Welkom op de Weblog Gritter!

dinsdag 29 november 2011

Dichters op het Erf

We moeten de winter nog beleven, maar mijn hoofd is al weer vol van zomergroen, bloesemgeur en zonnebrand. De reden is, dat langzaamaan de contouren zichtbaar worden van een volgend voordrachtproject: Dichters op het Erf. In zekere zin de opvolger van Stuurloos (2009), Heft in Handen (Poëzieavond Zuidhorn) (2011) en Zinnen Verzetten (eerste editie: 2011).

Dichters op het Erf zal op zondagmiddag 15 juli 2012 plaatsvinden in de tuin en de bijgebouwen van onze woonstee in Den Andel. Momenteel zijn we bezig dit deel van onze stek om te vormen tot Cultuurerf, dat ruimte gaat bieden - en reeds heeft geboden - aan activiteiten rondom Kunst en Cultuur.



Het Cultuurerf, vanuit Zeearendsperspectief

Tijdens Dichters op het Erf zullen daartoe uitgenodigde dichters vaste voordrachtplekken bezetten op het Cultuurerf. Momenteel ben ik doende de juiste dichter(es) op de juiste plek te plaatsen. Zo hebben we de Vertelhut en de Voormalige Varkensstal, alsook Het Bos, Het Prieel en de Pizzaoven, en Het Kippenhok en De Walnootboom. De dichters dragen voor op vaste tijdstippen, het publiek wandelt rond en hoort hen aan. Afwisseling wordt geboden door muziek. Zelf zal ik als Gastheer-Dichter óf een plek bezetten, óf als Vliegende Voordrager vrije wandelaars op de nek springen met gedichten uit de cyclus Andelster Gedichten.

En de namen dan? Die houd ik nog even onder mij. Zo blijft de boog gespannen, in zowel het komende winterweer, als het latere voorjaarsverlangen.

Den Andel, november 2011

maandag 21 november 2011

Goed bezochte boekpresentatie Den Andel

DEN ANDEL - Meer dan 50 mensen kwamen afgelopen zaterdag (19 november) in Den Andel op de been voor de presentatie van het boek Verhalen met een glimlach, geschreven door Dick J.H. Guillot en van illustraties voorzien door Koen van der Velden. In het boek beschrijft Guillot een alternatieve werkelijkheid achter een reeks Nederlandse spreekwoorden en gezegden, door de meer letterlijke betekenis daarvan als uitgangspunt te nemen. Van der Velden liet de verhalen op zich inwerken, en vulde ze aan met de beelden die bij hem opkwamen. De presentatie vond plaats in één van de ruimtes op het Cultuurerf van de Andelster schrijver/dichter Gritter.



Na de ontvangst werd de presentatie geopend door Gritter, die voor Guillot en Van der Velden als gastheer optrad. Gritter droeg zijn gedicht Waar de kunst kraait voor, dat onderdeel uitmaakt van de cyclus 'Andelster gedichten'.


Daarna volgende een korte speech, en was het de beurt aan de auteurs om het eerste exemplaar van hun boek officieel te overhandigen aan Philip Broeksma, wethouder Kunst en Cultuur van de gemeente Winsum.


Na de toespraak van de wethouder betrad Dick Guillot het podium om één van de verhalen uit de bundel voor te lezen. Daartoe verkleedde de schrijver/dichter zich als verteller, en nam hij plaats in een vertelstoel.


Rond kwart voor vijf was het officiële gedeelte ten einde, en konden de aanwezigen de geboorte van het boek vieren. Guillot en Van der Velden mochten vele felicitaties in ontvangst nemen, en heel wat verkochte boeken signeren.



Foto's: Bureau Davids

Lees hier het gedicht Waar de kunst kraait

Meer informatie over het boek, incluis verkoop: Dick Guillot

Den Andel, november 2011

zondag 20 november 2011

Waar de kunst kraait

Waar de winden kruisen, bij het Wad
ligt groen verweerd, in ‘t Hoogeland
een kleine parel, ongepoetst
die de oude naam Den Andel draagt

De vrije wind houdt het dorp
al eeuwen in zijn greep
Nat en kil uit west en oost
Zilt en zwoel uit noord en zuid

Het dorp oogt gestorven
Leeggewaaid de straten
De luiken toe, deuren dicht
Een kraai krast in een iep

Maar schijn bedriegt in het kleine dorp
want in de huizen, in de tuinen
wordt geklopt, gezaagd, gehakt
gehamerd en gehouwen

Dichters duwen woorden voort
Een schilder schuift met verf
Een houwer heft zijn moker
slaat bogen in de lucht

In Den Andel schept men beelden
uit zand, uit hout, uit inkt
Pennen krassen, penselen zwiepen
Beitels boren, vijlen schaven

Zo kent de kleine krent
een dubbel aangezicht
De voorkant ademt rust
Daarachter kraait de kunst
 
Dit gedicht maakt deel uit van de cyclus "Andelster gedichten", en is op 19 november 2011 als openingsgedicht voorgedragen tijdens de presentatie van het boek "Verhalen met een glimlach", geschreven door Dick Guillot en geïllustreerd door Koen van der Velden.
 
Den Andel, november 2011

maandag 14 november 2011

Boekpresentatie "Verhalen met een glimlach"

Op zaterdag 19 november aanstaande zal de feestelijke presentatie plaatsvinden van het boek Verhalen met een glimlach, geschreven door Dick J.H. Guillot en van illustraties voorzien door Koen van der Velden. De wethouder Kunst & Cultuur van de gemeente Winsum, dhr. Philip Broeksma, zal het eerste exemplaar van het boek officieel in ontvangst nemen.

In de verhalenbundel wordt op humoristische wijze een ongebruikelijke blik geworpen op een aantal Nederlandse spreekwoorden en gezegden. Schrijver/dichter Guillot heeft zijn fantasie de vrije loop gelaten door uit te gaan van een meer letterlijke betekenis van Nederlandse uitdrukkingen.


Dick Guillot & Koen van der Velden (foto: Bureau Davids)

De in Den Andel wonende Guillot en Van der Velden kennen elkaar goed. Buiten het zijn van dorpsgenoten hebben ze beiden een achtergrond in de beeldende kunst, en maken ze, met een aantal andere kunstenaars, deel uit van de Kunstgroep Het Hoogeland.

De boekpresentatie op 19 november start om 16:00, en zal plaatsvinden in één van de ruimtes op het erf van de Andelster schrijver/dichter Gritter, die voor Guillot en Van der Velden als gastheer zal optreden. Het erf is te vinden op het adres Kruisweg 6 te Den Andel.
 
 
Den Andel, november 2011

donderdag 10 november 2011

Stop die trein

Mededeling op station Roodeschool:

"Dames en heren. De stoptrein naar Maastricht van acht uur zeventien vertrekt over ongeveer één kwartier. Herhaling: de stoptrein naar Maastricht van acht uur zeventien vertrekt over ongeveer één kwartier. Deze stoptrein stopt op alle tussengelegen stations."

Mededeling in de trein, vóór vertrek uit Roodeschool:

"Dames en heren. Arriva heet u welkom in de stoptrein: Roodeschool Maastricht. Deze trein stopt te Uithuizermeeden, Uithuizen, Usquert, Warffum, Baflo, Sauwerd, Groningen Noord, Groningen, Zuidhorn, Grijpskerk, Buitenpost, Zwaagwesteinde, Veenwouden, Hurdegaryp, Leeuwarden Camminghaburen, Leeuwarden, Grou-Jirnsum, Akkrum, Heerenveen, Wolvega, Steenwijk, Meppel, Zwolle, Wijhe, Olst, Deventer, Deventer Colmschate, Holten, Rijssen, Wierden, Almelo, Almelo de Riet, Borne, Hengelo, Delden, Goor, Lochem, Zutphen, Brummen, Dieren, Rheden, Velp, Arnhem Velperpoort, Arnhem, Arnhem Zuid, Elst, Nijmegen Lent, Nijmegen, Nijmegen Dukenburg, Wijchen, Ravenstein, Oss, Oss West, Rosmalen, 's-Hertogenbosch Oost, 's-Hertogenbosch, Vught, Tilburg, Tilburg Universiteit, Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Breda, Breda Prinsenbeek, Lage Zwaluwe, Dordrecht Zuid, Dordrecht, Zwijndrecht, Barendrecht, Rotterdam Lombardijen, Rotterdam Stadion, Rotterdam Zuid, Rotterdam Centraal, Rotterdam Noord, Rotterdam Alexander, Capelle Schollevaar, Nieuwerkerk aan de IJssel, Gouda, Gouda Goverwelle, Woerden, Vleuten, Utrecht Terwijde, Utrecht Centraal, Utrecht Lunetten, Houten, Houten Castellum, Culemborg, Geldermalsen, Zaltbommel, Boxtel, Best, Eindhoven Beukenlaan, Eindhoven, Helmond Brandevoort, Helmond 't Hout, Helmond, Helmond Brouwhuis, Deurne, Horst-Sevenum, Blerick, Venlo, Tegelen, Reuver, Swalmen, Roermond, Echt, Susteren, Sittard, Geleen Lutterade, Beek-Elsloo, Bunde, en heeft als eindbestemming Maastricht. Wij wensen u een aangename reis."

Den Andel, november 2011

woensdag 9 november 2011

De twintig geboden

God, dacht de Heer op enig moment, zijn tien geboden nog eens aanschouwend. De mens heeft zich ontwikkeld, en menig gebod tot de zijne gemaakt, door ze in aardse wetten te vatten of diep te laten verankeren in de zedelijke moraal. Zowel moorden als stelen wordt als aards misdrijf gezien, gelijk het valselijk getuigen over een ander. De eerbied voor vader en moeder heeft de menselijke wet nauwelijks gehaald, maar geldt breedweg als innerlijke norm. Maar, de eeuwen overziend, en denkend te weten wat komen gaat, is bijstelling van node. Want als ik zeg: ‘Gij zult niet moorden,’ dan bedoel ik dat gij een ander niet van het leven mag beroven. Niets meer, maar zeker niet minder. Ik alleen ben verantwoordelijk voor het leven hier op aarde, en het is mijn voorrecht alleen het weer tot mij te nemen. Moorden is uit den boze, dus ook het doden uit mijn naam. Zo ook het doden, om het geloof in mij aan anderen op te dringen. Slechts door inzicht en vrije persoonlijke inkeer kan het ware pad worden bewandeld. Al dit leek mij destijds evident, toen ik de tafelen met tien geboden toonde, maar de mens meent, zo moet ik tot mijn eeuwige verdriet erkennen, anders. Ik zie tochten, aangevoerd door het kruis, en oorlog mijnentwege. Ik voel dwang, ik zie bloed, ik hoor ijzers sissen in het vuur. En hoewel de vrouw wat klunzig uit de man voortkwam – ik kon er destijds echt niets beters van maken – heb ik nimmer gewild dat de vrouw door de man zou mogen worden onderdrukt of op enigerlei wijze zou mogen worden uitgebuit. En mocht een man met een man willen verkeren, dan wel een vrouw gelijkelijk met haars gelijke: laat ze met rust. De drang de soort te verspreiden, hetgeen mij nog immer van immens belang lijkt, zal daaronder in het geheel niet lijden. Het wordt derhalve tijd, de geboden te herzien. Bestaande verdienen opschoning, nieuwe dienen toegevoegd. Nu moet ik nog een manier verzinnen, om mijn nieuwe wetten tot de mens te laten komen. Om te zorgen, dat ze in de plaats van de oude treden, opdat onnodig bloedvergieten en misbruik van kerkelijke macht in de jaren die komen gaan worden voorkomen. Ik zal een wijze van presenteren moeten verzinnen, die niets te gissen overlaat: “Hier is uw Heer, met de nieuwe geboden, twintig in getal”.

Hajo de Lange liep de lange weg naar Groningen. Rechts van hem was de zon doende zijn klim naar het middaguur te voltooien. Achter hem, een uur teruggaans, lag herberg D’olle Drent, waar hij de afgelopen nacht met veel kabaal was uitgegooid omdat hij zou hebben zitten sjoemelen met dobbelen. De laatste uren van de nacht had hij noodgedwongen in een droge greppel doorgebracht, van binnenuit verwarmd door het zure bier dat hij in grote pullen had genuttigd.

Nu het voorjaar gaande was, hoopte Hajo snel emplooi te vinden op één van de boerenplaatsen in de buurt van de stad. Er diende geploegd te worden, en hopelijk kon hij ergens blijven tot en met de oogst. Misschien lukte het hem zelfs om het aan te leggen met een dochter van een boer. Hajo was geboren in 1398, en volgde het pad naar de stad in 1423. Het was dus de hoogste tijd voor een vaste vrouw.

Hajo verliet de weg, en zocht bij gebrek aan bomen in de omgeving een bosje om tegenaan te urineren. Hij trof een kardinaalsmuts, die tot zijn kruis reikte. In het zicht van de Sint Walburg, nu een smalle paal in de verte, ontwarde hij de knoop van zijn voddige broek, en liet deze zakken. Wijdbeens stond hij daar, op elzen klompen.

Op het moment dat zijn plas de bladeren van het bosje bereikte, vatte de struik vlam. Hajo deinsde achteruit, struikelde achterwaarts over een kei en viel op de grond, zijn broek op de klompen. Vlug stond hij op, hees zijn broek omhoog en staarde naar het groen dat vlam had gevat.

Eerst dansten de vlammen woest, tongen werpend. Water siste uit de groene twijgen, droogverbrande takken verpulverden. Maar langzaam zakte het vuur in, rokend zoekend naar zuurstof. Eerst nauwelijks hoorbaar, maar steeds luider, hoorde Hajo nu een stem, komend uit het droge bosje. De stem riep zijn naam. ‘Hajo! Hoor mij aan! Hajo!’ De stem klonk diep, en iets geschuurd. Hajo kreeg kippenvel, en dacht aan het zure bier dat in D’olle Drent werd geschonken. ‘De volgende keer wat minder,’ mompelde hij. Hij hief zijn rechtervoet omhoog, en trapte in het bosje, dat omviel. Rook kringelde omhoog.

De stem leek een kuchend geluid voort te brengen, en stierf weg. Hajo draaide zich om, en vervolgde zijn weg, op zoek naar vrouw en veldwerk. Aan het voorval dacht hij nimmer meer terug.

Sedertdien is niets meer gehoord van de Brenger, noch van de Twintig geboden die nimmer bij de mens werden afgeleverd.
 
Den Andel, november 2011

maandag 7 november 2011

Sterrenbeelden

sterrenbeelden
lang geleden
stuiplicht uit het al
groots immens
buitenmaats
fotonen door eonen

zie ze stralen
zwart gordijn
nachtelijke wacht

totdat de kleine zon
de sterren sterven doet

en ik weer denk
aan doodgewoon
elke dag
wederom
telkens weer opnieuw

Den Andel, november 2011

vrijdag 4 november 2011

Aandacht voor de boekpresentatie!

Vandaag (4 november 2011) gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden:



Den Andel, november 2011