou het toilet ook zo te duiden zijn?

Ik bedacht me, dat een toilet zeker teruggeeft. Bij een verstopping, bijvoorbeeld, komt er van alles omhoog. Maar helemaal zuiver is deze constatering niet. Wezenlijk betreft het dan immers een niet willen nemen van het toilet, dat na het nemen van de juiste maatregelen een geforceerd aannemen wordt. Bovendien: nu ik de veertig ben gepasseerd, ben ik vooral op zoek naar meer existentiële patronen. Kan een minder plat geven worden aangeduid, dat mij als mens in brede zin rijker maakt? 

Gisteren heb ik ervaren, dat dit zeker het geval is. Onder het plassen schoot mij ineens een gedachte in het hoofd, die van belang is in mijn jarenlange geworstel met Grote Projecten. Momenteel loop ik met drie romanideeën in mijn hoofd, waaruit ik nodig een keuze moet maken. Is de keuze eenmaal gemaakt, dan moet ik schrijven. Eenmaal begonnen, loop ik steevast tegen een grote vijand aan: Het Beest van het Betere. Dit smerige wezen doet me wankelen en twijfelen, door met toegeknepen ogen op indringende wijze te vragen of dat wat ik heb geschreven, niet beter kan of anders moet om uiteindelijk een werk te kunnen creëren, dat eenzaam hoog op de literaire ladder torent. Wat als ik mezelf heb zitten vastschrijven, zodat ik nooit en te nimmer alle potenties van mijn romanidee ten volle kan waarmaken?

De gedachte die het toilet mij gaf, lijkt een openbaring. Ze spiegelde me voor, dat de kracht, het fundament, uiteindelijk schuilt in de vorm. Binnen het idee van de roman maakt het uiteindelijk niet uit wát ik schrijf, maar hoe ik dat doe. Ergens, diep in mij, wist ik dit al wel, maar Het Beest wist het altijd vakkundig te onderdrukken.

Wat dit nu te betekenen heeft? Simpel: er zijn geen obstakels meer. In theorie kunnen er - mits de tijd mij wordt gegund - vloedgolven met prachtig proza over de Nederlanden worden uitgestort. Ondanks mijn leeftijd moet ik Simon Vestdijk kunnen verslaan. Qua kwantiteit, dan.

Ik ben benieuwd.

Den Andel, oktober 2011

maandag 24 oktober 2011

Veroveren

Het erf dat we sinds het midden van juni bewonen, is ons niet puntgaaf, glimmend en met een lintje om geleverd. We moeten het stap voor stap veroveren. Het is een erf met een verleden dat nog steeds zichtbaar aanwezig is, maar langzaamaan wordt omgewerkt tot een oord met toekomst.

Vandaag is wéér een klein stukje meer van onszelf geworden: de voormalige paardenstal, waar omstreeks deze tijd vorig jaar nog een dik varken verder werd vetgemest. Doordat elders op het erf ruimte was gecreëerd, kon ik het verder leeghalen en het onszelf toe-eigenen. De logge traliewerken hangen er nog, en dat laten we voorlopig zo. Mocht het op het erf ooit tot een citizen's arrest komen - een bevoegde aanhouding op heterdaad - dan leent de ruimte zich uitstekend om het ruwe volk hier tijdelijk op te houden, tot het aan het bevoegde gezag kan worden overgedragen.

De voormalige paardenstal

Iedere nieuwe verovering betekent ook een ontdekking. Zo trof ik in de voormalige paardenstal casu quo het latere varkenskot een tweetal waterbuizen. Eén ervan, de linker, leidt naar een buitenkraan en een drinkbak. De andere is door middel van een afsluitkraan afgesloten. Als ik de kraan open, begint het water door de buis naar beneden te stromen. Maar met welke bestemming? Dit schuurdeel is helemaal aan het eind van het schurencomplex gelegen. Leidt het naar een nog onontdekte buitenkraan in de voormalige moestuin? Misschien wordt het tijd om de spade ter hand te nemen, en te zoeken naar een oude bomkelder. Het huis is in 1987 opgeleverd, dus twee jaar voor de val van de Berlijnse muur. Zo bezien geen vreemde theorie.

Leidt de rechterbuis naar een vóórmuurse bomkelder?

Het erf heeft veel te bieden; het geeft gul. Naast de ladingen pruimen en walnoten die we hebben geoogst geeft iedere verovering veel voldoening. Maar af en toe wordt de balans opgemaakt. Het erf eist dan zijn tol. Zo is niet alleen onze Bielefelder Hahn ons ontvallen, verdronken in één van de waterreservoirs, ook hebben we reeds drie van de vier kittens moeten begraven. De bloemen op het graf voeden zich met onze tranen.

Moppie op de binnenplaats

Met de Laatste der Kittens gaat het overigens goed. Moppie heet ze. Eigenwijs als ze is heeft ze haar eigen kattenbak gecreëerd: de deurmat achter de voordeur. Een fraaie entree, zowel voor het ruwere volk als het meer gewenste bezoek. Maar we vergeven het haar, ze is immers de Laatste. En het is nu eenmaal haar manier om ook een deel van het erf te veroveren.

Den Andel, oktober 2011

vrijdag 14 oktober 2011

Oude wijn, nieuwe zak

De laatste maanden ben ik af en toe wezen kijken op de plaats, waar eens de vorige Weblog Gritter was. Zwartgeblakerd, rokend en stinkend lagen de letteren erbij. Alleen de laatste vijf berichten waren te lezen, de overige waren onbereikbaar. Een digitale rampplek.

Ook gisterenavond ging ik even kijken. Want: ik mis de oude berichten. Die bieden toch een basis, een verleden, voor hetgeen op déze plaats gebeurt. Maar wat ook belangrijk is: op diverse plaatsen wordt naar de oude berichten verwezen, zoals op de website van Zinnen Verzetten.

Tot mijn verbazing kon ik doorlopen, en alle berichten inzien.

Het was tegen kwart voor tien, en ik greep mijn kans. Ik heb al mijn berichten uit de puinhopen van weblog.nl gered, en een plaats gegeven op deze blog. Oude wijn in een nieuwe zak. Ik ben tot ongeveer één uur in de nacht bezig geweest. Vandaar dus, dat op donderdag 13 oktober en op vrijdag 14 oktober in totaal vijftig (50) berichten zijn geplaatst. Zodra zal ik de site van Zinnen Verzetten aanpassen, zodat alles weer soepel draait.

Ik voel me weer compleet, net als de Seicento. Hoe dat zit? Lees maar op deze blog, te midden van alle andere berichten!

Den Andel, oktober 2011

Schatvondst

Enige tijd geleden berichtte ik over de levenswandel van Lotje, het katje dat op ons erf was achtergebleven. Een schuw beestje, dat op enig moment de buik vol had met kittens. Op een dag had ze haar oude figuur terug, hetgeen bij ons de vraag deed opkomen waar haar kroost was gebleven. Want dat was nergens te bekennen. Aangezien ze na haar bevalling steeds vaker bij ons was, en steeds aanhankelijker werd, kregen we het idee dat haar werpsel doodgeboren was, of was opgevreten door de ratten. Later hoorden we van iemand die haar goed kende dat Lotje de twijfelachtige gewoonte had haar nestje harteloos de rug toe te keren. Hoofdschuddend sloegen we haar sedertdien gade, en binnensmonds werd ze al snel Sletje genoemd. Van de ene kater naar de andere, en de consequenties negeren; dat zou toch niet mogen.

Vandaag heb ik haar mijn excuses aangeboden. Want: Lotje blijkt weldegelijk een nestje te hebben waar ze goed voor zorgt! De oudste liep met zijn nichtje over het erf, en hoorde ineens gepiep op het zoldertje van het schuurtje van de Buitenoven. Samen gingen ze kijken, en in een oude bloembak troffen ze drie kleine kittens. Aangezien ze het idee hadden dat er ook nog een vierde was, werd met behulp van een zaklantaarn nader onderzoek verricht. En verrek: op een onmogelijke plek zat kitten nummer 4. Uiteindelijk heeft ondergetekende de laatste uit zijn benarde positie kunnen redden. Toen ik het kitten, vastgepakt aan zijn nekvelletje, aan het publiek toonde, voelde het heel even – héél even – alsof ik rond kerstmis in Chili was, en een mijnwerker bij zijn kraag uit de schacht had gevist.

De vraag was natuurlijk, wat te doen. Het spul laten liggen, met de kans dat het zou verwilderen, of het onderbrengen in het landhuis, in de hoop dat Lotje zich daar verder over het grut zou gaan ontfermen. Daarover hing, als een dreigende schaduw, nog de vraag of dit überhaupt wel de jongen van Lotje waren. We telden twee lapjeskittens, een helderrode en een donkere gevlekte. De rode deed ons direct vermoeden wie de vader was: de oude kapitein, een verwilderde, gehavende kater die regelmatig ons erf doorkruist. Een spitting image, afgezien van de gerafelde oren.


Het jonge spul thuis. Moeder Lotje wilde nog niet op de foto

We besloten de kleinen in huis te nemen, en Lotje erbij te halen. Wat keek ze vreemd op toen ze haar jongen aantrof rondom mijn gitaren. Dat het de hare waren, was wel duidelijk. Ze begon ze direct te wassen en te zogen. Lotje herenigd met haar kittens.

We schatten in dat de kleinen rond de drie weken oud zijn. Maar wat nu? De kinderen menen dat ze ieder in elk geval één mogen houden. Dat zou de dierenschare brengen op 4 Bielefelder kippen, 5 katten (Brutus, Liesje, Lotje en de kleinsten) en een oude goudvis.


Detail van de kittenkluwen

Nu weet ik waar ik voor dicht: kippenvoer, kattenvreten en vissenvoedsel. En een knackworst voor de kinderen, op z'n tijd.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Groen decor

In de aanloop naar Zinnen Verzetten (première: 18 augustus om 19:30) heb ik op diverse lokaties alvast wat tipjes van de sluier opgelicht, door enige gedichten uit de cyclus voor te dragen. In Hotel In 't Holt (Zuidhorn) bijvoorbeeld, tijdens de Poëzieavond Zuidhorn, en bij de start van de bouw van het Activiteitencentrum "De Bosschuur" op de Ballastplaat in het Nationaal Park Lauwersmeer. Vandaag was ik weer in "De Bosschuur" – nu af en nog fonkelnieuw – om toevallig langsstromende bezoekers warm te dichten voor de nakende wandelingen. Ik heb applaus geoogst, dus kennelijk goede poëzie gezaaid.

De voordrachten-in-de-aanloop vonden steeds in overdekte ruimtes plaats. Geen hemel boven mijn hoofd, maar oude plafondbalken of glimmende ijzeren spanten. Dat wordt tijdens de wandelingen anders. Dan reciteer ik de poëzie in de volle natuur. Het groen van het gras, het zand op de paden en de wuivende populieren bieden dan het decor. Alsook het weer, niet te vergeten. Als het tijdens een voordracht van een gedicht hard waait, dan speelt de wind een jachtige rol. Als het regent, dan weent de poëet uitbundig. Als de zon schijnt, wordt de passiegloed werkelijk voelbaar.

Na mijn bezoek aan het Activiteitencentrum ben ik het decor gaan inspecteren, om te zien of de kleuren en de geuren goed zijn. Staat het riet goed? Komen de vlieren goed naar voren? Waait en weent het nog steeds op windstille dagen bij het Feeënbankje? De natuur heeft de afgelopen maanden hard gewerkt in het Lauwersmeergebied. Op sommige paden staan de grassen op de juiste hoogte – hoog genoeg om natte broekspijpen te krijgen - en het zicht vanaf de Parnassus is nog steeds overdonderend. De Parnassia groeit en bloeit op de juiste plekken, hoewel voor mijn gevoel minder uitbundig dan tijdens Stuurloos een tweetal jaren geleden. De duindoorn, die wordt bezongen in mijn gedicht Land van Oranje, oogt ondermaats. In sommige jaren zorgen de bessen voor grote oranje vlekken op de Ballastplaat en daarbuiten, maar dit jaar is het zoeken naar kleine blosjes. De herfstzomer die we momenteel beleven heb ik reeds aangeschreven, met het verwijt de duindoorn te weinig zonlicht te hebben gevoed.

We gaan het beleven: Lauwersmeerpoëzie in het Nationaal Park Lauwersmeer. Op donderdag 18 en zaterdag 27 augustus starten we om 19:30 bij het Activiteitencentrum, en op de zondagen 4 & 11 september om 13:30. Bezoek voor meer informatie (waaronder de wijze van aanmelden) de website: http://zinnenverzetten.webs.com.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Voorproeven

Aanstaande zondag (14 augustus) zal Gritter van 13-15 aanwezig zijn in het Activiteitencentrum "De Bosschuur" (De Rug 1, Lauwersoog), om - afhankelijk van de aanloop - enkele gedichten voor te dragen uit de cyclus 'Zinnen Verzetten'. Aldus hoopt hij passanten warm te maken voor de bijzondere natuurexcursies onder dezelfde titel, die gehouden worden op 18 & 27 augustus, en op 4 & 11 september. Zie daarvoor de speciale website: http://zinnenverzetten.webs.com/.




Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Noorderlicht

Galerie Forma Aktua in Groningen (Nieuwstad 10) organiseert rondom het fotografiefestival Noorderlicht op 30 september van 20:00 tot 22:00 een bijzondere foto/poëzieavond ("Dichters geïnspireerd door fotografie"). Negen dichters zullen die avond, naast ander werk, elk een gedicht voordragen dat zij speciaal hebben geschreven bij een toegezonden foto. De foto's en de gedichten verschijnen uiteindelijk in een exclusief boekje in een genummerde oplage.


Gritter is één van de dichters die is uitgenodigd om een gedicht bij een foto te schrijven. Een mooie uitdaging; halverwege augustus ontvang ik de foto, en begin september moet het gedicht gereed zijn. Het contrast met de Zinnen Verzetten-cyclus (voordrachten op 18 & 27 augustus en 4 & 11 september) is groot, want het thema van Noorderlicht is: Urban Life. Dat wordt dus een outside perspective vanuit Den Andel, hoewel Gritter natuurlijk met grote regelmaat in Stad wordt aangetroffen.


Den Andel, augustus 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Erfgoed


Sinds 18 juni brandt onze haard niet langer in het Westerkwartier, maar op het Hoogeland. In Den Andel, om precies te zijn. Aldaar hebben we een landhuis betrokken op een halve hectare grond, gelegen aan een doodlopend fietspad. Aan de zuidkant grenst het erf aan een veld met aardappelen, aan de noordkant wuift het graan en aan de westkant ligt een bos. Ten oosten hebben we buren.


Het erf dat we hebben betrokken is doortrokken van verhalen. Wie de grote schuur betreedt en de grote timmerwerkplaats ziet, vol verstofte zaagmachines, blokschaven en een stapeltje met zaagsel bedekte cd's, heeft weinig fantasie nodig om een deel van de erfhistorie accuraat te reconstrueren. In de grote tuin, vol weelderig groeiend groen, vangt Lotje met regelmaat muizen en mollen. Lotje is de achtergebleven poes, die ooit Bonte Koe heette. Ze oogt jong, want klein van stuk, maar de schijn bedriegt.

Aanvankelijk zagen we haar nauwelijks. Ze was uitzonderlijk schuw, en leek onze aanwezigheid als een bedreiging voor haar bestaan te beschouwen. Totdat ze merkte dat we twee katten hadden meegenomen naar het Hoogeland die op regelmatige basis werden gevoerd. Via de brokken en het blikvoer hebben we haar enigszins aan ons kunnen binden. Een derde kat kon er nog wel bij, zo was onze redenering, te meer daar een landelijk erf ook het nodige ongedierte kent.

Een week of drie geleden schrokken we echter bij het aanschouwen van ons Lotje. Ineens viel op dat haar buik in de breedte was uitgedijd. De diagnose was gauw gesteld: de buik vol kittens. We hadden er uiteindelijk vrede mee, zoals dit goede ouders betaamt.

Een week geleden was de buik al weer leeg, en sindsdien is Lotje vaker dan voorheen in onze buurt. De grote vraag is echter, waar de kittens zijn gebleven. Behoort moederpoes in de eerste dagen niet vooral bij de koters te verblijven? We hebben nog gezocht naar een nis voor het nest, maar konden niets vinden. We kregen het vermoeden dat de kleintjes doodgeboren zijn, of opgevreten door Hoogelandster predatoren. Later kwam ons ter ore, dat dit poesje veel vaker een nestje de rug had toegekeerd in plaats van de buik. Hoofschuddend aaien we het spinnende meiske, dat ogenschijnlijk verduveld weinig last heeft van wroeging.

De vegetatie op het erf laat zich goed onderhouden. We genieten van de druiven, de peren, de elzen en de essen, en zelfs het zevenblad stoort ons allerminst. Tussen al het fraais troffen we ook grote planten met knalgroene bladeren, gehecht aan lange stengels die op bamboe lijken. Het gaf de tuin op bepaalde plekken een vreemdsoortige junglelook. Die beleving werd bij mij nog eens versterkt, doordat ik er op een overwoekerd paadje een aantal malen dwars doorheen ben gereden met de rode Fiat Seicento-met-harde-sportbandjes. Mooi, dat subtropisch ogende gewas, totdat ons verteld werd dat het Japans knoopkruid was. Een keihard gewas dat al het andere groen kan overgroeien, en eigenlijk niet stuk te krijgen is. Via de wortels plant het maar voort, waarbij het zich niet laat beperken door betonplaten en asfaltbedekkingen. 's Winters sterft het bovengronds af, maar de wortels doorstaan de strengste vorst. Enig zoeken op internet leerde me dat het kruid in enkele ons omringende landen zwaar bestreden wordt. Het is een kwestie van tijd, totdat Geert Wilders het knoopkruid als metafoor gaat gebruiken voor de oprukkende islam.

We doen een dappere poging het knoopkruid van ons erf te weren. We hakken en we zagen, hetgeen me af en toe met een schuldgevoel doet bekruipen. Soms denk ik werkelijk een vergeten indianenvolk aan te treffen achter wéér wat vierkante meters gekortwiekt knoopkruid. Maar we moeten doorgaan, willen we voorkomen dat straks het hele Hoogeland met het spul bedekt raakt. Ik denk dat het spul uiteindelijk zelfs in staat is de mens van zijn Aardse troon te stoten. Enige hulp van het Rijk, de VN of het Leger des Heils zal niet worden afgeslagen.

Er valt, zo blijkt, veel te doen en te beleven op ons nieuwe erf. Aan inspiratie zal ik vermoedelijk weinig gebrek hebben. Nu nog de rust en de tijd vinden voor het schrijven. Maar eerst nog maar even bij de kippen kijken, en zien of er een vosje door ons bos zwerft.


Den Andel, juli 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Optreden Culturele Avond Den Andel

Zaterdagavond 2 juli zal ik – naast andere dichters – een poëzievoordracht verzorgen tijdens de Culturele Avond die in het kader van de Kunstmanifestatie Den Andel gehouden zal worden.


Locatie: Oude Dijk 60, Den Andel

Aanvang: 20:30

Bezoek voor meer informatie: http://www.kunstgroephethoogeland.nl


Den Andel, juli 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Dichter bij het Vuur

foto: Hans Elward

Dichter bij het vuur
Dansen vlammen woest de passie
Tongen branden woorden
In de zinderende lucht


Zuidhorn, juni 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Completo

Eindelijk, de rode Seicento is weer compleet. Nadat ik de Italiaanse vanuit Surhuisterveen op de inrit te Zuidhorn had gezet (zie eerdere blog), viel me ineens op dat er onder de rechterkoplamp iets ontbrak. Net als een aantal andere autotypes heeft de Seicento wallen onder de ogen. Links was ze compleet, maar rechts ontwaarde ik een gapend gat onder de lamp. Slagregens en woeste sneeuwval hadden zo vrij spel.



Vóór: de Fiat Seicento zonder wal

Het leek me aardig om de ontbrekende wal zelf op te sporen, en te monteren. Het kostte me uiteindelijk vijf weken om het onderdeeltje te bestellen. Eerst ving ik vier keer bot bij diverse demontagebedrijven, maar de vijfde keer was het raak, bij een handelaar in originele Fiatonderdelen.

Een lastig aspect van de zoektocht was mijn gebrek aan technische kennis. Het ontbrekende dingetje kon ik niet in één keer duiden, maar alleen omschrijven. Ik kwam daarbij niet veel verder dan "plat plastic onderdeel onder de lamp", "soort afsluiting", en "soortement spoilertje onder de koplamp". Het onderdelenbedrijf verstond zijn vak, en stuurde mij de onderlijst onlangs op. Want zo heette het gewilde officieel.

Het monteren was nogal wat gepruts. Doordat ik geen technische opleiding heb om op terug te vallen, heb ik met trillende handen bij de koplamp zitten wroeten om het stuk plastic er onder te krijgen. De oudste – net één dag negen – keek me meewarig aan, terwijl ik onder de lamp zat te rommelen. "Haal dat ding er toch eerst uit," zei hij. "Dan kun je er beter bij." Ik schudde mijn hoofd. "Durf ik niet," zei ik zacht. "Mietje!" slingerde hij naar mijn hoofd.

Dat ging me natuurlijk veel te ver. Ik greep de bahco – de verstelbare moersleutel – en wierp me op de koplamp. Aan twee losse bouten had ik genoeg. De onderlijst liet zich vervolgens eenvoudig onder de koplamp vast schroeven.


Ná: de Fiat Seicento met gemonteerde onderlijst

Tevreden klopte ik mezelf en mijn oudste op de schouder. De Italiaanse heeft weer twee wallen in plaats van één. En het mooiste is: alle lichten doen het nog! Zowel het knipper, het dim en als het grote. Toch mooi zelf gedaan.


Zuidhorn, juni 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

65.000 keer Gritter

Deze week valt Gritter 65.000 keer op een deurmat. Want: het zomernummer van Onverwacht Nederland is uit (het tijdschrift van Staatsbosbeheer), en daarin is een reportage opgenomen over de dichter, het project Zinnen Verzetten en de schoonheid van het Nationaal Park Lauwersmeer. Mooie reclame, zo in de aanloop naar de wandelingen in augustus en september.



Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Arendsjong: Prins(es) van het Meer

Het is nu zeker: in het Lauwersmeergebied is een arendsjong geboren! Zie de reportage van RTV Noord met Staatsbosbeheerders Jan Willems en Hans Gartner (link). Daaronder een gedicht over de zeearend uit de cyclus Zinnen Verzetten: Koning van het Meer.

Koning van het Meer

Vleugels spannen meters wijd
als hij drijft op de lucht
Vleugelvingers veren licht
Gracieus zijn koningsvlucht

Hij spiedt, hij wacht, hij waakt
Streng ziet hij neer
Scherp de klauwen, klaar voor prooi
Hij heerst over het meer

Cirkels draaiend daalt hij rap
Hij glijdt, hij valt, hij zweeft
Zeker scheert hij golven glad
Wee die aan zijn nagels kleeft

Eens ons land ontvlucht
Wordt hij nu met recht geëerd
Komend uit het oosten
Krijt hij luid zijn wederkomst

Blijf, arend, blijf
Verblijd het mensenkind
Vind hier je thuis, je warme nest
Trotseer de westenwind

Vind alhier je koningin
Laat het liefdesspel beginnen
Zie haar zachte verenpracht
Wacht niet met beminnen

De prinsenzonen die ze baart
Zijn de koningen van later
Ze gaan regeren zoals jij nu doet
Heren van het water

Blijf, arend, blijf
Zorg goed voor vrouw en kind
Hoed je nest, ga niet voort
Bevecht de westenwind


Lauwersoog, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Samenloop

Leuke berichten, in korte tijd. Boswachter Jan Willems is terecht verheugd, omdat het zeearendpaar mogelijk kroost heeft voortgebracht. Ik zag hem zojuist op de buis, bij Paul de Leeuw. Vandaag bereikte mij ook het bericht, dat hij weer gaat twitteren; ik zag dat hij zijn foto al had aangepast. De Boswachter gaat dus weer de Lucht in, de campagne is geslaagd! Gisteravond heb ikzelf de laatste hand mogen leggen aan het schuur- en aflakwerk voor Zinnen Verzetten. Even uitblazen, en dan verder met de ándere voorbereidingen. Ook kwam vandaag een mail, waaruit bleek dat mijn gedicht Zwart wit in juni gepubliceerd zal worden in het Drents literair tijdschrift Roet.

Een ongeluk komt zelden in enkelvoud, maar heel af toe willen mooie berichten gelukkig ook wel eens samenballen.

Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Sloddervossen rond het Lauwersmeer

Afgelopen zaterdagnacht, rond half drie, bevond ik mij in een vreemdsoortige droomslaap. In mijn hoofd kwam een rode brandweerauto steeds dichterbij, hetgeen merkbaar was door het steeds luider worden van de politiesirene (zo gaan die dingen in dromen). Op het moment dat het lawaai zeer nabij kwam, werd ik plots wakker. Een knal. Het harde geluid drong direct door. Ik hoefde niet lang na te denken: zo klonk het als onze blikken vuilnisbak omver werd geduwd, en op de veranda terecht kam. Verrukt sprong ik uit bed, want hoewel in theorie de harde zuidenwind de boosdoener had kunnen zijn, had het omvallen van de vuilnisbak zeer waarschijnlijk een geheel andere natuurlijke oorzaak: een vos!

Binnen luttele seconden had ik ons keukenraam bereikt, en kon ik in het flauwe licht van de sterren boven het Lauwerzand een fraai schouwspel tot mij nemen: twee vossen, die met hun koppen in de omgegooide vuilnisbak zaten te rommelen.

Eén van de twee was een brutale donder die wat door de tuin ging lopen, en mij op een gegeven moment recht in de ogen keek. Dat deed mij veel, maar hem blijkbaar niets. Rustig keerde hij naar de vuilnisbak terug, en zocht verder naar etenswaren. Ik had het idee dat dit hetzelfde vosje was als het beest dat vorig jaar bij een te vroeg ingevallen nacht (door donkere donderwolken) op onze veranda had rondgedwaald. Bewijzen kan ik het niet, want voor mij lijken alle vossen eigenlijk op elkaar. Maar een aanwijzing is het vossenhol achter het fietsenschuurtje (ik zoek nog naar andere uitgangen).

Voor mij lijken alle vossen op elkaar, maar dat geldt niet voor vosje nummer twee. Dat was vele malen schuwer; toen het mij ontwaarde, schoot het weg. Ik zal hem echter snel herkennen, als ik hem ooit weer mag zien. Want geloof het of niet: het was een witte. Pardon? Jawel: een witte vos. Op het gevaar af dat ik door deskundigen volledig biologisch-ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard: ik durf te zweren dat het beest wit was.
In het Lauwersmeergebied overkomen mij wel vaker vreemde dingen. Voor mij is en blijft het een magisch land.

Na een minuut of tien vond ik het welletjes. Ik wilde niet dat de inhoud van de vuilnisbak zich verder ging verspreiden, vanwege de praatjes die dit tot gevolg kan hebben ("Gritter is zeker weer met z'n dronken kop tegen de vuilnisbak gelopen"). Ik opende de openslaande deuren om de veranda te bereiken, en verjoeg de overgebleven vos.


Lauwersoog, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zuidelijke Vurigheid uit Surhuisterveen

Over een dikke maand brandt onze haard niet langer in Zuidhorn, maar in Den Andel. Vanwege de ligging van dit mooie dorp, en de hang naar mobiliteit, vonden we het nodig ons wagenpark uit te breiden met een extra vierwieler. Het moest een kleintje worden, laag in de vaste lasten. Het oog viel al snel op een Fiat Seicento uit 2000.


We troffen de auto in één van de garagebedrijven van Surhuisterveen. Op onze rit naar het Friese dorp reisde de geest van Meindert Talma mee. Onze oudste, die Talma had horen zingen tijdens de Poëzieavond Zuidhorn, deed op de achterbank een meeslepende imitatie door compleet met overslaande stem de naam van het dorp te scanderen.

Na een nerveuze proefrit – de benzinemeter alarmeerde vrijwel constant dat de tank leeg was – besloten we de kar te kopen. Vuurrood, met sportvelgen, en aan de achterkant voorzien van heuse Goodyear banden. De verkoper betitelde de Fiat als een boodschappenautootje, hetgeen ons onwerkelijk voorkwam. Als we met z'n vieren ouderwetse weekboodschappen met de Fiat zouden moeten doen, zouden we van alles tekort komen. Nee, inkopen doen we met onze Roemeense vrachtauto: de Dacia. Laaddeuren open, en schuiven maar.


De Fiat Seicento 1100 i.e. Hobby, klaar voor een picknick bij de gasopslag Grijpskerk

Het had weinig gescheeld, of deze jonge schrijver/dichter had de aankoop van de auto niet overleefd. Bij het ophalen van de kentekenpapieren parkeerde ik de Dacia op een tegenover het garagebedrijf gelegen parkeerterrein, hectares groot en helemaal leeg. Het behoorde tot een andere onderneming, die de klandizie kennelijk iets te rooskleurig had voorgesteld. Terwijl ik het parkeerterrein opliep, met de papieren van de Fiat, had ik de euvele moed mijn sigaret uit te trappen op de lege, smetteloze parkeerplaats. Dit leidde tot heftige reacties van enkele schaftende lieden, die daarmee vooral wilden aangeven: niet parkeren op ons lege terrein! We willen hier geen auto's! Terwijl ik snel het parkeerterrein afreed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel nog net een dubbelloops jachtgeweer blinken. Vort, vreemde! Wees niet welkom als klant in Surhuisterveen! Opmerkelijk was, dat de persoon die mij aansprak een randstedelijke tongval had. Misschien had hij een hekel aan het dorp en de mensen die de lokale nering bezoeken.


Harde sportbandjes op de Seicento Hobby

De auto heeft zich tot nu toe goed gehouden. Een rondritje in het Wetserkwartier, met picknickmand in de "kofferruimte", en enige zakelijke tripjes op het Hoogeland, gingen goed. Hopelijk beleven we meer dan één goed jaar met de Italiaanse-met-sportbandjes.


Zuidhorn, mei 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

donderdag 13 oktober 2011

Triumviraat van het Lauwersmeer

Afgelopen zaterdag, de dag voor pasen, liep ik nog maar weer eens de Zinnen Verzetten route. Ditmaal zonder kaart, de rondgang heeft weinig geheimen meer voor mij. Dat wil niet zeggen dat het saai wordt. Integendeel. Terwijl ik de Parnassus in het vizier kreeg, een minuut of vier gaans van het Feeënbankje, hoorde ik een hoop kabaal in de lucht. Ik keek omhoog, en wat zag ik: drie cirkelende zeearenden!


Nog geen week geleden meldde ik dat ik nog nimmer zo'n beest had zien vliegen. Van 't weekend werd ik dus dubbel en dwars op mijn wenken bediend. Wat een joekels van vogels, zeg! Ze dreven, ze vielen, en ze kreten luid. Precies zoals in mijn gedicht Koning van het Meer.


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Houd de Boswachter in de Lucht!

Jan Willems, boswachter in het Lauwersmeergebied, is naar verluid gestopt met twitteren. Terwijl ik dit schrijf, op 21 april, is het al zestien dagen stil op twitter.com/jandeboswachter. Hoewel Gritter zelf niet van het twitteren is, maar van het Gritteren – vertel wat je beleeft en doet in minstens 300 woorden – lees ik de korte berichtjes van de boswachter met veel plezier en belangstelling. Over het algemeen is er op het vlak van geschreven teksten weinig dat me kan bekoren, maar wat is er mooier dan een man met passie en hart voor de zaak horen melden, dat de boerenzwaluw is gesignaleerd? Dat er bruinvissen rond de sluizen bij Lauwersoog zijn gezien? “Vogeltelling in Lauwersmeer vandaag erg matig,” twittert Willems op 21 februari van dit jaar. “Op toplocatie zagen we slechts 16 meerkoeten. Meer koeten waren er niet!” De koolmezentelling in de tuin van Huize Gritter stond die dag op min 1, door een goede vangst van ons vlijtige Liesje. Een wolvin in poezenkledij.

Hopelijk heeft Willems zichzelf niet in de nesten gewerkt doordat hij in zijn tweets bij tijd en wijle aandacht besteedt aan de zeearend. Op 29 maart van dit jaar schetst hij in één van zijn tweets zelf het probleem: “Dilemma: geeft staatsbosbeheer teveel aandacht aan het zeearendpaar in het Lauwersmeer?” Lezers (followers heten die geloof ik; volgelingen dus) kunnen wat Willems betreft meepraten door de SBB-eenheid Lauwersmeer te mailen. Tja. Dat de zeearenden sinds enige jaren weer in Nederland zijn, is geen geheim. Dat ze mede het Lauwersmeergebied als woongebied hebben uitgekozen, ook niet. Wat misschien niet iedereen weet, is dat deze vogels nesten bouwen, waarin het vrouwtje – hopelijk – eieren legt. Wat ik bedoel te zeggen is: vertellen over de zeearend kan geen schade berokkenen. Uiteraard wordt de plaats waar ze broeden geheim gehouden, want de zeearend is een teerhartig wezen dat bescherming verdient. Maar daarover zal Willems nooit twitteren. Tegen lieden die op expeditie gaan en welbewust de rust rondom de broedplaats verstoren, mag natuurlijk op grond van de Flora- en Faunawetgeving strafrechtelijk worden opgetreden. Als het plaatjes willen schieten van een broedend arendmeiske tot de productie van windeieren leidt, is de maat vol. Ook dat is natuurbeheer.
Ik ben vermoedelijk één van de weinigen in Noord-Nederland die de zeearend nog nooit in het Lauwersmeergebied heeft gespot. Dat zou ik natuurlijk wel willen; ik dicht nota bene over het beest in het licht van het project Zinnen Verzetten, dat ik met Willems ga doen:

Vleugels spannen meters wijd
als hij drijft op de lucht
Vleugelvingers veren licht
Gracieus zijn koningsvlucht

Evenmin als ieder ander normaal mens ga ik natuurlijk niet op zoek naar een arendsnest om een arendsvrouw te aanschouwen, met de kans het koningsbroedsel te verstoren. Maar dankzij Jan Willems weet ik – en met mij vele volgelingen – hoe het met deze dieren is gesteld (op twitter wordt het precies verteld!).
Jan, blijf alsjeblieft met hart en ziel betrokken, door te blijven berichten over het wel en wee van de flora en de fauna in het prachtige Nationale Park Lauwersmeer. Misschien is het goed om eens een keer als gastschrijver op deze blog op te treden. Dan kun je Gritteren over de schoonheid én de kwetsbaarheid van de zeearend, en in het kader van de informatieverschaffing kun je zonder met het vingertje te zwaaien (dat is ook niets voor jou) wijzen op de wet- en regelgeving rondom de vogelbescherming. Voorlichting op al deze fronten kan nooit kwaad. Domme mensen weten niet beter, maar kunnen bijleren. In de tussentijd moet je vooral doorgaan met je mooie tweets!


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Teerbemind doch afgedaan

Onlangs schoot door mijn hoofd, dat ik al bijna dertig jaar tabak rook. Klare sigaretten, met en zonder filter, sigaren en sigaartjes, pijp, maar vooral veel shag. Ladingen shag heb ik er doorheen gejast. Halfzware, op een kortstondige periode driekwart na. Het behoudende deel in mij wilde het dertigjarige jubileum groots vieren, met een theatrale teeravond. Alleen rokers zouden mogen komen (ook de zogeheten gezelligheidsrokers), en iedere gast zou in het zwart gekleed moeten zijn. Zodra iemand de wens zou uiten dat stoppen eigenlijk wel goed zou zijn, zou die subiet de deur uit worden gezet. Want voor je het weet volgt bovendien een pleidooi voor vegetarisch eten, gecombineerd met een klaagzang over de stank van houtkachels, en de geur van zwaar stomende barbecues. Gezeik dus. Durf te leven, durf te roken!


Het reflecterende deel in mij, het deel dat overigens regelmatig van zich laat horen maar op dit vlak nooit iets in de melk te brokkelen had – het rookgordijn was te dik – vroeg ineens de aandacht. Het bediende zich van een dun, droog stemmetje, en het deed me doordringen van het dwangmatige dat het roken met zich bracht. Ik was een vrije burger in een vrij land, maar toch aan een zware, zwarte ketting gelegd door zowel Nico als Tine, dat dwingende duo met doorrrookte stemmen, gehuld in lederen tenue.

Aanvankelijk had ik 23 april geselecteerd als de dag dat ik de ketting zou verbreken. Tegen 23:04 zou ik te Lauwersoog de laatste uitdrukken. Maar vandaag vond ik het al genoeg, de laatste restjes kruim aanschouwend. De teerling is geworpen, het is tijd voor iets nieuws.

Ik ga voor de koude kalkoenmethode. Als middelen om het dwangmatige te keren heb ik huis-tuin-en-keuken-kauwgum geselecteerd, aangevuld met een bosje zoethout en Stopmiddel X. Dat laatste is uiterst experimenteel, waarover ik in mijn autobiografie misschien meer ga zeggen. Mits ik het overleef, natuurlijk.

Morgen lekker suf opstaan, vermoed ik. Brak onder de douche, met grote verwondingsrisico's de stoppels te lijf en schone kleren aan. Hopelijk levert de strijd nog wat poëtische parels op.



Zuidhorn, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Route Verkennen

De eerste gevulde verhuisdozen zijn langzamerhand te ontwaren in Huize Gritter. Hoogste tijd, dus, om wat ferme stappen te zetten voor het project Zinnen Verzetten. Zaterdag vond de eerste verkenning van de bijna-definitieve route plaats. Prachtig weer, af en toe een frisse bries, en vooral veel fraaie doorkijkjes omdat de bomen en struiken nog naakt te kijk staan. Ik heb de route voor onze wandelingen nog een klein beetje bijgesteld, en een belangrijke beslissing genomen: we gaan linksom. De oudste (8), die mij zaterdag assisteerde, vond dit ook een uiterst logische keuze, wetende dat we van het verleden via het nu naar de toekomst lopen. 'Dan loop je toch met de klok mee, en niet er tegenin?!' Tja, als we eerst het verleden aandoen, dan zouden we eerst een stukje tegen de klok in moeten lopen, om daarna – via een slingerbeweging – de normale klokgang weer op te pakken. Het zou kunnen. Maar toch gaan we de hele route met de klok mee. De oplossing: ik bedacht me dat we, vóór we van start gaan met de wandelingen, de klok als het ware een stuk terug zetten. Vanuit het verleden lopen we dan geen moment tegendraads.


U merkt: Gritter heeft een boeiend, maar somtijds moeilijk leven door de lastige creatieve beslissingen die genomen dienen te worden.

Tijdens de verkenning op zaterdag troffen we nog een reetje. Ongeveer op de plaats waar het Achtste Gedicht zal worden voorgedragen (Evenwicht) verstoorden we het beest in een middagslaapje. Verschrikt plonsde het door een ondiep slootje, om ons vanaf de overkant angstig aan te kijken. De trekken ontspanden wat, toen het merkte dat ik enkel een pen in de aanslag had.



Het activiteitencentrum-in-aanbouw: links de Bosschuur, pas geverfd, ervoor het paviljoen-met-stookplaats

Aan het einde van de route, bij het activiteitencentrum-in-aanbouw, troffen we Staatsbosbeheergids Hans Gartner. Hij had net een excursie gedaan met vogelaars uit Gerkesklooster. Hij bood ons een kopje koffie en een glaasje cola aan, en we praatten over de bezuinigingen in de sector natuur, over dorpen waar je niet zou moeten wonen (Den Andel zat er gelukkig niet bij) en over dorpen waar je best zou kunnen wonen (Zuidhorn zat daar bij).

Zondag was het weer zowaar nóg mooier, zodat ik het geen straf vond om nogmaals de route te lopen. De avond ervoor had ik de gedichten ruwweg op de route geplaatst, en nu wilde ik op lokatie ondervinden of ze hun juiste plek hadden gekregen.

(foto)

De ruwe conceptroute op een boom op de Ballastplaat. De mossen zijn normaliter op de grond te vinden, maar zijn op esthetische gronden – op voorspraak van de jongste – op de tak geplaatst

Deze dag had ik de jongste (6) mee, die gaandeweg een enorme fascinatie ontwikkelde voor de gedorde mossen op de bodem van de oude zee. Het leken wel gedroogde anemomen.

Nu de poëzie haar definitieve plek op de kaart – en in het landschap – min of meer heeft gevonden, wordt het tijd de blokschaaf, de vijl en de poetslap ter hand te nemen. Terug naar de schrijftafel, derhalve.


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

In de Hangmat

Aan de andere kant van de Parnassus, aan de voet van de berg, hangen matten. Ze zijn bevestigd aan oude meidoorns wier kruinen als zonneweerders werken. Gebruind hang ik in de mat die bij aankomst voor mij is bevestigd. De nek voelt wat roodgebrand; mijn tocht op de lijzijde van de berg heb ik vooral voorovergebogen volbracht, om poëzie te kunnen plukken.

Waarom ik in de hangmat lig? De poëzie voor Zinnen Verzetten is af! Alle veertien gedichten, over het verleden, het heden en de toekomst van het Lauwersmeergebied, zijn geschreven. Ik laat ze nu even rusten, om ze over enige tijd voorzicht te keren, als kleine kaasjes. Daarna schuren en schaven, en wie weet een try out. Wie niet kan wachten om de gedichten voortijdig aan te horen, mag zich voor die eventuele tussenstap bij mij melden.


Zuidhorn, 6 april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Schiet de Dichter

Zaterdagmorgen 2 april: fotoshoot op het Lauwersmeer nabij Oostmahorn, ten behoeve van het juninummer van Onverwacht Nederland. De wind verwaaide de lange manen, de zon prikte in de ogen: het was hard werken. Aan het roer stond kapitein Hein Pols van Waddeninzicht. Deze foto is geschoten door persoonlijke assistent Wouter, die de dichter bijstond met de nodige raad en daad.


foto: Wouter Gritter


Lauwersoog, april 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Doorgaan

Na de poëzieavond heb ik me enige uitlooptijd gegund. Ik voelde me doorgebogen, bedrukt door vermoeidheid en een ternauwernood in de hoek gewezen keelongesteldheid. Of was het een ouderwetse voorjaarsmoeheid, roepend om zonlicht, gecombineerd met de naeffecten van de after party volgend op de dichtavond? "Dit vlees, dit lijf, kent niet een eeuwig leven" en zeker niet eeuwige veerkracht. Maar goed. Ik heb mezelf bijeengeveegd en opgeraapt, en de blik naar de zomer gericht. Want: er is nog veel te doen.


Onlangs heb ik de route voor Zinnen Verzetten gelopen. Jan Willems had een voorstel gedaan, en ik probeerde hem uit. Het was af en toe even zoeken, want het wegennet op de Ballastplaat was sinds de uitgave van de kaart die ik bij me had flink geëvolueerd. De betonnen fietspaden zorgden voor lastige keuzes, maar al snel kwam ik erachter dat ik ze gewoon moest negeren. Binnenkort zal ik de aangepaste route nog eens lopen, waarbij ik een belangrijke knoop moet doorhakken: gaan we linksom, met de klok mee, of rechtsom? Met de klok mee voelt goed – Willems beaamt dit – en past bij de opzet van Zinnen Verzetten: een reis door het verleden, het heden en de toekomst van het Lauwersmeergebied. Misschien brengt een digitale klok me nog op goede ideeën.

Ik heb nu nog drie gedichten te schrijven. Eén over een aspect van het verleden, twee over het nu. Zodra ze gereed zijn, kan ik ze plaatsen op de route. Moet te doen zijn, met nog vijf maanden te gaan, maar… ik voel een lichte druk. Over minder dan drie maanden staat een heuse verhuizing op stapel, en dan moet Zinnen Verzetten echt wel afgelakt zijn. En ik voel het prozakruid weer kriebelen onder de voeten, hoewel ik eigenlijk languit in de zon wil om de stralen hun helende werk te laten verrichten. En…

Goed. Over het nieuwe huis later meer. Wie weet ook een foto erbij. Voor het overige eerst nog maar even concentreren. Even niet teveel de zinnen verzetten, want ik moet nog Zinnen Verzetten.


Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn voorziet in behoefte

De vier dichters uit Zuidhorn die afgelopen vrijdag (11 maart) een poëzieavond hadden georganiseerd in hun eigen dorp, kunnen tevreden terugkijken. Ongeveer tachtig mensen waren afgekomen op deze bijzondere gebeurtenis, opgezet door de dichters Remco Ekkers, Gritter, Meindert Talma en Willem Tjebbe Oostenbrink en uitgevoerd in de sfeervolle bovenzaal van Hotel In ‘t Holt. Het programma, aan elkaar gepraat door Anne Postma en van muzikale afwisseling voorzien door de tweemansband PUR, kende een grote diversiteit waardoor een ieder aan zijn trekken kwam. Oostenbrink droeg herkenbare landschapspoëzie voor in het Westerkwartiers, die ook door bezoekers die de streektaal niet machtig waren goed werd gewaardeerd. Talma begeleidde humorvolle gedichten uit zijn onlangs verschenen bundel ‘Laat het orgel jammeren’ met een synthesizer en een ratelende Harmophone.


Meindert Talma (foto: W.T. Oostenbrink)

Gritter richtte zich op Lauwersmeerpoëzie uit de cyclus ‘Zinnen verzetten’, en liet in het tweede uur een aantal ‘gekleurde gedichten’ horen. Hij liet het publiek een kleur kiezen, waarbij hij vervolgens een passend gedicht zocht om voor te dragen. Ekkers overtuigde met sfeervolle poëzie, deels gerelateerd aan Zuidhorn. Zo verhaalde hij op ontroerende wijze over het graf van de bekende dichter C.O. Jellema, die de nodige banden had met Zuidhorn.


Remco Ekkers (foto: W.T. Oostenbrink)

De avond werd afgesloten met een kruisvoordracht, waarbij Oostenbrink werk van Gritter had vertaald, en andersom. Verschillen in klank en taal kwamen zo goed aan het licht. Op het allerlaatst droegen de dichters elk nog een gedicht voor, speciaal geschreven over het motto van de avond: Het heft in handen. In de themagedichten uitten de Zuidhorner dichters hun bezorgdheid over de bezuinigingen in de kunstensector. ‘Dichters raakt het niet/zij vinden hun weg wel,’ dichtte Ekkers. ‘De poëzie kruipt waar zij/niet gaan mag, lopen kan.’ Maar het zijn uiteindelijk de kinderen die de dupe worden van de verschraling, zo was Ekkers’ boodschap, omdat zij de kans mis lopen om in aanraking te komen met kunst en cultuur.



Gritter (foto: W.T. Oostenbrink)

De poëzieavond smaakte naar meer. In de pauze en na afloop werd regelmatig door bezoekers de wens geuit om jaarlijks een poëzieavond in het dorp te organiseren. ‘Als bezoekersaantallen inderdaad maatgevend worden in de sector cultuur,’ zo redeneerde presentator Postma, ‘dan moet een geldelijke bijdrage van de overheid volgend jaar zeker tot de mogelijkheden behoren.’


Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Heft in Handen

Tijdens de Poëzieavond Zuidhorn (11 maart 2011, 20:00, Hotel In 't Holt) zullen de vier dichters – naast andere poëzie - elk een gedicht voordragen, dat speciaal rondom het motto van de avond – Het Heft in Handen - is geschreven. Mijn bijdrage is getiteld Heft in handen:


Stromen drogen langzaam op
Het land scheurt schreeuwend open
De bodem hard, het gras verdort
Het zand verblindt de ogen

Verbleekte zon, vergrijsde maan
Bloemenharten breken
Zure druiven, zwart verkrent
Bruin verdringt het groen

Zwavellucht en kille wind
Verschraalde atmosfeer
Kleuren kruipen onderhuids
De schone klank vervuild

De lach verdwijnt, een frons verschijnt
As valt allerwegen
Zwart en bruin, de nieuwe norm
Geen tranen om te vegen

Het land verstilt, slechts verstoord
door stuifzand op de ramen
Deuren dicht, lampen uit
Slapen zonder droom

(…)

Ontwaak, ontwaak!
Zit niet bij de pakken neer
de gestreepte zijden dassen
Stop hun blauwe, grauwe gif

Bewerk het harde, droge land
Sta op en hef het hoofd
Vloei woorden, klanken over ’t zand
Drenk de dorre aarde

Spreek subiet de woorden uit
Neem het heft ter hand
Sla het mes op tafel
Wijs wolven naar de kant
Lijm de bloemenharten
Laat de maan weer goudgeel schijnen
Kweek bomen fier, volop groen
Laat tranenregens vallen

Neem het heft direct ter hand
Sla ermee op tafel
Vloei woorden, klanken over land
Drenk de dorre aarde

Buiten dit gedicht zal ik in het eerste uur poëzie voordragen uit het zomerproject Zinnen Verzetten, en in het tweede uur zal ik een analoge-interactieve voordracht houden onder de titel 'Gekleurde Gedichten'. Komt het zien, en vooral: komt het aanhoren!

Zuidhorn, maart 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn - 11 maart 2011

Vrijdagavond 11 maart 2011 is het zover. Dan vindt in de bovenzaal van Hotel In 't Holt (Hoofdstraat 2, Zuidhorn) de Poëzieavond Zuidhorn plaats. Vier in Zuidhorn woonachtige dichters, te weten Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink, Remco Ekkers en Gritter zullen eigen poëzie én poëzie van elkaar voordragen op een klein, intiem podium. De voordrachten worden afgewisseld door optredens van PUR. De start is om 20:00. De entree bedraagt slechts 3 euro!


v.l.n.r.: Willem Tjebbe Oostenbrink, Meindert Talma, Remco Ekkers en Gritter (foto: Louis Godschalk)

Het motto van de avond, "Het heft in handen", verwijst naar de dreigende crisis in de cultuur. Nu subsidiestromen dreigen op te drogen, wordt het tijd het heft in handen te nemen en te laten zien (en horen) hoe mooi, ontroerend en humorvol poëzie kan zijn. Ekkers zal het publiek bovendien trakteren op een aansprekend minicollege over een onderwerp dat het met schrijven samenhangt. De presentatie van deze gevarieerde avond is in handen van Anne Postma (winnaar USVA schrijfstrijd 2009).

Over de Vier van Zuidhorn:

Remco Ekkers heeft zijn sporen in literair Nederland verdiend. Hij heeft bij diverse uitgevers dichtbundels en romans gepubliceerd, zowel voor de jeugd als voor volwassenen. Daarnaast is hij bekend als poëziecriticus.

Meindert Talma heeft een aantal romans en vele cd's geproduceerd. Op 6 maart a.s. vindt de presentatie plaats van zijn dichtbundel "Laat het orgel jammeren". Tijdens de Poëzieavond zal hij gedichten uit de bundel ten gehore brengen, waarbij hij zichzelf begeleidt met de Harmophone en een kleine synthesizer.

Willem Tjebbe Oostenbrink dicht en schrijft in het Westerkwartiers. In 2010 won hij de Freudenthal Aanmoedigingsprijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur met de cyclus Wotterpoëzie. Tijdens de poëzieavond zal hij onder meer gedichten uit deze cyclus ten gehore brengen.

Gritter heeft zowel in Nederland als in Vlaanderen korte verhalen en poëzie gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Brakke Hond, Op Ruwe Planken en Krakatau. Tijdens de Poëzieavond Zuidhorn zal hij op interactieve wijze Gekleurde Gedichten voordragen, alsmede poëzie uit de cyclus Zinnen Verzetten (literaire natuurexcursies Nationaal Park Lauwersmeer, zomer 2011).

Hopelijk tot 11 maart!



Zuidhorn, februari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Werk Verzetten

Vandaag sprak ik mijn vader: Gritter senior. Hij vond het maar stil rondom zijn schrijvende zoon. Dat verwarmde mijn hart natuurlijk, omdat het bewijst – maar dat wist ik eigenlijk al – dat hij met enige regelmaat deze weblog in de gaten houdt. Een schrijver is niets zonder zijn publiek, en de wetenschap dat zijn vader daar bij hoort, stemt gelukkig.

De radiostilte rond Gritter heeft alles te maken met het vele werk dat deze weken achter de schermen wordt verzet. Zo vindt op 11 maart de Poëzieavond Zuidhorn plaats (Hotel In 't Holt, aanvang 20:00), waarvan de organisatie en de nadere invulling de nodige uurtjes vergt. Daarnaast werk ik hard aan het afronden van de Lauwersmeerpoëzie voor Zinnen Verzetten. Onlangs is het tiende gedicht, over de komst van de pioniersplanten, min of meer afgerond. Een collega uit de parallele wereld, Anne, heeft het onlangs aan moeten horen. Gelukkig vond hij het mooi. Nou goed dan, speciaal voor mijn vader de eerste twee strofen van Groene Ankers:

Schoorvoetend kruipt de wilg
over ’t zand, nat en zilt
Wind waait zonder doel
in een landschap zonder sporen


Kokkels kreunen, gapers sterven
Gedord door zon en wind
Eindeloos hun zoete slaap
In de weeë, rotte lucht

Morgen (dinsdag de 22e) meer zinnen-verzetten-achter-de-schermen: dan zal ik ergens op de Ballastplaat geïnterviewd worden door het tijdschrift Onverwacht Nederland. Als het allemaal lukt, verschijnt het stuk in juni van dit jaar.

Overigens was het de laatste weken ook weer niet zó stil rond mij; terwijl windkracht 8 rond de werkschuur joeg, droeg ik op 4 februari de Lauwersmeerballade voor tijdens de start van de werkzaamheden rondom de bouw van het Activiteitencentrum in het Nationaal Park Lauwersmeer. Dat leverde nog een beetje media-aandacht op. En zeer binnenkort raakt de stilte hopelijk nog meer verbroken, als we de lokale pers gaan vragen aandacht te besteden aan de Poëzieavond.

Mijn vader is vast van plan de avond bij te wonen, in het gezelschap van hele goede vrienden. Dat is geweldig, en een beetje spannend. Ik hoop dat hij een hele leuke avond krijgt!


Zuidhorn, februari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Voordracht Lauwersmeerballade

Op vrijdagmiddag 4 februari 2011 zal ik in het openbaar mijn Lauwersmeerballade voordragen. Dit zal plaatsvinden tijdens de festiviteiten rond de start van de bouw van het Activiteitencentrum "De Bosschuur" in het Nationaal Park Lauwersmeer. De feestelijkheden starten om 14:30. De Lauwersmeerballade maakt deel uit van het project Zinnen Verzetten. Lokatie: Staatsbosbeheer Lauwersmeer, De Rug 1, Lauwersoog.


Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Werk in Uitvoering: Zinnen Verzetten

Gestaag bouwen boswachter en dichter voort aan hun project Zinnen Verzetten. In de afgelopen weken is het bestek verder ingevuld. Zo zijn de data en de tijdstippen waarop de bevlogen natuurexcursies worden uitgevoerd bekend geworden. Vier maal gaan we met deelnemers op stap:


donderdag 18 augustus, aanvang 19:30
zaterdag 27 augustus, aanvang 19:30
zondag 4 september, aanvang 13:30
zondag 11 september, aanvang 13:30

Meer informatie over het project is terug te vinden op de website van Zinnen Verzetten:

http://zinnenverzetten.webs.com

Enkele items moeten nog worden ingevuld, maar de site is het aanschouwen waard.

Negen gedichten staan momenteel in de steigers, klaar om afgebouwd te worden. De titels luiden vooralsnog als volgt:

- Zinnen verzetten
- Parnassia
- Evenwicht
- Waaiend as
- Magisch land
- Koning van het meer
- Wolf!
- Kloppend schuim
- Lauwersmeerballade

De overige gedichten, op één na, zijn voorzien van thema en wachten op nadere invulling. Binnenkort hoop ik alle poëzie te kunnen koppelen aan de route.

Niet verbaasd opkijken dus, als u ineens, ergens in het Nationaal Park Lauwersmeer, een dichter oefenend hoort reciteren.


Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Dubbele passiemoord in Groningse Dijkgat

DIJKGAT – In de nacht van zaterdag op zondag heeft in een boerderij in het Groningse dorpje Dijkgat een dubbele moord plaatsgevonden. De slachtoffers werden rond 4 uur in de ochtend in de melkstal van veehouder Andries Grobbel aangetroffen met haakse rieken in hun rug. De 23 jarige Yvette C. uit het Limburgse Gruisbrug heeft inmiddels tegenover de plaatselijke politie bekend dat ze de slachtoffers om het leven heeft gebracht.

De beide slachtoffers, een tweetal jonge dames wier identiteit door de politie nog niet is vrijgegeven, logeerden samen met verdachte Yvette C. bij veehouder Grobbel in het kader van het bekende televisieprogramma Boer zoekt vrouw. Deelnemende boeren en boerinnen kiezen in dit programma drie kandidaten die enkele dagen op de boerderij verblijven ter nadere kennismaking.

Geurt Grobbel, de broer van de boer uit Dijkgat, vermoedt dat het motief is gelegen in jaloezie. Volgens hem is sprake van een dubbele crime passionnel de pays. Enkele dagen voor het tragische incident trof Geurt zijn broer Andries met de drie kandidaten aan de keukentafel van de boerderij in Dijkgat. "De spanning was om te snijden," aldus Geurt. "Ik kreeg direct al het gevoel dat het opletten geblazen was met die blonde Yvette. Ze maakte alleen maar snibbige opmerkingen naar de andere dames, en deed kribbig naar mij. Tegenover mijn broer was ze poeslief." Geurt Grobbel denkt dat de verdachte zijn broer voor haarzelf wilde hebben. "Mijn broer heeft ook wel wat te bieden. Zo'n zevenhonderd stuks Holstein zwartbont, vier trekkers en vijf schapen. Een dikke boer, zoals we hier zeggen. Maar het is een jongen met het hart op de juiste plek."

Andries Grobbel betreurt de slachtoffers: "Het waren leuke meiden, stuk voor stuk, en het televisietoerisme kwam net goed op gang." Zijn inwonende moeder ziet ondanks de vervelende gebeurtenis toch nog een klein lichtpuntje: "Onze Andries stond voor een lastige keuze. Wie zou hij op de boederij laten wonen? Hij hoeft nu niet meer te kiezen."

Yvette C. zal morgen voor de rechter-commissaris worden geleid. Naar verwachting zal de verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis worden genomen.

Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Gritter ziet om

Terugkijkend op 2010 – met nog één dag te gaan durf ik het aan – bekruipt me het gevoel dat ik meerdere jaren in één heb geleefd, en mijn geliefde met mij. Het volgende jaar mag wat mij betreft wel wat rustiger verlopen. Puntsgewijs volgen enkele belevenissen, zonder nader commentaar, en in enigszins willekeurige volgorde:

- schoonvader overleden (de derde ouder sinds 2006)
- dertien gedichten gepubliceerd
- twee voordrachten gehouden
- de jongste tweemaal geopereerd (elk oor eenmaal)
- project 'Zinnen verzetten' op poten gezet
- poëzieavond Zuidhorn op de rails gekregen
- huis verkocht
- kopers huis trokken zich terug
- huis gekocht
- verkopers huis trokken zich terug
- sinds september in onderhandeling over aankoop ander huis
- bijstand verleend in bevreemdende ambtelijk-juridische strijd
- weblog begonnen
- afscheid genomen van de Française; verder met de Frans-Roemeense
- gedeelde vierde prijs gewonnen schrijfwedstrijd 'Het Manuscript'
- begonnen aan een roman (en vorige week aan een tweede)

Genoeg. Laat de oliebollen maar komen, en stouw de koelkast vol met bier. Volgende week ga ik met frisse moed verder. Gelukkig nieuwjaar, geliefde lezers!


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

De Parnassus bedwongen

Maanden heb ik erover gedaan: het belopen van de Via Parnassia en het bestijgen van de Parnassus (zie eerdere blog, Het Beest van het Betere). Ik heb geworsteld met het Beest in diepe poelen, en ben tot aan mijn kin in zuigend moeras getrokken. Eenmaal aan de voet van de berg stak de storm op, om mij de loef af te steken. Moeizaam was de rotsige klim naar de top. Maar vlak voor het hoogste punt – de wind woei op zijn hardst – kon ik gelukkig al de eerste strofen oogsten voor het dichtproject Zinnen verzetten. Vanmorgen stond ik helemaal bovenop de berg. De wind nam af, de zon brak door, en ontspannen pluk ik nu de dichterlijke vruchten die zoet en volop groeien aan de lijzijde van de Parnassus.


Ik ben tevreden over de eerste resultaten: de gedichten Waaiend as en Wolf!, alsmede de Lauwersmeerballade. Vanmiddag rust ik een weinig uit, maar vanavond oogst ik verder.

Misschien ga ik tijdens de Poëzieavond in Zuidhorn (11 maart 2011) al een aantal gedichten delen met publiek. De Lauwersmeerballade, tijdloos want van alle tijden, zal er dan zeker bij zitten.


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Datum Poëzieavond Zuidhorn

De Poëzieavond in Zuidhorn (met onder meer voordrachten van Remco Ekkers, Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink & Gritter, en optredens van PUR; zie eerdere blog) zal plaatsvinden op


vrijdagavond 11 maart 2011

in de bovenzaal van Hotel In 't Holt te Zuidhorn. Meer details volgen te zijner tijd!


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zeldzaam licht

Voor Louis

Zeldzaam licht de winternacht

Sterren branden fel
Sporen in de verse sneeuw
Stilte om mij heen

Wind beroert mijn blote wang
Sneeuw stuift golvend op
Zacht gehuil van waar ik kwam
Honger op mijn pad

Dageraad is wat ik zoek
Vrij van winterkou
Warme wegen in het bos
Zonlicht op het blad

Kaken kringen om mij heen
Langzaam sluit de lijn
Kaal de kim, de bosrand naakt
Wolfsvacht dicht bij mij


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Drie gedichten op Krakatau

Vandaag is een drietal gedichten verschenen op de literaire poëziewebsite Krakatau:


York
In mijn hoofd
Ruimte zonder tijd


Zuidhorn, december 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Poëzieavond Zuidhorn (maart 2011)

Gisteravond is op het cultureel station In 't Holt van Zuidhorn een bijzondere trein op de rails gezet. Vier in het dorp woonachtige dichters, te weten Remco Ekkers, Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink en Gritter, hebben de hoofden bij elkaar gestoken om te praten over een poëzieavond in Zuidhorn. En die gaat er komen! Binnenkort gaat het gelegenheidscollectief aan de slag met het programma. Het belooft een mooie avond te worden waarop de passie voor poëzie centraal komt te staan. Naast voordrachten van de Dichters uit Zuidhorn zal het publiek worden getrakteerd op muzikale bijdragen van PUR en duizendpoot Talma. Binnenkort volgen meer details over deze unieke avond!

Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Bandit 112

De dagen worden alsmaar korter, en de luiken gaan steeds vroeger dicht. Tel daarbij op dat de sneeuw in aantocht is, en u begrijpt dat ik de zolder ben opgedoken om de Peavey Bandit 112 naar beneden te verhuizen, alsmede de Yamaha Pacifica en de wokka-wokka van Vox. De Epiphone laat ik nog even boven, ik moet eerst de nekspieren verder trainen. Over de aanschaf van zowel deze Bandit 112 als de Vox Wah heb ik eerder al eens bericht. Zie de blogs Een wokka-wokka voor de Switch en De Switch haalt zijn gram uit de tijd dat de rockband FEL furore maakte (beide blogs zijn uit 2007; de bestanden hangen aan de officiële website). Het zou me niets verbazen als het aantal meldingen van laag-frequente bromtonen in en rondom Zuidhorn weer gaat toenemen. Ik beloof nu plechtig, dat ik de Bandit 's nachts van het netstroom haal.


Heerlijk, de geur van opwarmende elektronica…



Alarm! Detail van de Peavey Bandit 112…


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

De schatkist van de Sint

Met de haren nog nat van het avondlijke bad nestelde de jongste zich in zijn bed. Ik had Otje in de aanslag, en schraapte mijn keel om één van de laatste verhaaltjes te lezen. Tos de kok was gered uit rusthuis Vredelief, en was met Otje op een bankje in Kokkelburg beland. Maar net voordat ik mijn voordracht zou beginnen, startte de jongste (hij is net zes geworden) een indringend gesprek. Met gefronste brauwen keek hij mij aan, en vroeg: "Hoe komt het dat koningen zo rijk zijn?" Ik nam iets te lang de tijd om na te denken, zodat hij zijn denklijn kon vervolgen. "Ze hebben gouden kronen, en wat dacht je van Sinterklaas: die heeft een gouden staf, en ook een gouden reservestaf! Maar hoe komen ze aan al dat geld?" Hij stelde hier tegenover dat hijzelf al héél rijk was. Dat kon ik met vaderlijke trots beamen; zijn spaarzin had hem tot nu toe de som van € 60,01 opgebracht, met trots bewaard in een blauw stoffen portemonneetje van Albert Heijn. Hij was al heel rijk, maar, zo ging hij verder, de Sint en de koningen zijn nóg rijker! Hoe kon het anders dat Sinterklaas al die cadeautjes kon geven; dat moest wel betekenen dat de goedheiligman een erg gevulde – een 'vet volle' – schatkist had.

De vragen die hij stelde, kenden een bijzondere intonatie. De door hem geplaatste vraagtekens bij de rijkdom van heren en bisschoppen waren niet uit pure nieuwsgierigheid geboren. Ze kenden een onmiskenbare maatschappijkritische ondertoon. Hoe kwamen die heren in die vreemde mantels aan hun geld? Welke duistere praktijken zijn de oorzaak van die gevulde zakken? Hij leek ervan overtuigd dat onoorbaar gedrag de kroon en de mijter had bekostigd. Hij koos andere woorden, maar de strekking was dezelfde.

Het gesprek viel even stil. Ik bereidde een antwoord voor dat op informatieve wijze, geschikt voor zesjarigen, de oorsprong van de oude klassenverschillen en de macht van de kerk kon verklaren. Oude machtige families, de baas spelen en belasting innen, en veel voor zichzelf houden. Een helder betoog over aristocratie, nepotisme en schandelijke onderdrukking. Arbeiders aller landen, bestijg de barricades! Plots werd echter duidelijk welk ander doel zijn verwoorde gedachten hadden. "Als Sinterklaas zo rijk is," zo benam hij mij het woord, "dan kan ik toch wel een Märklintrein krijgen? Niet in de schoen natuurlijk, maar als de zak met cadeautjes komt?"

Dat bracht mij en hem terug met de voeten op de materiële aarde. Nou maar zien hoe ik er onderuit kom, want anders dan de jongste stelt groeit het geld de Sint echt niet op de rug. Ik vond het nog te vroeg, om dát omstandig uit te leggen.


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Winternacht

Vandaag gepubliceerd op de literaire poëziewebsite Krakatau: het gedicht Winternacht.


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Ochtendzon

de nacht in huis
is fel verlicht
om creaturen te verjagen
geen gedonder
onder ’t bed
silhouetten die vervagen

maar zonder duister
blijft de vrees
door het tikken en het kraken
een zacht gesuis
een vreemd gepiep
wat huist er rond de daken

vanwaar die angst
dat beklemd gevoel
waar geen kind ooit
aan ontsnapt
wat maakt de nacht
tot een zware tijd
vol dreiging en gevaar

het antwoord schuilt
in vroegere tijd
door geen levend mens beleefd
want het verlangen naar de
ochtendzon
komt door de vrezen van
de prooi in ons

dicht bijeen
stijf en stil
diep gegrom en
nat gesnuif
speurend naar een spoortje licht
keren de blikken
naar het oosten
zoekend naar de ochtendzon
die de overlevenden
zal troosten

Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zwarte kat

Deze dag kende aanvankelijk een vertrouwd verloop. Wat heen-en-weer lopen met mijn ziel onder de arm, licht bedrukt, en gebukt als altijd onder de angst dat de woordenvloed opdroogt. Maar ook vandaag bleven de woorden komen, en het gelukte me ze tot zinnen te lassen. Rond kwart over vijf vond ik het genoeg, en werd het tijd het kroost van de opvang naar huis te bewegen.

Vol gedachten sloeg ik ergens rechtsaf, en schrok. Vanuit struikgewas aan de linkerkant van de weg, nog vol gebladerte, schoot pardoes een zwarte kat voor mijn fiets. Een dik, vet mormel. Ik kneep in de remmen, en raakte het beest nét niet.

Verward vervolgde ik mijn weg. Ik ben niet gelovig, en heb niets met bijgeloof. Maar toch bleef het malen: een zwarte kat op mijn pad. Ik bracht mijn vaart terug tot een trage gang, want ineens realiseerde ik me dat gevaar wel eens in een klein (dood) hoekje kon schuilen. De idee dat de kat wel eens het Beest van het Betere zou kunnen zijn, schudde ik snel uit mijn hoofd.

Had ik het dreigende noodlot kunnen keren door niet te remmen? Zou de werking van de kat – die ik niet erken – geneutraliseerd zijn als ik het beest onder mijn voorwiel had gekregen? Mij is geen bijgeloof bekend, waarbij onheil wordt afgeroepen over hem of haar die een zwarte kat overrijdt.

De hele weg naar de opvang heb ik neurveus om mij heen gekeken. Op een zeker moment meende ik mijn lot getroffen te hebben. Ik kwam mijn vrouw toevallig tegen, die ook op pad was. Niet op de fiets, maar in de auto. Ineens meende ik het te weten. Ik zou frontaal botsen op de nieuwe auto, en de jongens zouden een vader moeten missen.

Het lot was mij goed gezind. Mijn vrouw verleende mij volgens de regels van het RVV voorrang, omdat ik van rechts kwam. Een regel, die veel andere automobilisten in Zuidhorn hebben gemist. Maar daar had ik vandaag gelukkig geen last van.

Al schrijvend bedenk ik mij: wanneer is zo'n vloek uitgewerkt? Duurt die een hele dag? Of vervaagt hij vannacht om twaalf uur?

Ik denk dat ik maar driemaal op mijn hoofd ga staan, en een borrel ga drinken. Baat het niet, het schaadt mij (hopelijk) ook niet.


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Het Beest van het Betere

Ik loop wat door het huis, en vind in ieder vertrek wel iets dat opgeruimd kan worden. Een grijze poezenknuffel, vernoemd naar één van onze echte beesten, een deel van een oude zaterdagkrant, ergens onder de bank, een leeg bierflesje op dezelfde plek. Ik verplaats de schone was naar de droger, en de droge was naar een stoel. Ik breek een nieuw bierflesje open, en rook mijn zoveelste sigaret. Het is duidelijk: ik ben weer aan een Groot Werk begonnen. Ik moet als de donder poëzie produceren voor project Zinnen Verzetten, maar dralend drentelend druk ik mijn figuurlijke snor.

Ik ben al op de Via Parnassia, en in de verte doemt de berg. Dáár moet ik op, om woorden te plukken en strofen te oogsten. Maar zoals dat gaat, bij dit soort werken, ligt het Perverse Spook van de Perfectie op de loer. Ergens in de dichte bosjes die de Via Parnassia omranden huist het Beest van het Betere, de aartsvijand van het Goede. Deze inktzwarte duivel fluistert met een zalvende stem twijfels in mijn oren. "Wacht nog maar even met het bestijgen van de berg. Een andere keer ben je scherper, opmerkzamer; die andere keer zul je verzen treffen, die je nu over het hoofd zult ziet. Je zult het jezelf nimmer vergeven als je woorden laat liggen, en knappe wendingen mist. Toe, doe eerst nog iets anders; je moet wachten op Het Moment." Ik ken dat Smerige Spook, dat Brute Beest. Hij weerhoudt mij van het schrijven, opdat ik ga wachten op dat ene moment, dat nooit zal komen, waarop ik de mooiste poëzie schrijf die ooit op Aarde is gevonden. Met de rede lach ik het monster uit, maar mijn hart bonst in mijn keel.

De Via Parnassia is een diepe modderpoel geworden. Daar heeft het Beest wel voor gezorgd. Ik houd het verstand bijeen, en vervolg langzaam mijn gang naar de berg. Ik weet, dat het gaat lukken, ook al wankelt mijn geloof.


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Literatuur & Natuur

In het Dagblad van het Noorden van 1 november j.l. is een reportage verschenen over het project 'Zinnen verzetten'. Het stuk, getiteld Literatuur en natuur gaan prima samen, is geschreven door verslaggever/fotograaf Geert Job Sevink.

De reportage is te lezen via de 'mediapagina' van de officiële Grittersite (onder krantenberichten):

http://gritter.webs.com/contactmedia.htm


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Aanvalsplan

Schrijven kent vele facetten. Het opzetten en invullen kent fases, waarin ik als jager opereer. Omzichtig speur ik naar de essentie, en als ik die heb gevonden omcirkel ik mijn prooi op behoedzame wijze, de pen in de aanslag. Op het juiste moment moet ik toeslaan, om de woorden te kunnen vangen. Als ik te snel ben, vliegen ze verschrikt weg. Als ik te laat ben, zijn ze gevlogen, en blijft het papier leeg.

Voor het project 'Zinnen verzetten', de literaire natuurexcursies die ik in de zomer van 2011 ga uitvoeren met boswachter Jan Willems (zie onder meer het Dagblad van het Noorden van 1 november 2010), is het jachtseizoen geopend. Gezien de omvang van het project – eind wandelen, een hoop poëzie – was mijn eerste stap het opzetten van een aanvalsplan.



Aanvalsplan 'Zinnen verzetten'

Inderdaad: bijzonder indrukwekkend! Het plan stelt de route voor, in al zijn eenvoud: we eindigen waar we beginnen. Naast deze markeringspunten heb ik ook al het 'midden' ingetekend, en een voordrachtmoment vlak daarvóór.



Aanvalsplan – detail

Langzaamaan zullen er meer grijze bolletjes verschijnen – de voordrachtpunten. En daar moet ik dan weer gedichten aan koppelen.

(Diepe zucht.)

Er moet nog veel gebeuren.


Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Biodiversiteit

Afgelopen vrijdag maakte de Belgische bioloog Dirk Draulans zijn opwachting bij Pauw & Witteman. Hij kwam praten over de afname van de biodiversiteit, en over maatregelen die dat bedreigende tij zouden kunnen keren.


Eén van de lastigste aspecten van de teloorgang van soorten op aarde is dat onze planeet er wel om doordraait. Als morgen de laatste Sumatraanse tijger wordt gedood, komt de aarde niet tot stilstand. Dat maakt, buiten de economische aspecten van natuurverbruik, de instandhouding van soorten een lastig te verkopen boodschap. In een biotoop waarin een belangrijke soort verdwijnt zal zonder twijfel een nieuw evenwicht ontstaan. Andere soorten bloeien wellicht op.

Een deel van het probleem hangt samen met de oorsprong van het leven op aarde. Het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het leven kent geen plan. De diversiteit aan diersoorten die op enig moment bestaat is in hoge mate het resultaat van toeval. Dat de olifant, maar ook de mens en de tijger het als soort zover hebben geschopt, is een aaneenschakeling van toevallige aanpassingen en mutaties op een niet te bevatten tijdsschaal. Als bijvoorbeeld de complete primatenlijn zo'n zeventig miljoen jaar geleden was geëindigd, door een ordevernietigende ziekte of de inslag van een helse komeet, dan waren de hominiden nimmer nadenkend rechtop gaan lopen, simpelweg omdat ze nooit hadden bestaan.

In gebieden waarin de mens zijn voortbestaan heeft moeten koppelen aan natuurverbruik – het kappen van oerbossen, het doden van dieren omwille van huid of tanden – zullen economische alternatieven een eerste stap moeten zijn om de diversiteit te waarborgen. Waar dit niet zo is, zal inzicht moeten rijzen.

Dat inzicht is niet eenvoudig te bereiken; de toevalligheid van het leven speelt het voortbestaan van de biodiversiteit parten. Maar in datzelfde toeval schuilt ook een kans. Voor zover een mens zich gelukkig kan voelen, heeft hij alle reden zich stevig in de handen te knijpen. Hij zou zich iedere dag met vreugde moeten realiseren, dat hij leeft. Als er ergens in de evolutionaire keten iets was misgegaan, met negatieve gevolgen voor de soort, was hij niet wat hij nu is - als hij er al was geweest. Op veel kleinere schaal, gegeven de mensheid, geldt hetzelfde; als die ene voorvader rond 5000 voor Christus kinderloos was gebleven, dan was, anno 2010, dik 7000 jaar aan nageslacht ongeboren gebleven. De diversiteit moet overeind blijven, al was het maar omdat de variatie op uitbundige wijze uitdrukking geeft aan het wonder van het leven. Lang leve dat leven, viva la evolución!

Maar niet enkel uit eerbetoon voor het wonder dient de diversiteit gekoesterd te worden. Ook vanuit een oogpunt van ontwikkeling moeten we iedere soort beschermen. Want in iedere soortgenoot schuilt in beginsel de kans, dat de soort als geheel in positieve zin een stukje verder wordt ontwikkeld. Wie weet, over 40.000 jaar, ontdekken we samen met de Bonobo's nieuwe werelden of oprechte waarheden. Dat moeten we als soort niet willen missen.

Zuidhorn, november 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zomerzon en najaarszoen

Zie de struiken, zie de bomen
Ze staan verstild in bos en veld
Hoewel de herfst al is gekomen
Staan ze door zomerzon versteld

Het oude volle bladergroen
Houdt van schrik de adem in
Het wenst zo graag een najaarszoen
In het warme spel der zonnemin

Maar het weet het eind is bijna daar
Voor dit late, lieve kozen
Want het blad zal vallen, dit late jaar
Voor de herfst die ’t groen laat blozen

Zuidhorn, oktober 2010

(Dit gedicht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Het kind, dat woorden doet

Zwijgend zien ze neer
op de natte, zompe aarde
Potige kerels, hard als kei
Met bruine koppen en grote handen
Eelterig de vingers

Zelfs daarboven, in de hemel
die figuurlijke plaats waar niets kan zijn
werken ze door, van vroeg tot laat
Ze kneden wolken en winnen water
in de ijle, blauwe lucht

De voorvaderlijke oude mannen
vol dadendrang en ambachtszin
vangen met hun ogen mijn gestalte
Stil gezeten, ergens in een hoek
in diep gepeins verzonken

De oude brauwen fronzen
Meewarig hoofdgeschud
Ze zien een man van weinig daden
maar van woorden des te meer
Proevend van zinnen, de taal beminnend

Ze blijven staan als ik de pen vastneem
en een bouwwerk start uit niets
Hoe ik fundamenten leg en woorden las
tot zinnen uit één stuk
Zie zien een kind, dat woorden doet

Beproefd en doorgelicht
word ik als nageslacht erkend
Tevreden keren ze mij de rug
om zwijgzaam, vredig verder te werken
Aan novemberstorm en najaarszon

Zuidhorn, oktober 2010

(Dit gedicht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Optreden Najaarsklanken

Op zondag 17 oktober 2010 zal ik, met diverse anderen, optreden tijdens het evenement Najaarsklanken dat gehouden zal worden in Café Restaurant De Tapperij in Grijpskerk. Het evenement start om 17:00, de toegang is gratis. Naar verwachting zal ik rond half zeven mijn stem verheffen, en mijn bijdrage leveren. Ik zal een aantal gedichten voordragen, en het publiek daarbij betrekken. Het volledige programma, uit de koker van presentator en organisator Koos van der Goot, ziet er als volgt uit:

17.00 Tsunat (Finse/Karelische volksmuziek)
17.30 Piety Veenema (poezie)
17.45 Louis Godschalk (djembé/percussie)
18.05 Pauze
18.35 GRITTER (poëzie)
18.50 Miriam Brinkman (covers)
19.10 Are Meijer (poëzie)
19.25 Pauze
19.55 Roelie ter Veld en Gert Sennema (covers en eigen muziek)
20.25 Pur (Nederlandstalige popmuziek)
20.55 Afsluiting

Wellicht tot 17 oktober!


Zuidhorn, oktober 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Zinnen verzetten met boswachter en dichter in Nationaal Park Lauwersmeer

ZUIDHORN/LAUWERSOOG – Schrijver Gritter uit Zuidhorn werkt momenteel aan een nieuw voordrachtproject, dat hij volgend zomer samen met Jan Willems (Staatsbosbeheer) zal uitvoeren in het Nationaal Park Lauwersmeer. Onder de titel ‘Zinnen verzetten’ gaan de dichtende schrijver en de boswachter meerdere malen ‘literaire natuurexcursies’ organiseren. Tijdens de wandelingen gaan de deelnemers met Willems en Gritter op stap, waarbij de boswachter zal vertellen over de historie en de natuurwaarde van het Nationaal Park. Schrijver/dichter Gritter zal Willems’ verhaal aanvullen met zijn eigen impressies van de unieke natuur in het Nationaal Park. Dat zal hij doen door het voordragen van eigen poëzie en een speciaal voor de gelegenheid geschreven verhaal. Gritter verblijft vaak in het natuurgebied, waarvan Willems de beheerder is. ‘Na het succes van Stuurloos, in 2009 uitgevoerd met de Grijpskerker schrijver/dichter Koos van der Goot, werd het tijd voor iets nieuws. Wat hetzelfde is, is het wandelen met publiek. Maar voor de rest is alles anders.’ Aan inspiratie heeft Gritter geen gebrek. ‘In alle seizoenen word ik geconfronteerd met de grote diversiteit van het Park. Veel prachtige planten en dieren verdienen het om bezongen te worden. Denk alleen al aan de zeearend, of de tere Parnassia.’ Jan Willems, zelf auteur van de verhalenbundel Diana, de fee en de boswachter, verheugt zich eveneens op het project. ‘De literaire natuurexcursies zullen een mooie aanvulling zijn op het bestaande excursieaanbod in het Nationaal Park. Dat literatuur en natuur goed samen gaan in het Lauwersmeergebied, blijkt wel uit Stuurloos en het VPRO-programma Een kamer in het verleden.’ Met het laatste doelt Willems op het radioprogramma ‘De avonden’, dat momenteel vijftien weken lang iedere week een andere schrijver of dichter eenzaam op een boot op het Lauwersmeer laat verblijven, die daarvan in gesproken en geschreven woord verslag doet. Gritter en Willems streven naar een uitvoering in augustus en september 2011. Een aantal excursies zal in de avond worden gepland. Meer informatie zal te zijner tijd worden verspreid via de media en via de website van Gritter: gritter.webs.com.

Zuidhorn/Lauwersoog, september 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Purgatorius

Mijn leven voelt vaak doodgewoon
Een gegeven feit, een logisch ding
Maar soms dan dringt het tot me door
hoe mijn leven aan een draadje hing

Ik had een oermam in de vroege tijd,
Purgatorius haar naam
Als ze was verpletterd door een sauruspoot
had ik nu niet bestaan

Ik kus mijn kroost, ik dek ze toe
en denk aan onze ma:
een klein vierpotig harig dier
uit het oude Pangea


Zuidhorn, september 2010

(Dit gedicht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Over Zingende Zinnen & Stuwende Strofen

Een goed gedicht klinkt als een mooie melodie. Zowel bij het verstilde lezen, in de bank of in bed, als bij een voordracht van de maker op een zeepkist of de tapkast. De reden is dat dichters die goede gedichten schrijven muzikaal zijn. Ook al beweren ze van niet: ze kunnen goed zingen, mooi dansen of prima pianospelen. Als ze al geen natuurtalent zijn, is enige oefening vaak voldoende om ritme- en toongevoel los te maken. De techniek, de vaardigheid om een instrument te bespelen, hebben ze snel onder de knie. Gedichten zijn liederen, dichters zijn zangers. Andersom geldt dit ook: goede tekstschrijvers zijn ware poëten.

Bij proza ligt dit anders. Een a-muzikaal persoon kan een geweldig goed verhaal schrijven, een verhaal dat stoomt en sist als een oude trein. Een verhaal dat ontroert en boeit van begin tot eind: puntige beschrijvingen, sprekende karakters, een zinderend slot. Maar een goed verhalenschrijver hoeft geen gevoel te hebben voor luit of viool. Het kan enkel gaan om de inhoud, om de belevenis.

Of het verhaal tot de literatuur mag worden gerekend, is een andere kwestie. Want literatuur, zo is mijn overtuiging, kan enkel door muzikale schrijvers worden geschreven. Bij literatuur gaat het namelijk niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm. Om het ritme van de zinnen, om de klank van de woorden, om de toon van het geheel. Misschien durf ik het nog sterker te stellen: een literair stuk kan met name of zelfs enkel vorm zijn, en nauwelijks tot geen inhoud hebben. Een goed schrijver moet in staat zijn om de saaiste situatie tot een fonkelende juweel te hervormen. De taal is het gereedschap waarmee hij een kei kan verheffen tot robijn.

Het beoordelen van een verhaal op zijn literaire gehalte kent een treffende eenvoud. Elk goed verhaal dat literair proza mag heten kent geheel of ten dele een opbouw waarin de lezer op een moment dat het hém uitkomt soepel kan schakelen tussen inhoud en vorm. Een moment waarin de taal als drager van de inhoud naar believen naar voren kan treden, en de inhoud naar achteren mag verdwijnen. Schrijvers van goede literatuur zijn muzikaal. Dat maakt ze ook tot goede dichters. Literair proza is weelderige poëzie, vol met uitbundige strofen.

Literair proza klinkt als muziek. Vandaar dat goede literatuur een uitstekend slaapmiddel is. Goede literatuur is dan ook slaapverwekkend. Liggend in bed, de dekens hoog opgetrokken, twee handen zichtbaar met daartussen het boek. Na enige tijd beginnen de zinnen zachtjes te zingen, en de woorden voorzichtig te dansen. Drijvend in zijn warme bed deint de lezer zachtjes mee op de zee van verzonnen zinnen. Langzaamaan, heel voorzichtig, wiegt de schrijver de lezer met zijn mooie melodie in slaap.

Welterusten!

Zuidhorn, september 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)

Wild spotten

Eén van de teleurstellingen die ik als jong kind heb mogen verwerken betrof het feit dat ik als achtjarige niet met mijn broers en mijn vader mee mocht om wild te spotten. Mijn moeder zei dat ze me nog te jong vond om tegen het einde van de avond met de rest van de mannen het diepe, donkere bos rond het vakantiehuisje te Hulshorst te betreden. Voor mij dus geen damherten verrassen of vosjes zien jagen.

De afwijzing is me altijd bijgebleven. Een nachtelijke boswandeling had en heeft voor mij iets magisch, vooral als schepselen worden waargenomen die zich overdag niet laten zien. Zachtjes lopen, geen lawaai maken, fluisteren als het moet. Ik weet zeker dat ik het had gekund. De kans op het spotten van een foeragerende vos was me echter ontnomen. Een zelfde gemis wilde ik mijn zoontje van acht besparen, en dus trokken hij en ik onlangs op een ontijdig uur het Lauwersoogbos in om wild te kijken. De tijden waren evenwel veranderd. In plaats van de nacht zochten we de ochtend op. Om kwart over vijf ging de wekker, en tegen half zes gingen we op pad.

Het bos was akelig leeg. Dat we geen mensen tegenkwamen was natuurlijk een zegen, zoals altijd op enig uur, maar wild hebben we niet getroffen. Hoewel, op een open stuk kwamen we een wollige kat tegen die zich na een voorzichtige benadering niet liet aaien. Ik categoriseerde het beest maar als een verwilderde kat, om de teleurstelling bij de oudste wat in te dammen. Verwilderd is immers niet tam.

Tegen zeven uur verruilden we het bos rond Lauwersoog voor het Ballastplaatbos. Daar kregen we toch nog onze beloning, zij het een schamele. Terwijl we de auto uitstapten, liet een reetje zich van haar beste kant zien. Zeldzaam is dit niet te noemen, maar toch. Enige dagen later troffen we rond elf uur ’s ochtends een ree, en ook heb ik ze wel in de middaguren schichtig zien rondlopen. Wild is werkelijk anders. Wellicht een teken dat de tijden definitief zijn veranderd.


Reetje in het Ballastplaatbos
 Ik had natuurlijk ook beter kunnen weten. Om wild te spotten hoeven we het Lauwerzand namelijk niet te verlaten, en al helemaal niet op bizarre tijden. De avond voor onze vroege wandeling troffen we namelijk een vosje op ons erf. Alsof het van hemzelf was, liep het beestje zelfverzekerd rond op de veranda, speurend naar konijnen op het gras. In vliegende vaart hebben we hem nog kunnen vastleggen.


Vosje rond de veranda
 Het was nog vroeg in de avond, rond half negen. In mijn ogen een onchristelijk tijdstip voor een vossebeest om zich te laten zien, zo in de maand augustus. Mogelijk was het beestje verward door het weer, want diepgrijze regenwolken deden het duister die avond vroeg intreden.

Mijn oudste zoontje hoeft niet zo nodig meer het bos in op een vreselijk tijdstip. De wildtocht was ronduit teleurstellend verlopen. Misschien was dat wel de werkelijke reden waarom mijn moeder mij destijds niet liet meegaan; misschien wilde ze me een nóg grotere teleurstelling besparen. Ik kan me namelijk niet herinneren dat mijn vader en mijn broers destijds wilde beesten hebben waargenomen. Geen roodbruine vossen, geen wroetende wilde zwijnen, geen bronstig burlende herten met enorme geweien. Tenzij ze dat de volgende ochtend voor me hebben verzwegen, natuurlijk, om liefdevol mijn reeds gekwelde kinderziel te ontzien.

Lauwersoog, augustus 2010

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)