Welkom op de Weblog Gritter!

donderdag 30 oktober 2014

het einde

het einde naakt, een stilte
schaduwt het broze lijf
het levenslicht, zo fel
komt tot nu, tot dit moment
geen twijfel, geen strijd
geleden, verleden tijd
genoeg geliefd, genoeg gezien
slechts een heden zonder later
geen plan, geen brug
de verte
reikt tot hier
niet meer
niet meer
alleen nog
het einde
het einde naakt
het einde naakt
het einde

Den Andel, oktober 2014

woensdag 3 september 2014

Dichter, gelooft u?

We treffen de dichter op een middag in september, nabij zijn Poëziefabriek op het terrein van Andledon (Den Andel). Hij wilde juist de bezem ter hand nemen, omdat hij graag een schoon buitenplaatsje wenste met de derde editie van het festival Dichters op het Erf in het zicht. Toch neemt hij even de tijd om, conform ferme afspraak, onvoorbereid enige vragen te beantwoorden. 

v. Dichter, gelooft u?

De Waddendichter aarzelt zichtbaar. Déze vraag had hij blijkbaar niet verwacht.

a. Als eerste welt in mij op: absoluut niet. Onder geen beding. Geen denken aan. Maar op de achtergrond, ergens in mijn hoofd, is een mannetje zichtbaar dat zijn hoofd schudt. Dat beeld doet mij zeggen: ik geloof in mijn naasten en in mijzelf, als ik zo onbescheiden mag zijn.

v. Gelooft u niet in een hogere macht? In een ondefinieerbaar iets dat van hogerhand de teugels houdt en de menselijke vierspan zijn ondoorgrondelijke wegen opjaagt?

a. Zo gesteld: zeker niet. Sterker nog: ik geloof in de evolutie. Dit geloof verklaart voor mij 's mensens handel en wandel, en ligt zelfs aan de basis van een leidraad voor mijn leven.

v. Dat roept natuurlijk om een nadere beschouwing.

a. Zo u wenst. Ik ga uit van de basisgedachte dat het leven zoals zich dat nu op aarde manifesteert het evolutionaire resultaat is van een volstrekt toevallige samenloop van omstandigheden. De juiste stoffen troffen toevallig de juiste omstandigheden. Deze gedachte dient niet terloops geproefd te worden. Zij omvat namelijk een uiterst belangrijke kern. En die is: voor het zelfde geld was het toevalligerwijs anders verlopen, en was het akelig stil gebleven op deze planeet. Al wandelend in de natuur of struinend door de stad dringt dit regelmatig tot mij door. Ik besef mij dan ten volle dat ik leef en ik besef mij bovendien dat ik mij dit - door evolutionaire grillen - kan beseffen!

v. Hoe kwam u tot dit inzicht?

a. Eens vatte ik de moed om de zin van het leven te vinden. Na enige dagen denken had ik nog steeds geen antwoord gevonden. Daardoor begon ik sterk te twijfelen aan de vraagstelling. Was die wel juist? Kennelijk niet, zo durfde ik te beweren, aangezien ik - een met rede begaafd wezen - maar niet tot een antwoord kon komen. De vraag: 'Wat is de zin van het leven?' is een volstrekt onzinnige vraag omdat het iets vooronderstelt - namelijk dát er een zin is - dat vervolgens van inhoud zou kunnen worden voorzien. Van gelijke orde zou het zijn als u mij vraagt: 'Wat voor type journalist bent u?', in de volle wetenschap dat ik géén journalist ben. Om het geschetste denkproces wat te comprimeren, kan ik melden dat mijn volgende stap de realisatie betrof dat het leven er dus gewoon 'is'. En wel het resultaat van een evolutionaire ontwikkeling, die gestart is met een toevallige samenloop van fysische omstandigheden.

v. En wat betekent dit nu voor u?

a. Aanvankelijk leidde het besef dat het leven een gegeven is, dat uit toeval is ontstaan, tot cynisme en nihilisme. Weliswaar deed ik mijn best het ontstaan van het leven te mythologiseren - Moeder Chaos trof Vader Toeval in de Oersoep - maar dit bevredigde niet. Ik dacht: als het leven er gewoon 'is', dan zou het verdwijnen ervan op kosmisch niveau geen enkele impact hebben. Nog wat dichter bij huis: als we nu alle olifanten afschieten, draait de aarde er heus wel om door. En: als we alle bijen verdelgen, blijft er vast wel enig leven over dat over honderden miljoenen jaren het toekomstige equivalent van bijvoorbeeld een handige stofzuiger zal ontwikkelen. En als dat niet zo is: even goede cynische vrienden. U merkt wat er in dit levensbeeld aan de hand is. Er ontbreekt een hogere macht, aan wie op enig moment verantwoording moet worden afgelegd. Die is in veel religies nodig, om cynisme te beteugelen; bij het wegvallen daarvan, is het leven dat 'is' snel gedoemd tot een leven te verworden, dat 'was'.

v. Ga verder.

a. Op een dag ondervond ik een omslag. Tijdens een wandeling dacht ik: dat toeval, dat moment in de Oersoep waarop Moeder Chaos en Vader Toeval elkaar zo maar in de armen vielen, is toch wel héél bijzonder te noemen. Er is leven ontstaan! Probeer dat maar eens voor elkaar te krijgen op een druilerige namiddag! Het leven, zo dacht ik, is een wonder. Iets dat wel eens zijn gelijke niet kent in de kosmos, zó bijzonder is het. En die idee, de idee van het wonderlijke leven, stond aan de wieg van een levensfilosofie die de duivel van het cynisme kon smoren. Maar let wel: het betreft hier een natuurkundig wonder, wonderlijk door het toeval waaruit het is ontstaan.

v. Maar hoe leidt een en ander tot een leidraad uwer leven?

a. Een wonder pleegt men niet zo maar terzijde te stellen. Het leven dus ook niet. We moeten met zijn allen het leven beschermen en bewaken, omdát het bestaan ervan zo ongelooflijk bijzonder en uniek is. Alle levensvormen verdienen, nu 'wij' de wezens zijn die met rede zijn begaafd, onze positieve aandacht. In wezen zijn wij de voogd van het leven, nu wij de soort zijn die het wonderlijke ervan kunnen beseffen. Tegelijkertijd ontbreekt een hogere macht, zodat de mens énige vrijheid heeft om het leven zoals dit is te beheren. We kunnen, binnen redelijke grenzen, vissen en jagen. Een steekmug mag standrechtelijk worden geëxecuteerd. Maar van de olifanten blijven we af. Dit ligt anders als de steekmug met uitsterven wordt bedreigd, en de olifantenpopulatie zodanig groeit dat overlast ontstaat. Op een horde wilde olifanten die ongewenst een Noorse huiskamer binnendringt, zit niemand te wachten.

v. U bent hier dus dagelijks actief mee bezig? Met het hoeden van het leven op aarde?

a. Neen. Ik gaf meer in brede zin antwoord op uw vraag. Waar het voor mij op neerkomt is dat het leven vooral met enige ironie aanschouwd moet worden. Alles is immers toeval! Anderzijds loop ik dagelijks hoofdschuddend rond, omdat het besef dat het leven an sich een wonderlijke oorsprong heeft niet ten volle doordringt. Denk aan oorlog. Inhumaniteit. Dierenleed. Armoede. Jaloezie. Een welhaast eindeloze reeks gitzwarte trefwoorden.

v. En nu?

a. Misschien begin ik wel een kerk waarin het leven dat 'is', wordt bezongen. Maar als u het niet erg vindt, rond ik nu graag mijn veegwerk af.

De dichter pakte zijn bezem, en begon te vegen. Wij verlieten de Poëziefabriek in een lastig te definiëren stemming. Vrolijk, maar toch bedroefd. Treurig, maar hoopvol.

Den Andel, september 2014

donderdag 31 juli 2014

het leed

een duister kleed verhulde
een leed van jaren her
al het licht dat wilde roeren
werd verzwolgen door het stof

in het donker, in stilte
riep het leed om enig licht
'verlicht de nacht al was het slechts
door de maan gehuld in wolken'

ze wenste licht, maar weerde zich
het kleed een veilig huis
het leed, een gekoesterd goed
voor immer opgesloten

Den Andel, juli 2014

woensdag 18 juni 2014

Rottumeroog



ruik mijn wad, het ziltig wier
dat zwierig in mijn water danst
op de wijdte hoornt een schip
het groet de horizon

een stille storm bekruipt mijn huid
de maan een licht gesluierd
ik lees een oude naam in het natte zand
door verleden tijd gewist

het watervlak verdrinkt mijn lijf
het stille tij polijst
mijn blik versmalt, een zoute traan
bijt kloven in het strand

een heklicht brandt, mijn lichaam ebt
na jaren vloed beleefd
leven liefde leeftijd
een korrel zand verwaait

kraamkamer zeemansgraf
de stille wind sluipt voort
de zee verstopt mijn naakte zelf
het wad een eeuwig kleed

Den Andel, juni 2014

Dit gedicht is op 16 juni 2014 voorgedragen bij de opening van de expositie "Mythisch Rottumeroog" -  foto's van Jasper Doest in opdracht van National Geographic. 

maandag 26 mei 2014

Vrede



kolken draaiend tollen beelden
in een zee, in een hoofd
waar een koning heerst met slechts
hemzelf als onderdaan

de wereld raast, de wereld woelt
onrust kleurt de dag
de koning roept zichzelf
als broeder aan zijn zij

de ruimte trilt, de ruimte klaagt
beelden dubbellaags
in een hoek balkt een ezel
in de overvolle zaal

de ezel vangt het licht
zijn vacht een fijn zacht doek
de beeldenstorm verbriest
bedaart met elke streek

lijnen vloeien rap
uit de hermelijnen navel
stilaan raakt de kolk verstild
drogend op het doek

rust graast op de wonden
helder groen het lentegeel
de koning viert het zwijgen
heft het glas en prijst zichzelf

evenwicht, voor even
tot de zee weer beelden baart
de drietand rood de zon verblindt
en speren vleugels krijgen

laat het, laat het komen
laat het gaan doch duid het niet
eens de dag, een kalme zee
vrede in het hoofd

Den Andel, mei 2014

Dit gedicht is op 24 mei 2014 voorgedragen bij de opening van de expositie van Boudewijn Wolthuis op Cultuurerf Andledon. 

dinsdag 11 maart 2014

De leegte


Stilte.

In de stilte tref ik leegte.

Een holle ruimte tot de nok gevuld met niets, met gemis. 

In de leegte heerst een eenzaamheid, een eenzaamheid die de waarheid toont, door luid te schreeuwen zonder stem. Radeloos bedek ik mijn oren, bang voor de stilte.

In mijn leegte schuilt herinnering, herinnering aan al hetgeen ik wil vergeten. Want de leegte is een spiegel. Zij toont mijn leven zoals het is, rauw en zonder franje, zonder het zoet dat het zout in de wonden kan verzachten.

Ontsteek het licht, alsjeblieft. Toon mij jouw gelaat en praat met mij, breek de stilte met jouw lach, leid mij af, leid mij weg van de leegte, van de spiegel, van het leven zoals het werkelijk is. 


Den Andel, maart 2014

woensdag 5 maart 2014

de luis


hij waande zich een luis, sleet druivendranken drinkend zijn dagen prikkend en zuigend op zoet ruikende huiden van lieden die zijn bloed wel konden drinken, tot hij een bastaard trof zonder papieren met een dichte, warrige vacht vol klitten en met een vuile bek, die slechts zijn lijf schudde en lachte, waarna de verwaande parasiet van de geest, nogal vermoeid door al het gal dat hij had gestort, zich eindelijk van zijn masker ontdeed en de harten, waaronder zijn eigen, weer hoorde kloppen.  


Den Andel, maart 2014